Met Isbells door China: Deel 0 :: Persvrijheid en pedaaltjes

Het is zover. Wat een jaar geleden nog maar een vaag, van de pot gerukt idee was, ingegeven door een heftige après-gig drink – aan de Hamburgse Reeperbahn of all places – is vandaag een feit. Onze zes nog halfslapende (5 uur op … ) lijven zitten op de Thalys richting Charles De Gaule om er het vliegtuig te nemen, bestemming: Volksrepubliek China. We zijn redelijk rustig, de sfeer is gemoedelijk en van een afwachtende opwinding. Echte stress is er niet. Nog niet.

De afgelopen dagen stonden in teken van de vraag: wat neem je nu mee op tour door een land als China? De uitgestrektheid van het land laat ons niet toe het met een tourbusje te doorkruisen. Expresstreinen en binnenvluchten zullen ons van de ene Chinese miljoenenstad naar de andere voeren. Weinig meezeulen is de boodschap. Anders dan het prille begin van Isbells als groep, waar we de hort op trokken met een aftandse gitaar, ingedeukte djembe en halve ukulele, is de setup van de band een stuk uitgebreider geworden.

In mijn geval is dat: vijf gitaren, twee amps en een set baspedalen met geluidsmodule. Pleur dat maar eens in je handbagage. De gearjunk in mij heeft werkelijk een paar nachten wakker gelegen, piekerend over de ideale compacte setup. Uiteindelijk is het gelukt: een minipedalboard met een representatieve selectie pedaaltjes in mijn trolley, een minibanjo en baby taylor-reisgitaar als handbagage. Hopla.

Een andere, ietwat fundamentelere, vraag die ons de dagen voor ons vertrek bezig hiled, en dan vooral ondergetekende: “ga ik eigenlijk wel daadwerkelijk naar China kunnen gaan?” Drie weken heeft het onzekere wachten op een visum geduurd. Waar mijn reisgezellen zonder noemenswaardige problemen het nodige kleurrijke strookje in hun reispasje gekleefd kregen, viel die gezwinde afhandeling mij niet te beurt.

Mijn beroep als televisieredacteur bleek een serieuze reden tot wantrouwen vanwege onze Oosterse broeders. Twee bezoekjes aan de dienst voor Chinese visums in Sint-Lambrechts-Woluwe, verschillende telefonische gesprekken (de vraag “Alors, vous êtes joulnaliste/ So you ale joulnalist?” werd tot in den treure herhaald), één diepteinterview aan de ambassade – vriendelijke maar niettemin gedetailleerd screenende blikken incluis – en 116 euro later, kan ik er weer mee lachen, maar: persvrijheid en volksrepubliek: echt goed gaan die twee nog steeds niet samen.

Maar goed, hier zitten we dan: enkele uren voor het opstijgen, een laatste stukje westers voedsel (lauwe quiche uit de Exki, fresh and ready, nou ja … ) achter de kiezen, klaar voor een muzikale reis in het onbekende. There we go!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 7 =