WU LYF :: Go Tell Fire to the Mountain

De hype rond WU LYF is in sommige recensies een stuk belangrijker dan de muziek op het plaatje. Dat heeft de band dan ook wel een beetje zelf gezocht, door op meesterlijke wijze de media aan het lijntje te houden met een mix van mysterie, sérieux en tegen de arrogantie aan flirtende branie.

Niet verwonderlijk dus dat er over het kanaal recensenten klaar stonden om hun imago als gefabriceerd en hun muziek als weinig origineel af te doen. Maar dat is dus flink te kort door de bocht, want Go Tell Fire to the Mountain bevat van de opwindendste, meest radicale pop die we in jaren hoorden.

WU LYF is ongegeneerd bombastisch en steekt passionele sturm und drang prominent in de mix. Het hele Go Tell Fire To The Mountain baadt in een oneindige galm, met op de voorgrond een pastoraal aandoend en rauwe, nauwelijks begrijpelijke zang, terwijl op de achtergrond drum- en baslijnen en strakke gitaarriedels over elkaar heen tuimelen. Dat het album werd opgenomen in een kerk, zorgt ervoor dat je bij momenten het gevoel krijgt dat de band in gespreide slagorde in een gigantische ruimte staat te spelen, terwijl de zanger met de opnameapparatuur doorheen de ruimte zwalpt. De meeste songs bouwen bovendien op naar een opwindende, woest galmende wervelwind van percussie, zang, orgel en gitaren: een mix van gospel, marsmuziek, pathos en agressie.

Want ook al lijkt er een uitgekiende marketingcampagne achter WU LYF te zitten, teksten, muziek (en imago) wijzen op een vreemde mix van anarchie, rusteloosheid, vervreemding en anti-individualisme. We zouden het een warm soort (post-)punk durven noemen, maar er wordt ook lustig uit afrobeat-, gospel- en pure popvaatjes getapt. Het is de fascinerende mix van dit alles en de brutale sound die WU LYF van de concurrentie onderscheiden.

In wat aanvankelijk een wat ondoordringbare, vrij eenvormige trip lijkt, ontdek je na enkele beluisteringen fascinerende details, diepte en oprechte passie. Zo is “We Bros” een verknipt anthem, dat dan wel klinkt als een opwindende call to arms, maar het refrein spreekt dat tegen: “put away your guns man and sing this song: WE BROS!”. En dat met zoveel overtuiging en branie gebracht dat we er niets op tegen kunnen hebben.

In het fantastische “Dirt” (die drums! die opbouw van climax naar climax!) klinkt het “dollar is not your friend” en “World Unite and I’ll love you forever”: daar valt meewarig over te grinniken, maar wij beginnen er van door de living te stuiteren, op zoek naar een nabije revolutie. Of Concrete Gold: diep vanbinnen een levensbevestigend, verheffend stadionnummer zoals Chris Martin en Bono ze graag schrijven, maar dan één als een adrenalineshot recht in het hart, dat een massaal meegebruld “Viva la Vida” tot een al wat verkruimeld tabletje druivensuiker reduceert.

Halfweg het album kan de vertwijfeling toeslaan: hoe kan een band tien songs lang zonder te vervelen als een extatische adrenalinestoot blijven klinken? Maar het blijft werken, en het is zelfs verdomd moeilijk om na “Heavy Pop” de trip niet opnieuw in gang te zetten. Het kan dus allemaal wel een slimme marketingcampagne zijn en je kan je (enigszins blasé) vrolijk maken over hoe onvermoeibaar euforisch en energiek WU LYF (ach, de jeugd, mijnheer) klinkt, maar wat dan nog?

Go Tell Fire to the Mountain is een verdomd verslavende en opwindende trip die we, ondanks alle rationele reserves en salonfähige kanttekeningen, na meer dan tien beluisteringen maar niet beu geraken. Ergens tussen Vampire Weekend en Explosions in the Sky in, is WU LYF een indieband die meer dan enkel mooi, dansbaar of melancholisch wil klinken. Die eens niet naar de navel staart, maar de luisteraar “Doe godverdomme eens iets!” roepend uit de comfort zone ranselt. U mag daar cynisch over doen, wij doen intussen wel wat — desnoods de afwas — terwijl “L Y F” nog eens door de boxen schalt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =