Django Django :: Django Django

Een verkwikkende scheut zon in een druilerig voorjaar, een adrenalinestoot van het zuiverste soort. Anders kunnen we de geweldige single “Default” van Django Django niet omschrijven. En wat ons betreft, een ideaal excuus om verder af te dalen in het psychedelische geluidsspectrum van het viertal. Of hoe de zomer niet meer veraf, maar plots heel dichtbij lijkt.

Over het kanaal ging men alleszins al overstag. Lovende recensies in The Guardian en NME, terwijl anderen al gewag durfden maken van een nieuwe stroming in het alternatieve genre. Die euforie delen we nog — net — niet, maar dat ook ons landje lijkt te bezwijken voor hun verleidelijke cocktail van artrock, elektronica en ander fijn eclecticisme, getuigt hun uitverkochte passage op les Nuits Botanique.

Toch is het verhaal van Django Django er ook eentje van jongensachtige naïviteit, gepaard aan een gezonde drang naar experimenteren. Boys will be boys denken we dan, maar dromen mag, niet? Nadat David Maclean (drummer) en Vincent Neff (zang/gitaar) in 2009 na wat spielerei de songs “Love’s Dart” en “Storm” in elkaar hadden geknutseld op een slaapkamer in Oost-Londen, besloten ze fungewijs de nummers via myspace met de rest van de mensheid te delen. Iets wat de nodige deining veroorzaakte en de bijhorende interesse opwekte. Het enige nadeel was dat er toen van een groep nog geen sprake was, laat staan een volwaardige setlist. Dus haalde het duo hun oude schoolmakkers Tommy Grace (synths) en Jimmy Dixon (bass) erbij.

Maar wat maakt deze Django Django dan zo verdomd verleidelijk? Misschien die spontane zweem van jeugdsentiment die opborrelt bij het aanhoren van dat kokosnotengekletter op “Love’s Dart”, die bewijst dat Monty Python niet enkel een bron van absurde humor was. Of die surfgitaren van “Hail Bop” en “Life’s A Beach” die de roep om een speedo vergroten, terwijl de hypnotiserende Morodersynths op “Skies Over Caïro” ons doen mijmeren naar de sprookjes van 1001 nachten, zonder dat er überhaupt een Perzisch tapijt aan te pas dient te komen. Of gewoonweg omdat de heren er wonderwel in slagen om uit een diverse rits muziekstijlen een perfect afgewogen en deksels lekkere debuutplaat te puren.

Valt die voorliefde voor psychedelica nog enigszins genetisch te verklaren, daar David Maclean de jongere broer is van The Beta Bandtoetsenist John Maclean, toch geloven we liever dat de heren van Django Django gewoon graag de conventionele wetten van de popmuziek negeren. Door aan te tonen dat een inventieve popplaat geen gladde productie vereist, dat schoonheidsfoutjes maken mag en dat je geen beats nodig hebt om verrekt dansbare muziek te scheppen.

Hoe anders kunnen we verklaren dat ons lijf zich volledig overgeeft aan die energieke kadans van “Waveforms”, zonder dat er één volwaardige ketelslag wordt benut, terwijl het opwindende “Zum Zum” uitnodigt tot een danspolonaise met iedereen die ook maar enige vorm van ritme bezit. Waar het stomende “Wor”, die het midden houdt tussen verschroeiende bluesrock en americana, het reeds zweterige lijf nog harder laat hossen, last “Storm” een adempauze in zonder afbreuk te doen aan de betovering.

U snapt het waarschijnlijk al: we zijn compleet bezweken voor deze Django Django. Een plaat die ons niet enkel fantastisch prikkelt, maar er ons tussendoor aan herinnert dat organische muziek ook wonderbaarlijk werkt op de dansvloer. En moest u die mening delen, dan willen we graag daar afspreken. De volgende kans biedt zich alleszins aan op Pukkelpop. Of hoe de zomer weer wat dichterbij lijkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + vijf =