Low + Joy + Sleepingdog

Geen problemen met al te hoge decibels in de Orangerie zaterdag
waar stilte en subtiliteit de norm was en je op sommige momenten je
buurman kon horen ademen. En dat was niet omdat er iets schorde aan
zijn longen.

Opener van dit trio van zachtheid was het voor de gelegenheid tot
vijftal verheven Sleepingdog, het minimalistische
project van Chantal Acda, dat sinds haar mooie laatste album ‘With
Our Heads in the Clouds And Our Hearts in the Fields’ een duo vormt
met Stars of the Lid-man Adam Wiltzie. De twee waren net terug in
het land na een tournee met Low en zagen zich in Brussel versterkt
met een strijkerstrio uit Leuven. Het mag geen verrassing heten dat
de drie voor een duidelijke meerwaarde zorgden in de uitverkochte
Orangerie, al zijn de spaarse pianoklanken van Acda en de ambient
van Wiltzie op zich al tot het opwekken van een mystieke ervaring
in staat. Zo was er de knappe aanzwellende elektronica in ‘He Loved
to See the World through His Camera’ of de bezwerende pianomelodie
van ‘Sun Sinks In The Sea’. Soms moet Sleepingdog opletten dat het
niet te klef wordt, maar dat deed geen afbreuk aan de mooie
prestatie van de openingsact.

Van Joy kregen we het dan weer veel minder warm,
want al waren de ideeën er vaak wel, het ontbrak veelal aan
uniciteit om hun slowcore beklijvend te maken. Joy was ons helemaal
onbekend en blijkt een Brussels trio bestaande uit een
zanger-gitarist, zangeres-percussioniste (tot daar de
Low-opstelling) en een celliste die graag de distortionpedaal
indrukte. Het donkere ‘Mirage’ kon ons zeker bekoren en met hun
samenzang wonnen ze best wat harten, maar het werd al snel te
eentonig en langdradig om ons niet naar de hoofdact te doen
hunkeren.

Die hoofdact, Low dus, bleek met een extra pianist
alsook backing vocalist in omvang toegenomen al had de brave man
meer gepast op een metalpodium. Alan Sparhawk begon de set met een
noise-intro, wat ons meteen terug deed denken aan zijn tien minuten
durende noise-spielerei tijdens hun laatste Pukkelpop-passage.
Hiervan bleven we in Brussel gelukkig gespaard want een mooi
‘Nothing but Heart’ ontspon zich, gevolgd door ‘Try to Sleep’ en
‘You See Everything’, een allegaartje van laatste plaat ‘C’mon‘ dus. Het werd
al snel duidelijk dat Mimi Parkers fantastische stem alweer
feilloos was, een zegen die we gedurende het gehele optreden
mochten ervaren.

Toch bleven de drie openingssongs vooral aftasten, want pas vanaf
‘Monkey’ was het helemaal raak. Het publiek veerde op bij het wat
snellere ritme en genoot van het venijn in Sparhawks stem en
woorden. Met ‘Silver Rider’ verlengde Low het hoogtepunt en toonde
het aan waartoe samenzang in staat is. Het was de aanzet van een
sterke set met beter werk uit het nieuwste album, alsook rake
picks uit ‘The Great Destroyer’, ‘Drums And Guns’, ‘Trust’
en een adembenemend ‘Laserbeam’ uit ‘Things We Lost in the
Fire’.

En dat was niet het enige hoogtepunt. Wat dacht u van de trillende
stembanden van Smith in ‘$20’, de gezwindheid van ‘California’, de
subtiele drones in ‘Majesty/Magic’ of het door merg en been
snijdende ‘Murderer’? “Over landen waar ze juichen als ze mensen
terechtstellen,” kregen we als finale afsluiter ‘Violent Past’. Wie
zaterdag voor Caribou of Josh T. Pearson koos, heeft wat gemist.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 4 =