DOSSIER GRUNGE: Braakland Seattle :: de vruchtbare grond waaruit grunge ontsproot

Seattle? Je moest al een serieuze kenner van de Verenigde Staten zijn om het eind jaren tachtig op een kaart te kunnen aan duiden. Twee jaar later wist elke muziekfreak het blindelings te vinden. Maar waarom begon de grote gitaarrevolutie van de jaren negentig net in die godvergeten hoek van de kaart? Wel, precies daarom; omdat het zo’n gat was dat door God en klein Pierke uit het oog was verloren.

Natuurlijk gebeurde het in Seattle. Het is altijd in een uithoek, wanneer niemand kijkt, dat er echt interessante dingen gebeuren. Daarom is het ook altijd in Manchester, en niet in Londen dat de geschiedenis van de Britse rock wordt herschreven, en was het ook in de meest geïsoleerde grootstad van de Verenigde Staten dat de regels van de muziekbusiness even werden veranderd.

Terwijl bands in New York en Los Angeles vooral heel hard hun best deden om bij de tijdsgeest aan te sluiten, haalden hun generatiegenoten in Seattle berustend de schouders op, wetend dat hun kansen op sterrendom nihil waren, en amuseerden ze zichzelf met concerten in cafés en huiskamers. Weinig grote rockbands hielden er immers halt, dus men was aangewezen op zichzelf en elkaar. En op een pril MTV en rockradio’s die enkel parodieën op wat rock moest zijn programmeerden en vooral toonden hoe het niet moest.

Laten we immers niet vergeten dat elke muzikale vernieuwing in de eerste plaats een reactie is tegen de heersende muziekstroming: geen punk zonder de ellende die progrock was, geen indie zonder het testosteron van de mainstream rock in de vroege eighties, en geen grunge zonder de spandex van de Los Angelesrock en de holle pathos van de eightiespop. De muzikanten die in Seattle actief waren, snakten naar iets echts. En dat zouden ze zelf maken; op een braakland waar niets wordt geteeld, krijgt alles immers kans om te groeien.

Niettemin is grunge een vaag begrip dat moeilijk als genrebenaming staande is te houden. Daarvoor is er te veel verschil tussen de seventiesrock van Pearl Jam, de sludge van de Melvins en de harde drie-akkoordenrock van Nirvana. Eerder kun je grunge als een tijdsgeest te beschouwen. Of beter nog: als een scharnierpunt. Het was Een Moment, het punt waarop de vele geluiden die in de Amerikaanse ondergrond leefden op verschillende manieren werden samengeknoopt, maar waarin één ding alle bands verbond: een drang naar muzikale zuiverheid, harde gitaren, en integriteit op zakelijk vlak.

Do It Yourself

Het grondwerk werd elders in de VS gelegd. In het Minneapolis van The Replacements en Hüsker Dü — dat aantoonde dat hard en melodieus elkaar niet hoefden tegen te spreken –, en het Athens van R.E.M.. Even later kwam daar ook The Pixies bij, de Johannes de Doper tegenover Nirvana’s Verlosser: zij waren de uitvinders van de hard-zachtdynamiek die Cobain met zijn poëzie zou versterken.

Maar vooral Black Flag had een grote invloed op de jonge garde in Seattle. Hun hardcore punk had meer complexiteit dan zomaar drie-akkoorden-en-rammen-maar, hun strenge Do It Yourself-benadering sprak aan. In een scene waar dromen van eeuwige roem bespottelijk leken, toonde het de weg; een die geplaveid was met gestencilde concertaffiches. Zo ging het immers: de één richtte zelf een labeltje op om een plaat van een bevriende band uit te brengen, een ander stortte zich vol enthousiasme op het organiseren van concerten, en een derde probeerde dat allemaal zo goed en zo kwaad mogelijk te fotograferen of te documenteren in een fanzine. En zo werd het een gezellige boel, daar in het Noordwesten van de Verenigde Staten.

“Als je kijkt naar al die bands, dan blijf je maar dezelfde namen tegenkomen. ‘t Was wel wat incestueus”, geeft Leighton Beezer van de band Stomach Pump toe. “Het ligt aan het weer in Seattle,” zegt de ingeweken Matt Cameron, “de huizen hebben hier kelders. Dus als het regende, kon je binnen blijven, maten uitnodigen, en wat spelen.” Het gevolg was in elk geval een scene met honderden groepjes die elkaar kenden en hielpen. En die al eens in elkaar opgingen, of net in twee verschillende bands splitten.

Herkenbaarheid

Natuurlijk heeft de ene hobbyplatenbaas al wat meer talent dan de andere, en dus ging het bepaalde labels meer voor de wind. Bruce Pavitt en Jonathan Poneman van Sub Pop waren er zelfs in geslaagd er een soort onderneming van te maken. En dat was geen toeval, want de heren kenden hun geschiedenis. “Een van de sterke punten van Sub Pop was branding”, legt Pavitt uit. “De naam Sub Pop gebruikten we lang voordien al voor vanalles: een radioprogramma, een fanzine, een column,… het was overal. Tegen het moment dat we platen begonnen uit te brengen, kende iedereen de naam. Daarnaast was ik me erg bewust van hoe labels als Factory of 4AD het aanpakten, met hun specifieke sound en vormgeving. Zo moest het voor een volwassen label, vond ik, maar ik zag het niet gebeuren in de Amerikaanse underground.”

En dus zorgde Pavitt dat Sub Pop ogenblikkelijk herkenbaar was. Met producer Jack Endino steevast achter de knoppen had hij een Eigen Geluid, en voor de kenmerkende zwart-witfotografie zorgde Charles Peterson. En ze verzorgden hun pers. Pavitt: “We waren anti-punk in die zin dat we besloten interviews te geven aan wie er ook maar om vroeg. Alles om de naam bekend te krijgen. Als het blad van Costco (een warenhuisketen, mvs) een interview wilde, dan deden we dat gewoon. Alles om met Sub Pop tot de mainstream door te dringen.” Sub Pop promootte met andere woorden niet in de eerste plaats bands, maar het label. En dat was zo cool dat fans nieuwe releases puur op vertrouwen kochten: als het op Sub Pop zat, moest het wel goed zijn. Het werkte: in één klap creëerde het label een heel scene rond zich.

Het begon met Green River — met stukken van het latere Mudhoney en Pearl Jam — en toen dat voorbij was, waren er Mudhoney en Mother Love Bone, dat volgens de legende ongetwijfeld was doorgebroken als frontman Andrew Wood in 1990 niet een overdosis heroïne nam. Bassist Jeff Ament en gitarist Stone Gossard zouden met zanger Eddie Vedder Pearl Jam oprichten, dat elders onderdak zou vinden, en ondertussen was ook een onbetekenend bandje van ene Kurt Cobain getekend.

Een identiteit

Ondertussen waren de poorten naar de major labels eind jaren tachtig langzamerhand toch op een kier gezet. Zowel Alice In Chains als Soundgarden mochten hun krabbel zetten onder een contract bij een grotere platenfirma, en brachten daar begin jaren negentig albums op uit die goed genoeg boerden om de platenbazen te verzekeren de bands niet meteen bij het groot huisvuil te zetten. En ook bij Sub Pop ging het goed: “Touch Me I’m Sick” van Mudhoney was een kleine hit; over heel de Verenigde Staten werd de single door muziekfreaks opgepikt.

“Dat was het moment dat er voor mij iets veranderde”, zegt platenbaas Calvin Johnson van het invloedrijke K Records. “Plotsklaps had het noordwesten van de VS een identiteit, die het vroeger niet had. Dat maakte een verschil, voor iedereen. Vooraf had niemand een idee dat de Northwest bestond. Ze hadden misschien de staat Washington eens op een kaart zien liggen, maar het kwam niet in hen op dat er ook iets gebeurde. Dat was voorbij. Het wil niet zeggen dat we plots gigantisch veel meer platen verkochten, maar mensen waren bereid te luisteren naar iets van bij ons. We hadden hun aandacht.”

En dus was de wereld langzamerhand klaar voor een schreeuwende jongeling met precies de goeie dosis popgevoeligheid. In september 1991 zou Nevermind verschijnen, en begon de scene in Seattle aan een roetsjbaanrit die zijn gelijke niet kende. Maar, zoals Barett Martin van Screaming Trees het samenvatte: “Wat je niet mag vergeten, is dat Nirvana nooit had kunnen bereiken wat ze deden zonder Seattle, zonder de hele scene die elkaar hielp, zonder die gemeenschap. Als dat er niet eerst was geweest, dan had Nirvana nooit zo groot kunnen worden.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + veertien =