Julian Barnes :: Polsslag

Met zijn laatste roman Alsof het voorbij is won Julian Barnes recent de Man Booker Prize. Minder aandacht ging naar de in 2010 voltooide kortverhalenbundel van de Britse succesauteur, waarvan de Nederlandse vertaling ook dit jaar verscheen. Wie Barnes nog nooit in de kleine vorm las, moet dit boek lezen, want met Polsslag bewijst hij opnieuw hierin een nog grotere meester te zijn dan in de romankunst.

De Man Booker Prize is een jaarlijkse prestigieuze prijs voor de beste roman van het Britse Gemenebest en Ierland. Na drie voorgaande nominaties kreeg de 65-jarige Julian Barnes hem eindelijk in handen voor zijn veertiende roman Alsof het voorbij is. Hierin komen een aantal stokpaardjes van de auteur aan bod zoals het beleven van tijd, overpeinzingen over geheugen en hoe vals herinneringen kunnen zijn. De dunne roman kenmerkt zich door een grote leesbaarheid en mooie spanningsopbouw, zonder al te veel literaire referenties. Hiertoe laat de erudiete Barnes zich wel eens verleiden, waarvan bijvoorbeeld Flauberts papegaai en Arthur & George getuigen, boeken waaruit een grote intertekstualiteit spreekt met werk van respectievelijk Gustave Flaubert en Arthur Conan Doyle.

Polsslag is niet Barnes proefstuk op het gebied van kortverhalen. Misschien begon het met het nu al klassieke Een geschiedenis van de wereld in 10½ hoofdstuk (1989) waarin Barnes de lezer via tien korte hoofdstukken en een essay meeneemt doorheen de geschiedenis. Het erudiete, grappige én ontroerende boek wordt vaak omschreven als roman, maar de kiem van de kortverhalenschrijver is erin aanwezig. In 1996 verscheen een eerste echte bundel kortverhalen Over het kanaal en een kleine tien jaar later het meesterlijke De citroentafel (2005), een heel sterke bundel over bejaarden en het thema ouder worden. Overigens werd enkele jaren later Niets te vrezen gepubliceerd, een boeiende essayistische zoektocht waarin Barnes ook al het levenseinde onderzoekt.

In zijn verhalen ontpopt Barnes zich net als in de romans als een heel vlotte en luchtige verteller. Het beperkt aantal bladzijden noopt hem bovendien heel precies en economisch te schrijven, kortom zich tot een essentie te beperken en het is misschien wel hierin dat de verhalen te verkiezen zijn boven de grotere vorm die al eens wat ballast durven bevatten. Daarnaast zijn uiteraard Barnes’ filosofische mijmeringen, zijn psychologische diepgang aanwezig, steevast heel natuurlijk in de tekst opgenomen, waardoor je op elke bladzijde wel een waarheid over het leven aantreft. Het zijn deze eigenschappen die ook Polsslag kenmerken en het zijn grote literaire kwaliteit verlenen.

In het titelverhaal komen we opnieuw in de perfect ingeleefde wereld van De citroentafel terecht, die de verschillende facetten van het ouder worden zo fantastisch blootlegt. De ouders van de verteller zijn twee bejaarden, geconfronteerd met verlies. Hij van zijn reukzin, zij binnenkort van haar leven door de terminale ziekte ALS. De scene waarin de reukloze man zijn stervende vrouw trakteert op allerhande geuren, ervan overtuigd dat het reukorgaan het langst in stand blijft, behoort tot de meest beklijvende ooit gelezen. Daarenboven laat Barnes zijn verteller contrapuntisch met het verhaal van zijn ouders een eigen verliessituatie ontwikkelen, namelijk die van zijn huwelijk. En zoals het hoort bij meerstemmigheid vraagt hij zich wereldbeschouwelijk af hoe het ene met het andere te maken heeft. Dit is het slotverhaal en aan de andere zijde van het boek is het ook ernst troef met Oostenwind. Korter, maar volmaakt en van een enorme emotionele kracht, waardoor het boek opent met een mokerslag.

Waar er in het tweede deel van het boek vijf verhalen over elke vorm van zintuiglijk verlies gaan, zo komt er in het eerste deel ook een vierluik met tafelgesprekken. Naast een korte inleiding en afsluiting bestaan deze verhalen enkel uit snelle dialogen. De ondertoon is duidelijk ironisch, met als boodschap dat wat werkelijk van belang is in het leven niet wordt gezegd. Hoewel grappig worden deze gesprekken na een tijdje eentonig en is vier teveel van het goede. Tot volle wasdom komt Barnes innemende stijl in de gebalanceerde verhalen, soms neigend naar het essayistische, waarin de melancholie de onderlaag vormt. Het huwelijk is een terugkerend onderwerp, zoals in Tuinwereld, alsook verlies van een partner. Dit laatste bijvoorbeeld in Huwelijkslijnen, een verhaal waarin misschien de invloed te voelen is van het feit dat Barnes recent zelf zijn echtgenote verloor.

Kortom brengt Polsslag een aantal luchtige, licht ironische verhalen samen met meer subtiele die melancholischer ondertonen hebben, met verlies en ouderdom, liefde en eenzaamheid als thematiek. Dat alles in Barnes innemende stijl, altijd helder, gelardeerd met diepzinnigheden die zo kort en spontaan geïntegreerd zijn dat je er bijna over leest. Wie De citroentafel gelezen heeft, zal sowieso meer verhalen van Barnes willen lezen en zit met Polsslag zeker goed. Diegenen die van Barnes houden om zijn romans, kunnen alleen maar nog meer verwonderd raken over de kracht van zijn kortverhalen. Zij die Barnes niet kennen, worden via Polsslag perfect geïnitieerd in de vele gezichten van een van Europa’s beste schrijvers van het moment.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + veertien =