Eindejaarslijstje 2011 van Tom van Baarle

We hadden 2011 eigenlijk het liefst uitgeleide gedaan aan de hand van pakweg een top twee, aangevuld met elvendertig eervolle vermeldingen zonder volgorde. Dat betekent allerminst dat 2011 een kneusje onder de muziekjaren zou zijn. Het betekent wel dat 2011 een jaar met bovengemiddeld veel hardnekkige contenders was, waarin slechts enkelen daar nog bovenuit staken. Het betekent ook dat de artiesten voorbij het eerste kwart van deze top tien en de runners-up elkaar weinig ontlopen. Hield de hoofdredacteur ons niet bij de les (en aan onze eerste keuze), dan zag deze lijst er morgen misschien alweer anders uit.

  1. Bon Iver :: Bon Iver     Soeverein heerste Justin Vernon over de tweede helft van 2011. De plaat Bon Iver is een quantum leap voor de artiest Bon Iver: wie voorbij de cheesy keyboards en andere auditieve trickery luistert, kan deelgenoot zijn van de coming of age van Vernon. Waar hij nog in zijn uppie het intieme For Emma, Forever Ago in sepiatinten bij elkaar borstelde, is Bon Iver een in felle kleuren uitgevoerde triomf van een singer-songwriter annex bandleider in bloedvorm.
  2. Tune-Yards :: w h o k i l l     We nemen hier genoegen met enkele van de woorden die we in mei veil hadden voor de caleidoscopische tweede plaat van tUnE-yArDs: w h o k i l l straalt — in woord en geluid — levensvreugde en geloof in onbegrensde mogelijkheden uit.” En ook, over single ‘Bizness’: “Zo ongeveer moet een jam op Mars tussen Dirty Projectors en Steve Reich klinken, met Ladysmith Black Mambazo (die van Paul Simons Graceland) en Björk in vocale steun. In realiteit is het enkel Merrill Garbus. Essential stuff.”
  3. Feist :: Metals     Vier jaar na de even archetypische als geweldige koffietafelplaat The Reminder — die je met succes zowel aan een bevriende hipster als aan je moeder cadeau kon doen — komt Leslie Feist in 2011 terug met een album dat het planetaire succes van die vorige plaat — aangedreven door übersingle en iPod-reclame-tune ‘1234’ — vast niet evenaart. Deze Metals beoogt dat ook niet en volgt een eigen, ietwat ruwer en donkerder pad. Puur als de plek waar ze is opgenomen — het Californische natuurgebied Big Sur; beurtelings woest en ingetogen, maar bovenal full-time geweldig.
  4. Girls :: Father, Son, Holy Ghost     Over the top feest van invloeden? Check. Top? Check.
  5. Low :: C’Mon     Na de rock en electronica-uitstapjes op hun laatste platen is C’Mon voor Low een terugkeer naar de essentie. Die essentie betekent in hun geval: de perfect blendende stemmen van echtgenoten Mimi Parker en Alan Spearhawk, mooier dan ooit om elkaar heen cirkelend.
  6. Fucked Up :: David Comes To Life     Zoals Bob Marley reggae is voor mensen die niet van reggae houden (copyright Humo), zo is Fucked Up hardcore voor mensen die niet van hardcore houden. Wij hebben niet gek veel met hardcore, maar koesteren deze David Comes To Life, een tachtig minuten durende — het prog-alarm gaat nù af — rockopera. Waarom doet deze plaat ons hart ondanks alle negatieve voortekenen af en toe een tel overslaan? Songs, hooks en plenty of them.
  7. dEUS :: Keep You Close     Bijzonder overtuigende terugkeer naar de vorm van The Ideal Crash. Wie vasthoudt aan het sjabloon annex ideaalbeeld van Worst Case Scenario zal ook uit deze Keep You Close een bewijs weten te puren dat het vroeger beter was. Voor wie bereid is het huidige dEUS als een andere groep — met andere en vooral vijftien jaar oudere leden — te zien, valt er veel moois te halen, Morticiachair nog aan toe!
  8. Spinvis :: Tot Ziens, Justine Keller     Bevat met opener ‘Oostende’ onze Song Van Het Jaar, maar ook elf andere miniatuurtjes van de hand van Erik De Jong die daar bijzonder weinig voor moeten onderdoen.
  9. Wilco :: The Whole Love     De heropstanding van Jeff Tweedy en co uit de saaïgheid. Een plaat met twee uit de kluiten gewassen bookends: in de opener ‘The Art Of Almost’ doet Wilco zeven minuten van Kid A; het licht uitdoen wordt overgelaten aan het hypnotische ‘One Sunday Morning (Song for Jane Smiley’s Boyfriend)’, goed voor twaalf minuten speeltijd. Daartussen alles wat Wilco geweldig maakt: snerpende (kraut)rock, lichtvoetige pop en meeslepende country(rock).
  10. The Antlers :: Burst Apart     Een onverwachte ontsnappingsroute uit de — weliswaar schitterende — cul de sac die de getoonzette depressie Hospice was: Burst Apart is zowaar een warme plaat, al hoeft u zich daar nu ook weer niks Copacabana-achtigs bij voor te stellen.

Ook (niet) helemaal (niet) verkeerd: The War On Drugs, Youth Lagoon, Rumer, Cut Copy, The Twilight Singers, Cloud Nothings, James Blake, The Bony King Of Nowhere, Tom Waits, Panda Bear, Elbow, Bill Callahan, Josh T. Pearson, Hauschka, Destroyer, Amatorski, Beirut, Jay-Z & Kanye West, Washed Out, The Field, Björk en M83.

Bijzondere concertherinneringen: Pitchfork Music Festival Paris , Sufjan Stevens (Koninklijk Circus), Buffalo Tom (AB), Twilight Singers (AB), The Tallest Man On Earth (Koninklijk Circus), Low (Botanique), Feist (Koninklijk Circus), dEUS (Vorst Nationaal) en de eerste/laatste vijf minuten van Smith Westerns (Pukkelpop).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vijf =