REWIND :: De Mens :: 11 februari 2012, AB

Nadat eerder al groepen als The Scabs, Gorki en The Kids in het kader van de fijne REWIND-reeks hun klassieker van A tot Z en met succes in de AB kwamen oppoetsen, was het deze keer de beurt aan De Mens. Frank Vander linden en Michel De Coster kregen zo de kans om hun debuut uit 1992 nog eens over te doen.

We zaten er eigenlijk niet op te wachten dat Frank Vander linden zijn muzikale oerknal nog eens integraal op ons zou loslaten. Zo mijmeren we op aanvraag wel eens nostalgisch over dat strak gespeelde debuut in de Beursschouwburg, maar beseffen ook nu alweer dat er tegen uitgelokt handgeklap toch niets te beginnen valt. Twintig jaar geleden riep De Coster nog gewoon “aa bakkes” naar een onverlaat in het publiek, nu springt hij als een opgenaaide Adam Clayton over het podium. Mét royale oprotpremie in de achterzak, dat dan weer wel.

Achteruitkijken is stilstaan op een transportband. Ook dat schreven we al eens over De Mens en we vallen dus in herhaling. Er valt ook weinig verrassend nieuws over De Mens te melden, het moet dus zijn dat u zich verkneukelt in nog maar eens hossen op “En In Gent”. Gezellige voorspelbaarheid troef dus, waarbij het gelukkig nooit te klef wordt. Er straalt vooral dankbaarheid van het verkouden hoofd van Vander linden, maar het is dan ook een verjaardagsfeestje. En waarom zou er dan niet wat gedanst worden? Het jongetje dat ooit in Vander linden school, met voet en rug tegen de geluidsmuur leunend en de ogen op de schoenen gericht, is immers al lang vertrokken. De platen van American Music Club en The Smiths stevig onder de arm geklemd.

Met een kort voorgedragen geboortekaartje als storend startschot wordt iets teveel eer gegeven aan een debuut, dat wij in een gulle bui vooral als verdienstelijk willen bestempelen. Vander linden geeft dat zelf ook nonchalant aan na een prima versie van “Irene”. ‘U bent alleen voor dit nummer gekomen natuurlijk’, bromt de voormalige (fv), waarna het vet inderdaad al snel van de soep is.

Galmde twintig jaar geleden nog het uitgesponnen “Arc” van Neil Young door de boxen als statement, dan horen wij nu vooral hiphopmuziek in de zaal. En in hetzelfde jaar dat Whitney nog wou dansen met een bodyguard, bleek De Mens nog geen te downloaden bestand of een levensnoodzakelijke app en was je op rockconcerten inderdaad nog verplicht om te roken. Tijden veranderen, Bob.

Binnenkomer “Dit Is Mijn Huis” bonkt dan ook onverkort en met zichtbaar plezier de deur open naar dat vermaledijde verleden. En zie, het blijkt aanvankelijk toch een prettig weerzien. Oude vrienden als “Vrijheid Die Niet Eenzaam Is” (met de nog steeds klassieke, van zelfbeklag druipende zin “en als de goudvis haten kon, haatte hij mij vanuit zijn kom”) en het door hyperkinetische synths voorgestuwde “Jeroen Brouwers (schrijft een boek)” komen ons met ferm uitgestoken hand tegemoet. Ook de staccatodeun “Je Wordt Er Zo Moe Van” krijgt van ons nog een bemoedigende schouderklop, maar na “Irene” — dat nog plagerig wordt ingezet met een stukje “Mia” — verslapt de aandacht. De aandacht, ja.

Het triootje “Een Kwestie Van Techniek”, “Kan Het Nu?” en “Denk Aan Mij” legt vervolgens de pijnpunten van dit debuut mooi bloot: flauwe woordspelingen over sex, huppelend over een te prominente baslijn. Sex mag dan wel alles veranderen, maar onvergetelijke muziek levert het niet op. Het sober slotnummer “Maria Zegt” is dan ook om meer dan één reden een welgekomen afwisseling.

Wie vervolgens hoopt op een ferme rechtzetting in de tweede helft van het concert, wordt niet helemaal op zijn wenken bediend. De bisronde is warrig, de nummerkeuze bedenkelijk, Blond oververtegenwoordigd. Goed, er moet een verzamel-cd aan de man gebracht. En daarop staan de eerste drie bissen “Kamer in Amsterdam”, “Zonder Verlangen” en “En In Gent” te fonkelen. Geen spoor echter van het essentiële “Nederland” in de Brusselse muziektempel, maar wel het erg flauwe “Wij”, dat een refrein heeft waardoor we eerder aan een wei denken.

Fris lichtpuntje “Ergens Onderweg” komt rijkelijk laat en doet ons door de olijke samenzang op het eind eerder afvragen wat er ondertussen op de landelijke voetbalvelden is gebeurd. Later stellen we tevreden vast dat Sint-Truiden echt wel op weg is naar de uitgang, maar dat is, net als de bloedarmoedige reprise van “Dit Is Mijn Huis”, geheel naast de kwestie.

Op het podiumdoek achter De Mens prijkt de hele avond een gouden kroon, een schuine versie van het Dog Eat Dog-logo. Hiphoppend op één been vragen we ons af welk soort koning Vander linden dan wel mag zijn, maar eruit geraken doen we niet. Jeroen Brouwers weet nog steeds hoe hij een prachtroman moet schrijven, maar Vander linden zien we nog eerder opduiken als vervanger van Sven de Leijer. Een carrière als taalvaardige applausmeester loert vervaarlijk om de hoek en ja, we blijven dat op basis van de voorbije twintig jaar toch wat jammer vinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 5 =