The Darkest Hour

Viel deze week erg mee: ‘The Darkest Hour’, een relatief
grimmige alien invasion-thriller met een premisse zo
silly dat hij alleen maar uit de koker van een Russische
scifi-auteur kon komen: de buitenaardse wezens die onze aardkloot
ditmaal onveilig komen maken, hebben immers geen schubben,
tentakels of laserguns, maar bewegen zich voort in – hou u vast –
onzichtbare lichtvlekjes. Om het toch nog een beetje
spannend te houden, kunnen de smeerlappen wel met een, euh,
vingerknip alle mensen die hun pad doorkruisen desintegreren in
smeulende hoopjes as. Het resultaat houdt het midden tussen
‘Predator’, ‘I Am Legend’ en ’28 Days Later’, edoch allemaal een
tikkel goofier. Een stuk meer entertainend alvast dan de
meedogenloze Amerikaanse recensies doen vermoeden.

Voor één keer bevinden we ons ook niet in een of andere
Amerikaanse grootstad – als Europa met de grond gelijk wordt
gemaakt, is er doorgaans nog maar weinig reden tot paniek in de
gemiddelde einde-van-de-wereldblockbuster – maar volgen we het lot
van vier Amerikaanse twentysomethings die, hetzij voor
zaken (Emile Hirsch en Max Minghella proberen een zelfgemaakte app
te verpatsen), hetzij voor het plezier (Olivia Thirlby en Rachael
Taylor zetten de bloemetjes buiten), in Moskou verzeild zijn
geraakt. Nadat de moordzuchtige will-o’-the-whisps (ze
zien eruit als uw kerstverlichting, maar speuren met hun
Predator-vision naar menselijk vlees) uit de hemel zijn
neergedaald, verschanst het kwartet zich in de kelder van een
discotheek om na enkele dagen een helletocht aan te vatten doorheen
de Russische ruïnes, op zoek naar enig teken van menselijk
leven.

Dat recept is ondertussen zo oud als de straat en werd de
laatste jaren tot in den treure herhaald in verschillende variaties
(van ‘Cloverfield’ over ‘Contagion’ tot ‘2012’). ‘The Darkest Hour’
voegt thematisch gezien ook helemaal nougatbollen toe aan
de formule. Regisseur Chris Gorak is helemaal niet geïnteresseerd
in de menselijk-sociale gevolgen van de catastrofe (zie
bijvoorbeeld ‘The Walking Dead’), weigert zijn personages enige
geloofwaardige drijfveren te geven (het erg nadrukkelijke ter
inspiratie dienende ‘War of the Worlds’) en gebruikt het gegeven
van de apocalyps ook niet als een allegorie (‘The Day the Earth
Stood Still’, ‘Knowing’). ‘The Darkest Hour’ geeft erg weinig
duiding en wil, zo gokken wij, simpelweg een plezierige, spannende
thriller zijn met een onderhoudend donker sfeertje. En dat is-ie
ook!

Leuk aan de door en door kwaadaardige lichtwolkjes – als
doorwinterde baddies maar nipt angstaanjagender dan de
varens die Mark Wahlberg terroriseerden in ‘The Happening’ – is dat
ze veel mogelijkheden bieden in de manier waarop de overlevenden
zich moeten beschermen en van plaats tot plaats bewegen. Omdat
alleen elektriciteit de aanwezigheid van de aliens verraadt, binden
de overlevenden allemaal een – godbetert – gloeilamp rond hun nek.
Omdat de (nu ja) beesten alleen maar elektromagnetische golven
kunnen waarnemen, volstaat het als overlevingstechniek om achter
een stuk glas te gaan staan – geef toe, díé had u nog niet
gezien! En om overdag te weten wanneer de baddies in
aantocht zijn, wordt er naar hartenlust met gsm’s gesmeten, zodat
de ringtunes verklappen wanneer de malafide schepsels in aantocht
zijn. Dat zijn leuke ideetjes, waar op een soms behoorlijk
spannende manier mee gespeeld wordt.

Gorak weet ook slim enkele horrortechnieken binnen te smokkelen.
Soms is dat evidente stuff die je in elke thriller wel eens zal
aantreffen – een deur die ostentatief niet helemáál gesloten wordt,
het monster dat tergend traag dichterbij komt – soms wordt er met
die regels ook iets inventiever omgesprongen. Voorbeeld: op een
bepaald moment staat één van de personages in de linkerhelft van
het scherm tegen een paal. Ze kijkt angstig vooruit, naar iets dat
gebeurt achter de camera, terwijl achter háár de rechterhelft van
het scherm ostentatief wordt opengelaten. Iets wat je van ons
gerust een kill screen mag noemen; aan de compositie zie
je al hoe laat het is voor dat personage. Gorak laat dat shot
echter een keer of zes zien zonder dat er iets gebeurt. Dat levert
dan een ‘Paranormal Activity’-effectje op, waarbij je tóch weer
begint uit te kijken naar wat er net gaat gebeuren.

Toegegeven, echt wereldschokkend is dat niet, maar het zijn
zulke details die ‘The Darkest Hour’ net boven de middelmaat
verheffen. Gorak schijnt goed te beseffen waar hij mee bezig is. Je
krijgt geen wanhopige pogingen – achterliggende trauma’s of zo – om
de personages diepgaand te maken, maar net zo min worden
ze typisch Amerikaanse clichés. Dit zijn geen prototypisch
kloterige sportboys, onzekere maar lieve nerds, irritant
hyperactieve zwarte homeboys of door seks geobsedeerde
grapjurken, maar gewoon vier normale jongeren (Max Minghella speelt
hier krek zijn rol uit ‘The Social Network’, alleen wordt
hij nu opgejaagd door de special effects uit die reclamespotjes van
Electrabel). Akkoord, we weten niks over hen, maar net als in
‘Cloverfield’ deert dat weinig: Gorak weet dat hun situatie
voldoende is om je – op een beperkt niveau – toch te doen meeleven.
Waarom zou je je dan gaan bezighouden met krampachtig
geprefabriceerde karaktertekeningen? “Op een beperkt niveau” is
echter wel het sleutelwoord over de hele lijn: de film is leuk om
naar te kijken, maar meer moet je er ook écht niet van
verwachten.

Heb je dus eventjes niets te doen: ‘The Darkest Hour’ is
aangenaam tijdverdrijf. Het blijft holle Hollywoodkost, maar ze is
fijn geserveerd en packt net genoeg punch om het
allemaal plezant en spannend te houden. En tja: een film waarin een
stel pissige Russen met enkele schaamteloos van ‘Ghostbusters’
gepikte kanonnen op lichtvlekjesjacht gaan, daarvoor mag een mens
toch al eens naar de cinema trekken, nietes? Welles!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + 13 =