Lou Reed & Metallica :: Lulu

Zo is het ongetwijfeld allemaal gegaan: eens om de zoveel tijd staan de sterren van onze Melkweg op krak dezelfde as. Een dergelijk kosmisch fenomeen is hoogst uitzonderlijk en durft de normale gang van zaken in het heelal wel eens te verstoren. Op een bewuste dag in het jaar des Heeres 2011 kon het zelfs het volledige universum uit evenwicht brengen. (Al dan niet) toevallig vond dat beslissende moment plaats op de dag dat Lou Reed en Metallica op één en hetzelfde concert in de VS speelden. Lou Reed, u weet wel, dat is onder andere The Velvet Underground, het magistrale ‘Berlin’ en ook een aantal minder succesvolle experimenten die we al te graag onder de mat vegen. Metallica is daarentegen eerder beroemd van die rits aan heavy metalklassiekers zoals ‘One’, ‘Enter Sandman’ en ‘Master of Puppets’ , nummers die nu en dan nog eens op onze staatsgesubsidieerde en schijnbaar alternatieve radiozenders worden gespeeld. Nu vooral berucht vanwege de richtingloze troep die ze de afgelopen jaren gereleased hebben (‘St.Anger’, u allen welbekend).

En toch zijn het twee begrippen in de muziekwereld die in het verleden al enig respect hebben afgedwongen. Tot nu. Want hoewel kosmische krachten elkaar doorgaans afstoten, is het op die bewuste dag grondig fout gelopen. Het fragiele evenwicht ging even onherroepelijk verloren en alle krachten kwamen bijeen. Na het optreden nodigde Lou de Amerikaanse baarden uit in zijn persoonlijke accommodatie. U kent dat wel, gezellig keuvelen met een halve liter fluitjesbier en een lijntje om te snuiven. Aanvankelijk bleef het beperkt tot wat small talk en een aantal complimentjes heen-en-weer, maar plots (universe at work!) ontstond er een vreemde, bijna wansmakelijke aantrekking tussen de twee krachten. Vertaald: “Hé jongens, laten we eens gezellig een plaatje maken”. Ongetwijfeld het exacte citaat dat het begin van het tragische einde van het universum inluidt.

“Allez Lou, zijt ge zot? Dat kunt ge niet maken”, repliceerde James nochtans onmiddellijk. Het mocht niet baten. Weldra zagen beide partijen in dat het wel eens fun kon zijn om wat te brainstormen en zo hopelijk een geinig plaatje te maken. “Maar dan moeten we toch tenminste iets intellectueels hebben om mee uit te pakken, als het muzikaal misschien op niets uitdraait”. Lou dacht even diep na en zei: “No biggie dudes, we nemen een Duitse schrijver als bouwsteen voor ons gezeik. Succes gegarandeerd.” En zo is het gedrocht ‘Lulu’ geboren, de kosmische bastaard die de muziekwereld instant schijterij heeft bezorgd.

Tot brainstormen is het uiteindelijk niet gekomen. Reed en Metallica trokken stante pede de studio in en begonnen vol goede moed te musiceren. “Kameraden, gaan we voor akoestisch of versterkt”, wierp een van de bandleden op. “Who the fuck cares, we doen gewoon beide”, was het eensluidende antwoord. Zo geschiedde. Starten met een akoestisch riedeltje in ‘Brandenburg Gate’ om dan te verrassen door uit te pakken met een serieuze dreun. “Kijk, ik kan toch stevig op mijn gitaar rammen hé” zegt de één, terwijl de anderen in een orgastische kreun antwoorden: “Oh, ja, laten we dat nog wat indrukwekkender maken!” Zo geschiedde. In ieder nummer zit er zowel wat subtiel gestrijk of gepingel (om het wat een occult gevoel te geven), als een pak oeverloos gitaargeram – ter compensatie van die softiesmuziek. Het geheel is een kleurrijke scheet in een fles. ‘Cheat On Me’ is op dat vlak de ultieme farce: een vleugje wereldmuziek als intro om dan genadeloos in een zwart gat te verzeilen.

Mocht de kater nog niet zwaar genoeg zijn, komt daar vervolgens nog een smeuïge laag zang (uhum) en woordenbrij bovenop. James – ik kan enkel roepen, maar dat is ook zingen – Hetfield kreunt bij ‘Cheat On Me’ alsof hij voortdurend last heeft van constipatie, terwijl Lou Reed zelfs met zijn spoken word geregeld onder of boven de juiste toon zit (en dat op iedere track, nvdr.). Of Reed die voortdurend “hallucination” wauwelt op ‘Dragon’. Amateurisme ten top, dat bij sommige nummers meer dan tien minuten aanhoudt. Wees voorbereid.

In het urenlange gezwam van Reed zult u verder vooral kunnen genieten van misselijkmakende gedachten (“I want to cut my legs and tits off” en “Sniff your shit in the wind” zijn memorabel) en pseudo-poëtische uitdrukkingen die het geheel een schim van diepzinnigheid moeten meegeven. Niets meer dan op een goedkope manier wat mysterie opwekken, want de helft van de tijd draait het vooral rond de meest banale dingen. Reed kon eigenlijk anderhalf uur van zijn muziek samenvatten in één zin: “I want so much to hurt you” (‘Frustration’). Geïnspireerd door de titel van het nummer is hij ook daar wonderwel in geslaagd.

Waarschijnlijk zijn dit stuk voor stuk bedenkingen die ook dat zootje ongeregeld al gemaakt heeft tijdens het creatieproces. “Wat doen we onze fans toch aan?” jammerde Lars Ulrich luidop, na een volledige dag van opnames en herinblikken van ‘The View’. Ondanks het korte bezwaar is het toch allemaal in zijn geheel op het album terecht gekomen. “Fans? Fans!? Hebben we die dan nog? We doen dit gewoon!” Zo geschiedde. Reed drijft de banaliteit ten top op ‘The View’ met een lukrake opsomming van personificaties: “I am the root!” en “I am the progress!”, om dan naadloos over te schakelen op “I am the tablet” en “I am the table!”. Mocht u, met uw telepathisch of astrologisch vermogen, weten waar dat gelul nu allemaal over gaat, stuur dan een gele postkaart met het antwoord op naar ons redactieadres.

Is er dan echt geen, maar dan ook geen heel klein lichtpunt in ‘Lulu’? “Dat kunnen we die smeerlappen van recensenten en muziekliefhebbers toch niet gunnen?” Iedere hoopvolle aanzet wordt prompt de nek omgewrongen en alle motiefjes die snakken naar uitwerking worden gewoon minutenlang hersenloos herhaald en door de luisteraar zijn strot geramd. Bij ‘Iced Honey’ gebeurt dat door een perfect georkestreerde verkrachting van de melodie (Reed en Hetfield die sámen zingen, kom dat horen), terwijl ‘Pumped Blood’ nog niet eens in aanmerking zou komen als soundtrack van een goedkope horrorfilm, wegens te idioot en irritant. Ons hoofd begint na zes minuten serieus te tollen van dat aanhoudende gitaargejank. Er zijn dus grenzen aan toegeeflijkheid.

Het ergste van al is dan misschien nog de neiging om ieder nummer uit te bouwen tot een minutenlang magnum opus, dat door gebrek aan opbouw en afwisseling tot een gigantische flop wordt uitgehold. “Op ‘Junior Dad’ gaan we goed van jetje geven. Wat denk je, negentien minuten moet wel voldoende zijn zeker?” Zo geschiedde. Wie er echter in slaagt om dat allemaal te doorwoelen zonder ook maar één maal de wenkbrauwen te fronsen, met de ogen te draaien of een kreet van ergernis te uiten, verdenken wij op zijn minst van een morbide fascinatie, gehoorproblemen of vrijwillige zelfdestructie.

Een scene uit ‘That 70’s Show’ die ons altijd is bijgebleven, is het moment waarop de acteurs beslissen om hun ‘geniale’ discussies die ze tijdens het weedblowen altijd voeren, voor eens en voor altijd met een recorder op te nemen. Overtuigd dat ze daarmee een geweldige zet hebben gedaan, blijkt de opname achteraf uit niets meer dan wat wartaal en nietszeggende statements te bestaan. Ergens moeten Lou Reed en Metallica hetzelfde gevoel hebben gehad, toen ze na hun muzikale circle jerk in de studio de plaat in alle nuchterheid voor het eerst oplegden. Alleen was hun besluit helaas niet om het voor eens en altijd te vernietigen, maar om het met veel tralala aan hun fans – of wat er van overblijft – te presenteren. Zo geschiedde. Dit is dus het verhaal van ‘Lulu’ en hoe alles aan zijn einde is gekomen. Afgrijselijk, zo afgrijselijk.

http://www.loureedmetallica.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =