Met Isbells door China: Deel 3 :: After midnight BBQ

We zijn opgelucht. Net een sms’je van Chantal, die amper 24 uur na aankomst al terug de vlieger op moest richting thuisland omdat zoontje Bjarmi met een zware longontsteking zat. Hij is aan de beterhand. Oef. We missen haar enorm, maar zijn blij dat ze bij hem kan zijn. Wij zetten onze tocht intussen voort.

We laten Shenzhen achter ons: metrorit van bijna een uur, recht naar de luchthaven, even een niet nader genoemde koffiehuisketen binnenlopen voor een kop – nou ja – degelijke koffie, en dan de binnenvlucht naar de gigantische “stadsprovincie” Chonqing. Een minivan – nog nooit zat ik in een bestelwagen die deze naam zo waardig is – trotseert de monsterfiles en brengt ons richting centrum.

Chonqing wordt wel eens ‘de oven van China’ genoemd. Het is er, omwille van de bergen waartussen het gelegen is, onwaarschijnlijk heet en vochtig in de zomer. Vandaag regent het, de temperatuur valt mee, maar de megalopolis ligt er op het eerste zicht erg troosteloos en grijs bij.

We schrikken even van de club waarin we spelen, de “Nuts Club”: net een Oost-Duitse punkerskeet. Jammer genoeg ziet de installatie en de aanwezige backline er ook uit alsof één of andere hardcoreband de boel de dag voordien volledig getrasht heeft. De amps en boxen klinken naventant, of klinken gewoon niet. Dit wordt moeilijk. Wederom een eerder frustrerende soundcheck. De goedkope Chinese Fender Squier Stratocaster die we enkele dagen geleden op de kop tikten laat ons ook in de steek. Het onding lijkt onstembaar.

De erg jong aandoende staf (let op: Chinezen zien er wel eens jonger uit dan ze werkelijk zijn), allemaal voorzien van skinny jeans, donkere hippe bles voor de ogen en vol tatoeages, doet er echter alles aan om ons bij te staan en is geweldig sympathiek.Mede daardoor smijten we ons in de set. Enkele rustigere songs worden achterwege gelaten, en we proberen de krakkemikkige technische voorzieningen te negeren. Dat lukt aardig. De opkomst lijkt ook groter dan de afgelopen twee dagen. We bevinden ons in een studentenbuurt, en het publiek ziet er hier ook jonger én internationaler uit. Er zit zelfs een Belg bij.

De mensen zijn hartelijk, er kan zelf een “We are happy to have you here” van af. Gaetan kijkt glunderend en zet een extra stevige versie van “Reunite” in. Jammer genoeg trekt de club ook heel wat regulars aan die duidelijk niet voor de muziek gekomen zijn. De bar heeft dan ook een indrukwekkend arsenaal bieren en geestrijke dranken in huis, van absint tot één of andere louche Sloveense liqueur. Hoe hard we proberen, hoe enthousiast het muziekminnend gedeelte van het publiek ook is, Isbells vs kwebbelende stamgasten: 0-1.

Dan maar soelaas zoeken in het Sloveens drankje. Smaakt wel. We laten het niet aan ons hart komen, en slenteren ietwat gelaten, met bovendien een stevig hongertje, naar het hotel. Onderweg – het is dan al voorbij middernacht – stoten we op een vreemd kraampje met enkele tafeltjes en stoeltjes en een indrukwekkend aanbod aan zorgvuldig samengestelde brochetten: verschillende kip en rundmarinades, een heleboel bekende en onbekende groenten (lotuswortel onder andere), en nog een aantal ondefinieerbare, maar niettemin smakelijk ogende producten. We worden aangemaand een plastic mandje te nemen, het vol te gooien met de brochetten van onze keuze, die we niet veel later in grote kommen voorgeschoteld krijgen, allemaal samengegooid, netjes gegrild en extra gekruid. Het smaakt werkelijk hemels.

Enkele jonge mannen die aan een tafeltje iets verderop iets gevaarlijks met bier aan het doen zijn, spreken ons aan: “We hebben al lang niet meer met buitenlanders gesproken, mogen we er even komen bijzitten?” Sure. Het blijkt hun laatste avond als student in Chonqzing te zijn. Het beleefd, aftastend gesprek dat zich ontspint, vooral door het puike tolkwerk van tourpromotor Jef, ontspoort al vlug in een hallucinante studentikoze en en lichtjes machoïstische “drinking game”. De ad fundums en drinkleuzes vliegen ons om de oren (vrij vertaald, dingen als”‘niet zot niet binnen” of nog: “wij zullen niet stoppen met drinken voordat jullie dood neervallen”). Het gaat er hevig aan toe. Een van de Chinese jongeren wordt laveloos afgevoerd. Anderen generen zich niet om hun blaas te ledigen op nauwelijks enkele meters van waar er nog ongestoord gegeten wordt. Dit wordt te gevaarlijk. We nemen high-fivend en hevig gesticulerend afscheid.

Een maffe avond in een nog maffere stad. We waren hier nog graag enkele dagen gebleven, maar morgen wacht Chengdu.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 12 =