Rustie :: Glass Swords

Witch house mag dan wel een genre zijn dat zich grotendeels in de marge afspeelt, het blijft een realiteit dat vooral het jonge volkje (lees prille twintigers) zich eraan te buiten gaat. Bizar genoeg laten de jonge vaandeldragers van alles wat naar post-electro luistert uit het door spookburchten, met monsters gevulde meren en immer druilerige Schotland het genre links liggen en opteren ze voor een veel verfrissender, rijker maar ook gecompliceerder geluid.

Net als zijn land- en stadsgenoot Hudson Mohawke (Ross Birchard) kiest de al even jonge Rustie (Russell Whyte) niet voor een voor de hand liggende post dubstep-aanpak maar breidt hij zijn palet verder uit door (schaamteloos) te plukken uit enkele decennia rock, electro en pop. Uiteraard blijft hij genoeg kind van zijn tijd om de nodige dubstep in zijn muziek te incorporeren maar het generische van het genre (dat met elke kloon nog sterker weerklinkt) weet hij handig te omzeilen door voor een veel doordachter totaalpakket te opteren.

Dat leidt tot hitgevoelige songs als het goed in het oor liggende, intelligent opgebouwde "City Star" (een geheide clubhit) maar net zo goed tot het minder voor de hand liggende "Globes", dat een in se doordacht en potentieel succesvol muzieklijntje stotterend herhaalt zonder het tot een climax te laten komen of er een "volwaardige" song uit te puren. Nog andere keren kiest hij voor een mix van beide aanpakken zoals in het knappe titelnummer, waar middels een knappe gitaarlijn de aanzet wordt uitgebouwd voor wat potentieel zijn zoveelste hit zou kunnen zijn.

De gemakkelijkste weg wordt nergens gekozen, getuige "Flash Black" dat zich bedient van een opzwepende baslijn en daar speelse keyboardlijnen bovenop gooit die zich als een futuristische jaren tachtig manifesteren en zo even gedateerd, hedendaags als tijdloos weten te klinken. Dat het abrupt overloopt in het voortjagende maar geheel anders opgebouwde "Surph" getuigt van lef en inzicht. "Surph" opteert immers voor een mix van oud en nieuw, met de nadruk op het huidige millennium, waarbij rave en trance maar twee van de codewoorden zijn.

Ook "Death Mountain" weet met voormelde invloeden blijf maar geeft er meteen ook een heel andere invulling aan door na de eerste minuut al het opgebouwde tempo te onderbreken en daarna doodleuk het thema enkele malen op een andere toonhoogte en een ander tempo te herhalen waardoor de herkenbaarheid bewaard blijft maar tezelfdertijd elk stramien doorbroken wordt. Tegenover dergelijke gekkigheden staan evenwel songs als "After Light" waarin de ambient/trance-aanpak rechtlijniger is en die de luisteraar ondanks een doordachte opbouw niet continu op het verkeerde been wensen te zetten.

Met "Hover Traps" wordt het pas echt schaamteloos wanneer opeens baslijnen opduiken die niet misstaan hadden op new beat- en acid-producties. Ware het niet voor enkele stoorzenders die hier en daar in de song opduiken en de melodielijn mee het postmoderne van de eeuwwisseling intrekken, dan zou de gelijkenis met wat ooit Belgische trots was, niet eens zo vreemd geklonken hebben. Het zou het buitenbeentje op een album van buitenbeentjes kunnen zijn geweest, ware het niet dat het afsluitende "Crystal Echo" net zo goed de jaren tachtig in herinnering brengt en laat horen hoe dubstep in een materialistisch(er) tijdperk had geklonken.

Aan genrebenamingen en -labels heeft Rustie duidelijk lak want hoewel de jonge Schot niet vies is van een streepje Detroit techno of dubstep, lijkt het hem er vooral om te doen zoveel mogelijk stijlen en invloeden te mixen en vermengen tot een geheel nieuw en uniek geluid ontstaat dat vooral gekenmerkt wordt door een niet aflatende stortvloed aan ideeën. Het aantal omschrijvingen voor Glass Swords is haast al even imposant als de plaat zelf, maar de meest rake vergelijking blijft ongetwijfeld die met prog rock want met dit fenomeen heeft Rustie alvast een verlangen gemeen om buiten elk (melodie)lijntje te kleuren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vier =