Weasel Walter :: Ominous Telepathic Mayhem

Als je de naam Weasel Walter op een album ziet staan, dan is enige voorzichtigheid geboden. De maniakale vierarmige drummer, die resoluut blijft rondhangen in het extremere uiteinde van het muzikale spectrum, heeft niet enkel een patent op vaak hysterische muziek die best in kleine dosissen verteerd wordt, maar ook nogal vaak de neiging om te gaan domineren met zijn gewelddadig maximalisme. Op deze duettenplaat is de hyperkinetische gekte volop aanwezig, al gaat het toch om een consistente luisterervaring.

De man wordt dan ook niet bijgestaan door de minsten. Duets with Peter Evans, Mary Halvorson, Darius Jones and Alex Ward luidt de ondertitel, en wie de hedendaagse avantjazz en improvisatie wat volgt, gaat bij het lezen van die namen meteen de oren spitsen. Evans, Halvorson en Jones behoren tot de meest indrukwekkende jonge figuren in New York, waar ze klaargestoomd werden voor het serieuze werk. Alle drie speelden ze al aan de zijde van jazz- en improvisatiegiganten (Halvorson ging bijvoorbeeld in de leer bij Anthony Braxton, Jones dook op aan de zijde van o.m. William Hooker en Matthew Shipp en Evans verkeert al een paar jaar regelmatig aan de zijde van improvisatie-icoon Evan Parker) en zijn ze bezig aan straffe solocarrières.

Gitarist/klarinettist Alex Ward is dan weer een vaste waarde van de Britse improvisatie en een muzikant met wie Walter meteen verwantschap voelde (“a similar nexus where nuanced improvised music and id-vomit rock noise exist on an even keel”). Het leidt alleszins tot een uit de kluiten gewassen album van meer dan zeventig minuten dat niet geschikt is voor gevoelige luisteraars. Geen van deze muzikanten laat immers een spaander heel van het opgekuiste beeld van de afstandelijke jazzintellectueel met z’n makkelijke trucs en holle hoogstandjes. Met Halvorson als eventuele uitzondering neigen deze figuren ofwel naar een meer viscerale aanpak (Jones, Ward), ofwel laten ze zich kennen als waanzinnig begaafde alleskunners (vooral Evans).

In twee of drie stukken, die de voorbije drie jaar opgenomen werden, gaan de gasten in dialoog met Walter, die regelmatig op hol slaat. Zo krijg je in “Clarity”, het eerste stuk met Jones, meteen de drummer te horen die steevast op de foto staat met t-shirts van deathmetal- en grindcorebands. Dubbele basdrums, blast beats, uitzinnige roffels, crashende cimbalen, bij Walter passeert het allemaal. Gelukkig wordt hij wat dat betreft ook voorzien van het nodige weerwerk. Jones, die Walter al kent van bij Hooker, is een schietgrage sparringpartner die zelf ook een aardig geweeklaag kan laten horen op zijn altsax en durft terugschakelen naar ingetogen mijmeringen en abrupte wendingen.

De stukken met Halvorson zijn waarschijnlijk het minst extreem, al kan je ze bezwaarlijk toegankelijk noemen. Daarvoor zijn de ritmes van de drummer te onvoorspelbaar en het spel van Halvorson te idiosyncratisch. Haar spinnige gitaarstijl is een steeds in beweging blijvende weigering om terug te vallen op traditionele trukendozen vol voorspelbare akkoordenschema’s en solo’s, met in plaats daarvan merkwaardige wendingen, een duik in het effectenarsenaal en een opvallende focus op details, die voortdurend opgepikt worden door de drummer. Het valt eraan te horen dat deze twee fan zijn van elkaars stijl en werk, al is de ster van deze opnames wat ons betreft toch weer trompettist Peter Evans.

Wat die uit z’n mouw schudt, grenst weer aan het onbevattelijke, nu eens uitpakkend met vloeiende notenrammelingen, al dan niet met waanzinnige intervallen en allerhande herhalingen en wendingen die je op het verkeerde been zetten, dan weer met exploraties die jazz en zelfs een ‘normale’ trompetsound volledig achterwege laten. Zo duikt hij zowel in “Showering With Beer” als in “Grannytram” in de auditieve wereld die hij dit jaar nog verkende met Nate Wooley: een universum waar de trompet aan het feedbacken slaat als een gitaar en zelfs gebruikt kan worden voor gorgel-, ruis- en davergeluiden. Horen is geloven.

De drie stukken met Ward gaan van start met de meest gespierde muziek op Ominous Telepathic Mayhem. Het gitaarspel van de Brit gaat verder waar dat van Halvorson ophoudt, met uitzinnig kribbelende, met chaos flirtende noise en pure adrenaline in de aanbieding. De overige stukken, waarvoor hij klarinet speelt, zijn al even onrustig, vol geblaat en ganzengekwetter, waarbij Walters ‘mouthpiece’ zorgt voor een extra carnavaleske inslag. Opnieuw redelijk heftig en na al het voorgaande misschien wat veel van het goede, maar ook rijk aan ideeën en zoveel meer dan instinctieve barricadenbestorming. Wel geen idee waarom de drie stukken (“Non-Alignment Pact”, “Final Solution” en “30 Seconds Over Tokyo”) genoemd zijn naar Pere Ubu-songs, waar ze geen uitstaans mee lijken te hebben.

Ominous Telepathic Mayhem is vooral verplichte kost voor liefhebbers van hardcore improvisatie, extreme ‘speciallekes’ en Weasel Walter, die een zoveelste hoofdstuk breidt aan een carrière die maar niet tot rust lijkt te komen. Woeste gekte voor wie zot is van gespierde plinkeplonke, kortom.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =