Jazz Classic – Freddie Hubbard :: Open Sesame


Blue Note, 1960

Met zijn debuutalbum ‘Open Sesame’ zag de toen
tweeëntwintigjarige trompetspeler Freddie Hubbard een aantal deuren
geopend in het jazzmilieu van New York. Twee jaar eerder had de
jonge snaak nog maar zijn intrek genomen in de metropool aan de
oostkust, vol van hoge verwachtingen en gedreven door tomeloze
ambities. Niets leek hem in die periode tegen te zitten: door het
snelle succes en het gemak waarmee hij speelde, blaakte Hubbard van
zelfvertrouwen. Hij liet zelfs op het podium geregeld uitschijnen
dat hij de coming man van de jazzmuziek was. Die
zelfzekerheid sloeg ook over op het publiek en bereikte bij velen
een gevoel van opwinding. Blue Note had opnieuw een groot talent
gestrikt, een man die het label en het genre in het nieuwe
decennium zou loodsen.

Dat Hubbard ook door zijn tijdgenoten werd aanzien als een
major talent, bewijst de lange rist samenwerkingen en
collaboraties op klassiekers uit die periode. Ornette Coleman,
wegbereider van de free jazz, wou Hubbard per se bij de opnames van
‘Free Jazz: A Collective Improvisation’ na het bijwonen van een van
zijn optredens. John Coltrane schakelde de trompetspeler meermaals
in op zijn albums, onder andere voor het exotische ‘Olé‘ en voor zijn
latere meesterwerk ‘Ascension’. De lijst houdt daarmee niet op:
Hubbard speelde onder andere mee met Art Blakey (als lid van The
Jazz Messengers), Oliver Nelson (bekend van de klassieker ‘Stolen
Moments’), Eric Dolphy (‘Out To Lunch!’) en Herbie Hancock (‘Maiden
Voyage’). Op jonge leeftijd al een gerespecteerd muzikant en
tegelijk ook een vaandeldrager van de hard bop: een nieuwe
beweging die was gegroeid uit de bop en zich liet beïnvloeden door
de blues en gospel. Samen met Lee Morgan was Hubbard een van de
belangrijkste exponenten van deze beweging.

Ondanks dat palmares en de grote opwinding bij tijdgenoten, is
Hubbard nooit helemaal bij het grote publiek doorgebroken. Zijn
naam wordt zelden onmiddellijk geassocieerd met de typische
jazztitanen. Een deel van die miskenning is het gevolg van
ontwikkelingen in zijn latere carrière, toen Hubbard nog succesvol
was maar begon in te boeten aan scherpte en innovativiteit. Critici
verweten hem bijvoorbeeld zijn keuze om tijdens de jaren zeventig
een eerder commerciële richting te kiezen. Op latere leeftijd kreeg
Hubbard ook problemen met zijn bovenlip, waardoor hij een
jarenlange pauze moest inlassen. Zijn belang in de hard bop en de
jazz kreeg pas recent een belangrijke herwaardering doordat het
National Endowment for the Arts hem in 2006 onderscheidde
met de titel ‘Jazz Master’, en daarmee zijn betekenisvolle rol
onderstreepte. Freddie Hubbard zag zijn eer hersteld en blies twee
jaar later zijn laatste adem uit op zeventigjarige leeftijd.

‘Open Sesame’ uit 1960 zet het gevoel van opwinding en ambitie,
typerend voor de aanvang van zijn carrière, uitstekend in de verf.
The sky is the limit en alles lijkt nog mogelijk. Ook het
gemak en de elegantie waarmee Hubbard improviseert doen makkelijk
vermoeden dat er een groot muzikant aan het werk is. De originele
lp-versie telt zes composities, maar op de cd-versie zijn er twee
extra alternate takes te vinden. Wat daarnaast opvalt, is
dat een groot deel van de composities niet door Hubbard is
geschreven. Enkel bij ‘Hub’s Nub’ gaat het om een volledig
zelfgeschreven nummer.

