Köhn :: Random Patterns

Wanneer Jürgen De Blonde niet de vrolijke Frans uithangt met zijn maatjes van De Portables, durft hij zich wel eens uit te leven onder het alter ego Köhn. Onder deze naam waagde hij zich in het verleden aan contemporaine electro uit de marge die moeiteloos kon wedijveren met de grote namen binnen het (underground)circuit. Met zijn vorige worp We Need More Space In The Kosmos (her)ontdekte hij de “Kosmische Musik”.

Het genre duidelijk nog lang niet beu gehoord, waagt hij er zich met Random Patterns opnieuw aan, zij het ditmaal met een paar interessante restricties. Zo is het album, dat bestaat uit vier nummers, niet alleen volledig geïmproviseerd, maar gebruikt De Blonde enkel een jaren zeventig orgel voor zijn verschillende composities. Naar eigen zeggen vormden bovendien Philip Glass, Steve Reich en Terry Riley de voornaamste inspiratiebronnen voor dit album. Bij dit laatste dient meteen de kanttekening te worden gemaakt dat de niet muzikaal geschoolde De Blonde nergens hun verstilde complexiteit haalt.

Dit dient evenwel niet als kritiek te worden gelezen, maar als een waarschuwing voor de luisteraar die zo De Blondes nieuwe werk in een bepaalde hoek dreigt te plaatsen. Want zoals het meer dan twintig minuten durende (en meteen de eerste lp-kant voor zich opeisende) “Armon Dates Ptrn” aantoont, creëert Köhn van bij de eerste noten de krijtlijnen van een universum waarbinnen hij zijn eigen speelveld creëert en aan de slag kan gaan met melodielijnen, patronen en structuren. Het bezwerende karakter dat voortvloeit uit repetitieve en minimalistische ideeën komt uiteraard uitstekend tot zijn recht dankzij de lange duur van het nummer.

Als een oneindige mantra blijft het met dezelfde bouwstenen en lijnen een steeds wisselend doch herkenbaar patroon uittekenen dat zich als een Zen-wijsheid in het hoofd nestelt en daar alle gedachten inclusief zichzelf wegvaagt in ruil voor een allesoverheersende stilte en rust. Dat de tweede plaathelft zich over drie korte nummers verdeelt, mag dan wel aanvankelijk op enige weerzin stuiten (hier geen tweede oneindig aanvoelende universaliteit), diezelfde afkeer verdwijnt wel wanneer “Modern Past Rant” zichzelf ontplooit. Op nauwelijks vijf minuten weet Köhn opnieuw een gevoel van verlatenheid en absurditeit te creëren.

Waar “Armon Dates Ptrn” door zijn meanderende uitgestrektheid finaal alle grenzen ophief, dwingen deze “korte” nummers tot een persoonlijke invulling van de luisteraar zelf. Zo is het maar de vraag of eenieder in “Mantra Portends” een zekere opgetogenheid zal horen en niet veeleer door de korte herhaling een zenuwachtige spanningsboog zal zoeken. Ondanks (of net door) zijn bijna tien minuten durende speeltijd varieert De Blonde hier meer met opbouw en gevoel dan in de andere nummers, waardoor de song op zich een lappendeken vormt van “willekeurige patronen”.

Het afsluitende “Transported Man” zoekt net als “Modern Past Rant” het maximale van het minimale op en verheft het repetitieve tot nieuwe god. Het vormt een mooi afsluiten van een cirkel waarbij begin en einde ouroborosgewijs zich aan elkaar vastklampen. Wie aandachtig beide nummers beluistert en naast elkaar legt, hoort bovendien hoe Köhn tweemaal van eenzelfde patroon vertrekt maar door te kiezen voor een ander ritme en andere tonen toch tot een geheel ander nummer komt dat zich voornamelijk op een onderbewust niveau als een oude, bekende vriend voorstelt.

Random Patterns haalt het nergens van Köhns vorige album We Need More Space In The Cosmos, daarvoor is de keuze voor het minimalisme te beperkend en schiet De Blonde als muzikant tekort. Maar dat doet zoals eerder gesteld weinig af aan de plaat zelf en het feit dat De Blonde binnen de zichzelf opgelegde restricties een geheel weet te construeren dat in de eerste plaats de luisteraar uitdaagt om zelf de leegte op te vullen of zich erin te verliezen. Random Patterns herbergt patronen die zichtbaar/hoorbaar zijn voor wie bereid is zich ervoor open te stellen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven − 6 =