Bush :: The Sea of Memories

V2, 2011

In het holst van de puberteit kon je ondergetekende wel vaker
betrappen op een willekeurige stoeprand met een holle blik, sigaret
tussen de nog veel te jonge lippen en zwartgelakte nagels die een
afgebladderde discman bedienden. Op die discman passeerde
regelmatig ‘Machinehead’, of iets later ‘The Chemicals Between Us’,
of nog iets later in een zachtere, maar daarom niet minder holle
bui ‘Inflatable’. Hij zal het nooit geweten hebben, maar Gavin
Rossdale is een belangrijk deel van mijn jeugd geweest. Daar bleef
het ook bij, want samen met de apenjaren stopte ook Bush te bestaan
en over het sporadische solowerk van de man wijden we liefst niet
al te lang meer uit. Tien jaar later is er meer vrolijkheid in de
blik te bemerken, wordt de sigaret met bleke nagels tussen de
oudere lippen geperst, maar is Bush wel terug van weggeweest.

Hoewel je het rauwe geluid van ‘Sixteen Stone’ ondertussen enkel
nog in Rossdales raspende stem hoort, is er toch niet meteen sprake
van een verregaande seniorisering. Integendeel, na ‘WANDERlust’
heeft de man blijkbaar zijn cojones terug laten groeien om deze
keer de Bush-draad ogenschijnlijk naadloos op te pikken bij het
Grotere Geluid van ‘Golden State’. ‘The Sound of Winter’ is een
terugkeer naar de opgezwollen alternatieve rock van ‘Superman’. ‘Be
Still My Love’ is onmiskenbaar een ‘Inflatable’ voor het nieuwe
decennium. Het heerlijke ‘She’s a Stallion’ – effectief een hengst
van een song – is de nieuwe ‘The People That We Love’: repetitieve
lyrics, vuile gitaren, een wervelwind van stroomversnellingen en
valse stops. Kortom, de natte droom van generatie Y. Als je dit
alles hoort, kan je niet anders dan je afvragen waarom deze groep
nooit tot de rock royalty behoorde. Pretentieloze hoofdknikkers als
‘All My Life’ smeken immers harder om stadiums dan het jongste werk
van de familie Followill.

Je hoort de triomfantelijke terugkeer van Bush, maar dit gevoel
wordt grotendeels versterkt door hun lange afwezigheid. Als directe
opvolger van ‘Golden State’ was die reactie iets lauwer geweest,
want ondanks dat lekkers geven sommige nummers in een directe
vergelijking door de grote doch minder scherpe gelijkenissen het
gevoel dat je naar een collectie b-sides van de voorganger aan het
luisteren bent. ‘Baby Come Home’ begint beloftevol, maar bouwt
tevergeefs op naar een lauw refrein. Ook ‘Red Light’ laat muzikaal
geen indruk na, zodat je na afloop enkel met de resem platgereden
(pun intended) metaforen overblijft. Deze pogingen tot
grootdoenerij wringen Bush wel vaker de nek om: clichés als “It’s a
dangerous world and each accident brings us closer to those who
mean the most” horen thuis op een Bond Zonder Naam-kaart, niet in
een vinnige rocktrack als ‘The Heart of the Matter’.

Hier en daar probeert Bush nochtans te vernieuwen, wat echter
balanceren op een slappe koord is. Een gesmaakte verrassing is ‘The
Mirror of the Signs’, waarvan de slijpende achtergrondakkoorden
lichtjes naar metal ruiken. ‘Afterlife’ slaat de bal dan weer mis
en probeert wanhopig de trends van de voorbije tien jaar in te
halen – de halfgerapte strofes doen even denken aan Linkin Park, in het
bombastische semi-etherische refrein hoor je een echo van 30 Seconds To Mars.
Al bij al lauw kopieerwerk dat niet kan tippen aan de nochtans al
weinig met verstomming slaande originelen.

Het eindoordeel over ‘The Sea of Memories’ is dus dubbel. De
eerste luisterbeurt overtreft zeker de laaggespannen verwachtingen
van een comebackplaat. Ook na de kaap van 40 hebben deze heren nog
steeds een portie stevige gitaarrock in de aanbieding, maar eens de
nostalgiefactor verdreven is en je de plaat dieper begint te
doorgronden, worden Rossdales grijze haren stilaan
zichtbaar.

http://bushofficial.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + achttien =