De verdienste van Hubbard ligt minder op het domein van de
compositie. Hij is in de eerste plaats een veelzijdig trompetspeler
en een goede improvisator, die erin slaagt om een hoge graad aan
subtiliteiten in zijn trompetsolo’s te verweven. Zijn levendige,
zelfs vibrante speelstijl brak opvallend met de
introspectieve en minimale koers die Miles Davis een paar
jaar terug had ingezet op ‘Kind of Blue’. Een parallel valt echter
wel te trekken op het vlak van inhoud: bij het openingsnummer ‘Open
Sesame’ en ‘Gypsy Blue’ vallen telkens exotische invloeden te
ontwaren, die ook zijn terug te vinden op ‘Sketches of Spain’ van
Miles Davis en ‘Olé’ van John Coltrane.

Hubbard verkent op vlak van speelstijl en inhoud schoorvoetend
nieuw terrein, maar ‘Open Sesame’ blijft niettemin nog stevig in de
traditionele jazzcultuur ingebed. Iedere compositie is gekenmerkt
door een logische en transparante structuur, waarbij ieder lid van
het kwintet – de overige muzikanten zijn Tina Brooks (tenorsax),
McCoy Tyner (piano), Sam Jones (bas) en Clifford Jarvis (drums) –
de gelegenheid krijgt om te improviseren binnen het thema. Echt
samenspel, of een vorm van wisselwerking beperkt zich meestal tot
het refrein.

Het debuutalbum van Hubbard is voornamelijk een luisterrijke
ervaring vanwege de welgekozen diversiteit in intonatie en
instrumentbehandeling. Waar Hubbard, Brooks en Tyner bij
openingsnummer ‘Open Sesame’ nog opvallend kwiek en levendig voor
de dag komen, prefereren ze bij de ballade ‘But Beautiful’ een
eerder elegante en zachtaardige speelstijl. Hubbard is in alle
omstandigheden een genot om aan te horen, door de innovatieve wijze
waarmee hij met zijn trompetsolo’s omgaat. De trompetspeler kiest
er met zijn energieke en onvoorspelbare stijl voor om de luisteraar
geregeld op het verkeerde been te zetten. Bij iedere beluistering
komen dan ook nieuwe subtiliteiten aan het licht waar voorheen niet
wordt bij stilgestaan. ‘All Or Nothing At All’ illustreert dat
gevoel: Hubbard lijkt onrustig te spelen maar in die bevlogen
momenten valt er een bijzondere diepgang in zijn melodieën te
ontdekken.

Een interessante compositie is ‘One Mint Julep’ omdat ze vanaf
het begin duidelijk de richting uitgaat van de hard bop. De diepe
bastoon in combinatie met een beweeglijke melodie op de piano,
verraden onmiddellijk een verwantschap met rhythm ‘n blues.
Enerzijds is ‘One Mint Julep’ een verschrikkelijk mooie en
aantrekkelijke compositie, anderzijds bewijst het ook dat Hubbard
anno 1960 een veelbelovend muzikant is – door de subtiele variaties
die hij maakt op klassieke thema’s. De eigen compositie ‘Hub’s Nub’
suggereert dat eveneens: in de melodie en het ritme van Hubbard
hoort men duidelijk de invloed van creatieve tijdgenoten, en toch
slaagt de trompetspeler erin om het allemaal een eigen
twist mee te geven.

Om een beter begrip te krijgen van Freddie Hubbard en zijn
belang voor hard bop en (trompet) jazz in zijn geheel, volstaat
‘Open Sesame’ misschien niet helemaal. Voor vele liefhebbers
bereikt hij pas zijn hoogtepunt in 1970 het sublieme fusionalbum
‘Straight Life’. Wat nu ook zijn beste album mag wezen – twee is
altijd beter dan één – ‘Open Sesame’ is een boeiende stap in de
discografie van Freddie Hubbard. Zijn karakteristieke geluid is op
dat moment nog doordrongen van jeugdigheid en zelfvertrouwen, wat
zijn debuutalbum een buitengewone moderne en eigentijdse klank
meegeeft.

http://www.freddiehubbardmusic.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 17 =