Team Me :: 9 maart 2012, Botanique

Het moet iets Scandinavisch zijn: het ontplofte muziekklasje. Múm herschoolde zich al op die leest na het vertrek van hun zangeres, het piepjonge Noorse Team Me koppelt dat idee van muzikale exuberantie aan de energie van Arcade Fire en veroverde zo vrijdagavond in de Botanique meer dan een paar harten.

Dat ontplofte muziekklasje? Stel u een lokaal voor, vol instrumenten. Laat daar nu een stel kleuters met ADHD op los. Dàt idee: alles tegelijk, bespeeld met een enthousiasme dat nauwelijks in te tomen is. Dàt, in goede banen geleid door een degelijke songsmid, is Team Me. Het was immers rond Marius Drogsås Hagen — een duivel-doet-al in de Noorse indiescene — dat het allemaal begon; de man floot wat vrienden bijeen rond de akoestische demo’s die hij bij zijn andere projecten niet kwijt kon, en plots was er Team Me.

Het ziet er naar uit dat het zijproject de hoofdbezigheden heeft overschaduwd. In eigen land won de groep onlangs nog een Noorse Grammy voor debuut To The Treetops en ook op Eurosonic in Groningen maakte de groep indruk. Vrijdag stelde de groep zijn debuut ook in Brussel voor, met een pittig concert in de Botanique.

Dat van die kleuterklas was overigens niet uit onze duim gezogen. Team Me betreedt het podium met een kinderlijke onbevangenheid en beschilderde gezichten, als speelden ze cowboy en indiaan. Is “Looking Thru The Eyes Of Sir David Webster” — een ode aan de uitvinder van de caleidoscoop — nog een rustige, psychedelisch aandoende intro, dan barst de groep met “Come Down” los in een prettige popsong die laat horen hoe hard dit zestal de mosterd bij Arcade Fire heeft gehaald; zelfde jagende bas, staccato uitroeptekens.

Bijzonder is ook “Favorite Ghost” dat een andere kant van Team Me laat horen. Als het niet voor de exuberante kermis gaat, dan kan het al eens wat wijdlopig pingelen worden. Met een toefje psychedelica als bijgedachte. Het is niet de sterkste kant van de groep; het klinkt al gauw als weinig spannend, richtingloos gepiel dat de aandacht moeilijk weet vast te houden. Dan liever “Patrick Wolf & Daniel Johns”, dat in zijn arrangement wel eens durft te knipogen naar Sufjan Stevens.

Een prachtig rustpunt is “Kennedy Street”, een elegische popsong waarin de band voor één keer gas terugneemt zonder richtingloos te gaan fröbelen. Het laat de song gewoon een simpel liedje zijn, al ontspoort het ook heerlijk in de laatste bocht wanneer de groep er opnieuw niet genoeg geluidjes bij kan stoppen. “Show Me” er net na, gaat euforisch door op dat elan met een refrein dat tot meezingen dwingt.

Want daar is het Team Me om te doen: samenzang, een gemeenschapsgevoel. Zoals in de bis “With My Hands Covering Both Of My Eyes I Am To Scared To Have A Look At You Now”, dat helemaal explodeert, met een drum die nog snel van het podium midden in de Rotonde wordt gezet voor een laatste set finale roffels. Als een uitroepteken na een opwindende set; een manier om van Team Me ‘Team We’ te maken.

Neen, het is allemaal nog niet perfect, er zijn momenten dat alles dood valt of stuurloos het decor in rijdt, maar het is niet erg. Voor elk “Favorite Ghost” is er immers een “With My Hands…” dat het hart een vreugdesprongetje doet maken. Team Me is een energiebom die nog wat instabiel is, maar geef het nog twee jaar, en het wordt een dodelijk wapen vol vreugde.

Team Me staat deze zomer op het Dour Festival.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − een =