Björk :: Biophilia

One Little Indian, 2011

Vergeet de tientallen reïncarnaties van de huidige
popprinsessen, de enige echte meesteres van de heruitvinding moet
Björk wel zijn. Ze maakte IJslands tot poptaal (‘Gling-Gló’),
esthetiseerde stille contemplatie (‘Vespertine’), herdefinieerde a
capella (‘Medulla‘) en sloeg op
het diepst van haar experiment de handen in elkaar met popgoeroe
Timbaland (‘Volta‘). Voor haar
achtste langspeler daagde ze zichzelf nog verder uit: elk van de
tien songs op ‘Biophilia’ is gebaseerd op een bepaald
natuurfenomeen of concept dat via technologische innovatie in een
eigen sonoor universum moet weerklinken. Als eerste grote artieste
ging ze om dat te bewerkstelligen aan de slag met de
iPad-technologie, en alsof dat nog niet genoeg was, liet ze
daarnaast ook nog enkele nieuwe instrumenten ontwerpen.

Het business plan zette de speekselklieren van de gemiddelde
Björkfan meteen in werking, maar de eerste single kon deze intrige
niet meteen waarmaken. ‘Crystalline’ ligt aardig in het oor en
heeft – toegegeven – een geniale drum & bass-outro, maar teert
in de eerste vier minuten voornamelijk op het ondertussen al
meermaals beproefde elfensfeertje dat Björk zo groot maakte. Het
contrast met de hardheid van de finale was veel interessanter
geweest, had men de strijd al eerder laten losbarsten. Getuige
daarvan ‘Mutual Core’, een onderkoeld celestiaal nummer dat
onverwacht een fikse rechtse uitdeelt met een hoekige beat, die de
weg ruimt voor een pompend refrein dat het midden vindt tussen
‘Innocence’ en ‘Pluto’. Nogmaals een bewijs dat Björk op haar best
is wanneer ze het haar luisteraar niet al te gemakkelijk maakt.

‘Biophilia’ is er niet vies van om de luisteraar uit te dagen.
‘Thunderbolt’ is gestut op een arpeggio beat, die langzaamaan deel
wordt van een ceremoniële harmonie, maar deze ook uit elkaar
probeert te trekken. ‘Dark Matter’ gaat nog een stap verder. Door
te flirten met de atonaliteit lijkt het hele nummer in een zwart
gat getrokken te worden, waarin Björks stem als enige lichtbron
slechts zachtjes flikkert. ‘Sacrifice’ en ‘Solstice’ drijven op
ritualistische, minimalistische strings en lijken op deze manier
terug te verwijzen naar ‘Drawing Restraint No 9’.

Zo komen we meteen terecht bij het pijnpunt van ‘Biophilia’.
Zoveel technische experimenten hadden gerust een vernieuwender
eindproduct mogen opleveren. In ‘Virus’ hoor je een update van
‘Oceania’, waaraan de speciaal ontworpen gamelan maar weinig kan
toevoegen. ‘Moon’ had zijn harpen ook meer in dialoog mogen laten
gaan met de holle beats. In deze gedaante kan je het immers zonder
stijlbreuk aan het begin van ‘Vespertine’ plakken.

De ware fan zal na drie jaar stilte zeker plezier beleven aan
‘Biophilia’, maar er in tegenstelling tot enkele van de voorgangers
geen totaal nieuwe ervaring uithalen. De inspanning die je moet
leveren om door sommige nummers te leren navigeren, leidt
uiteindelijk dus niet tot een wereldschokkende verrijking. Een
plaat van een aanhoudend degelijk niveau, maar binnen het oeuvre
van Björk zijn we overtreffender trappen gewoon.

http://bjork.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =