Sufjan Stevens :: 10 mei 2011, Koninklijk Circus

Wie geen hoge verwachtingen koesterde voor het op voorhand al legendarische optreden van Sufjan Stevens, kreeg afgelopen dinsdag lik op stuk met een overdosis positieve vibes in het in een mum van tijd uitverkochte Koninklijk Circus. Dat werd voor de gelegenheid omgetoverd tot een ruimteschip, inclusief astronauten van dienst: Stevens en zijn tienkoppige band.

Gewapend met futuristische kostuums, een tot de verbeelding sprekende choreografie onder leiding van twee zangeressen/danseressen, DM Stith — die eerder al mocht opwarmen — op keys en sterke visuals staat de show volledig in het teken van het laatste en naar eigen zeggen meest persoonlijke album The Age Of Adz. De inspiratie hiervoor werd gevonden in de op de ruimte gebaseerde kunst van ‘Prophet Royal Robertson’, een onbekende en schizofrene straatartiest.

Met “Too Much” en “Age Of Adz” wordt meteen duidelijk met wat voor sterke nummers die plaat eigenlijk gezegend is. Een sterke nadruk op percussie en toetsen en dat typische symfonische samen met de atmosferische inkleding en choreografie sommen op tot wervelwinden van songs. Na een kort intermezzo waarbij Stevens het werk van Robertson en de betekenis van de plaat uitlegt, volgt het aan deze Robertson opgedragen “Get Real, Get Right”, waarbij nog maar eens duidelijk wordt dat Stevens wordt doodgeknuffeld door het publiek.

Het eerste luik wordt afgesloten met een climax van formaat: het ongelofelijk aanstekelijke “Impossible Soul” — een dijk van een nummer en een gigantische oorwurm (“Boy we can do much more together/It’s not so impossible”) die dagen later nog in ons hoofd rondzwerft — waarbij de reeds eerder gespotte ballonnen losgelaten worden op een dol publiek en voor uitgelaten toestanden zorgen.

Ondanks de sterke focus van de show op The Age Of Adz, laat Stevens toch nog ruimte voor ouder werk, wat voor de perfecte afwisseling tussen symfonische en harmonieuze energiebommen en eenvoudige en pure folk zorgt. Hierbij treedt de band consequent uit zijn rol; Stevens slechts gewapend met piano of gitaar en zijn naakte stem. Het contrast tussen het nieuwe “I Walked” en de fragiele hartenbreker die “The Owl And The Tanager” is, kan moeilijk groter zijn. De groep krijgt het uitgelaten publiek zo voor het eerst helemaal stil en veroorzaakt een collectieve krop in de keel.

Met een drieluik bisnummers uit Illinois — waarbij de band zich volledig ontdaan heeft van ruimtekostuums — wordt aan de laatste onuitgesproken wens van het publiek voldaan. Waar “Concerning The UFO Sighting Near Highland, Illinois” en “Casimir Pulaski Day” voor knikkende knieën zorgen, mondt het legendarische “Chicago” in een volledig verlichte zaal uit in een extatisch dansen en een handjes-in-de-lucht-gooien. De euforie!

Het moet gezegd worden: het enige leesteken dat in feite gepast genoeg is om deze recensie mee te funderen, is het uitroepteken. Zelden een publiek zo omvergeblazen zien worden, zelden zoveel positivisme in één avond meegekregen, zelden zoveel intens gelukkige mensen op één plaats gezien, zelden helemaal niets op een optreden aan te merken gehad — wat volledig beaamd werd door een warme staande ovatie. Sufjan Stevens was koning van het Circus en niets minder dan dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =