Triggerfinger :: “Dit is gewoon keigoed”


Triggerfinger is hot,
ze hebben het helemaal gemaakt. Uitverkochte zalen in België en
Nederland. Verschijningen op radio en TV, zelfs in landen waar ze
het Nederlands niet machtig zijn. Twee verse gouden platen in hun
knuisten en verantwoordelijk voor een première in de Belgische
radiogeschiedenis. Al een paar weken bezetten ze de eerste en de
tweede stek van Studio Brussels “heilige lijst”, De Afrekening. De
muziekwereld kan afgunstig zijn en de fans worden soms al te
kritisch bij succes, maar sla me dood als iemand hen dit succes
misgunt. En als dat toch het geval zou zijn, dan raad ik die
azijnpissers aan dit interview te lezen. We hebben het over succes,
de oorzaken en de vluchtigheid ervan, over passie voor muziek en
vooral over jezelf zijn en blijven.

De immer gecoiffeerde en geklede Ruben Block (zang en gitaar) en de
immer goedgemutste Mario Goossens (drums) stonden me te woord aan
de vooravond van hun tweede uitverkochte optreden in de Gentse
Vooruit. Monsieur Paul (aka De Lange, aka Lange Polle aka bassist)
was er nog niet bij. Dat de zaal aan het koken ging later die
avond, gelooft u ondertussen zo ook wel. En als u ook de kriebels
voelt om een bandje te starten, neem dan een voorbeeld aan
Triggerfinger.

België en het buitenland

enola: Goedenavond heren. Als ik het goed heb zijn deze
optredens in de Vooruit het begin van een fikse tournee door heel
Europa.

M: Officieel zijn we vorige week al begonnen met twee optredens in
het Depot. Dat was
opgevat als afsluiting van de zaal daar voor de verbouwing. Hebben
we dan nog ergens gespeeld? (naar Ruben) Daar is het in
ieder geval zo wat begonnen voor ons.

enola: Ik zag op de website dat jullie binnenkort ook naar
Duitsland en Oostenrijk en zowat het hele Germaanse grondgebied
trekken. Is dat nieuw of heb je dat voor de vorige Lp’s ook
gedaan?

R: We zijn toch al een tijdje bezig in het buitenland ook,
bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland.
M: Zelfs met de eerste plaat trokken we al naar Duitsland en
Frankrijk.

enola: Dus de mensen kennen je daar al.
M: Goh, kennen, het is vooral een grotere markt en ondertussen zijn
we er ook al veel geweest. Maar zoals elke groep dat wel meemaakt,
zijn er ooit al wel foute keuzes gemaakt door ons naar ginderachter
te sturen op een verkeerd moment. Als je plaat daar nog maar
moeilijk te krijgen is of zelfs nog niet uit is. Ga je daar dan
twee weken op tour, dan speel je in kleine zalen en zit er ook geen
volk. We hebben daarmee wel zitten worstelen, tot nu eigenlijk. Nu
begint het in Duitsland wel goed te lopen, vooral nadat we het
festival van Haldern gedaan hebben. We zijn er ook twee keer op
‘Rockpalast’ geweest. ‘Rockpalast’ dat is, ja, nog altijd
‘Rockpalast’ he, kom je daarop dan heb je het gemaakt (gevolgd
door een gulle lach)
.

enola: Dat is nog straffer dan drie maal achter elkaar de AB
uitverkopen?

M: ‘Rockpalast’ is puur jeugdherinneringen, ken je het niet?

enola: Doet een belletje rinkelen, maar ik weet niet goed waar
je het over hebt nee.

R: ‘Rockpalast’ is een televisieprogramma…
M: …dat altijd op de WDR komt. En vroeger als ik op stap ging en
‘s nachts thuiskwam, kon je daarop nog concerten bekijken van 12
uur ‘s nachts tot 6 uur ‘s morgens aan één stuk door, volledige
concerten.

enola: Deze week was er ook nog een uitzending met jullie op
Arte, las ik ergens.

M: Dat was origineel voor de RTBF, een show waar we akoestisch
gespeeld hebben.

enola: Zoals je zelf aanhaalde, heb je een periode nogal veel
in het buitenland voor een klein publiek gespeeld terwijl je in
België toch al redelijk bekend werd.

M: Mmja.
R: Dat is altijd zo.

enola: Denk je dan op de duur niet “pff, we geven dat
buitenland op”?

R: Zolang er progressie in zit, ook al is dat maar een klein
beetje, dan vinden we dat tot nu toe wel zinvol om te blijven doen.
Het heeft iets langer geduurd voor die stroomversnelling er kwam,
maar het is zoals Mario zegt. Die landen zijn in de eerste plaats
veel groter. We hadden, tot nu toe, ook niet de platenfirma waaraan
we een deftige steun hadden voor promo. Dan duurt het wat langer
soms voor je iets bereikt, maar dat is niet erg.

enola: Excelsior is jullie label, dat zijn Nederlanders. Die
hebben vaak betere connecties en hebben een grote mond, of dat is
toch de ervaring die ik opdoe in mijn werk. Maakt dat het
verschil?

R: Ik weet niet of het feit dat het Nederlanders zijn iets
uitmaakt, we vinden het gewoon een heel fijn label.
M: Weet je, het is een van de weinigen die nog zonder veel woorden
handelen, niet met een hele poeha. Ze zijn er totaal down to
earth
en doen er niet van “Misschien, dit of misschien dat”.
Het gaat daar van (met Nederlands accent) “Nee, we kunnen
dat niet” of “Ja, we kunnen dat wel”.

enola: Is er dan ook ruimte voor overleg bij een nieuw album?
Kies je bijvoorbeeld zelf de singles of doen zij
dat?

R: Het gebeurt in overleg. Voor sommige gebieden worden er soms
andere singles naar voren geschoven. Wij vinden zelf alles goed wat
op onze plaat staat, dus hebben we zo iets van ‘doe maar’. Soms
hebben we zelf wel degelijk een voorkeur voor een bepaald nummer.
‘All This Dancin’ Around’ hebben we zelf naar voren geschoven als
single voor België omdat we voelden dat het een goede start voor
dit album zou zijn. Dat is dan ook gebleken.

enola: En de tweede single (‘Love Lost in Love’) doet het
eigenlijk even goed.

M+B: Voilà!

enola: Is het eigenlijk ooit al voorgekomen dat een band de
eerste én tweede plaats van DE Afrekening bezet, en dan nog
verschillende weken op rij?

R: Dat is redelijk heftig.
M: Ze hebben het gecheckt voor ons en het is blijkbaar nog niet
gebeurd. Dat is eigenlijk wel waanzinnig.

enola: Komt zo een succes ook als een waanzinnig iets op je af?
Jullie zijn ondertussen toch al ervaren muzikanten.

R: Het is toch nog altijd heel fijn hoor.
M: Dat doet toch iets ja.
R: Het is soms wel een beetje bizar, want we doen de dingen nog
altijd zoals we ze al een hele tijd doen. We proberen ook altijd
kwaliteit af te leveren, kritisch te zijn voor onszelf en schoon
dingen te maken. Dat deden we vijf jaar geleden ook al. Nu heeft
deze plaat hele goede recensies gekregen en verkochten we gelijk de
AB drie keer uit. Dat was al een zeer fijne samenloop van
omstandigheden, tel daar nog bij dat we ook heel wat aandacht
kregen in de Nederlandse media. We zijn bijvoorbeeld op ‘De Wereld
Draait Door’ geweest. Dat ziet men in België dan ook weer en al die
dingen op een hoop maakt dat die bal ineens heel hard gaat rollen.
Ons platform wordt zo ook steeds groter.

enola: Ben je soms niet bang van al dat succes? Ik zie ook al
dat je deze zomer nog op heel wat festivals te zien zult zijn.
Vrees je er niet voor dat de mensen je beu zullen
raken?

M: Dat zal ook wel zo zijn. Maar het is altijd één van onze grote
sterktes geweest, vooral van onze boeker dan, hij zegt het wanneer
het tijd is om even wat minder op te treden. Vorig jaar hebben we
een jaar lang niet in België gespeeld, een jaar, dat is lang hé.
Dan komen we terug en spelen gelijk drie keer in de AB. De nieuwe
plaat is er en dan ga je veel spelen. Dat is zo voor iedere
Belgische groep; je moet veel spelen in het jaar dat je plaat
uitkomt. Ik denk dat wij er toch wel op letten om niet teveel aan
overkill te doen. Het geeft ons bijvoorbeeld de kans om
volgend jaar weer meer het buitenland te doen.
R: Dat zijn van die dingen waarvoor je een ideaal plan in je hoofd
hebt en onze boeker voelt dat allemaal heel goed aan. Hij doet zijn
vak fantastisch. Toen we die eerste AB-show zo ver van te voren
aankondigden, kwam het initiatief van de AB om dadelijk een tweede
dag in optie te nemen. Wij dachten toen dat het helemaal te gek zou
zijn moesten we twee shows kunnen doen, maar we hadden begot niet
gedacht er drie te kunnen doen. Dan komt er een ideaal plan waarin
je ook het Depot kan doen en de Vooruit en de Trix zonder zelfs te
denken dat we die ook twee keer zouden kunnen doen vollopen. Dan
kan je nog maar een ding doen: gas geven.

enola: De sfeer die er volgens mij bij de Belgische rockfans
hangt, is dat je Triggerfinger op dit moment gezien moet hebben.
Anders ben je niet goed bezig.

R: En dat is heel fijn. Het is misschien ook een goed hart onder de
riem van jonge groepen die zich ook bewegen in het iets heftigere
muziekgenre. Je moet gewoon blijven werken, je ding doen en dan kan
dat wel beginnen te werken op een bepaald moment.

De States

enola: Ik wilde nog eventjes terugkomen op het maken van de
nieuwe cd. Toen je daar vorig jaar in de States aan het werken was,
had je dan het gevoel echt iets vast te hebben? Wist je al dat ‘All
This Dancin’ Around’ een groot succes zou worden?

R: Dat het een groot succes wordt, kan je natuurlijk niet van te
voren weten. We hadden wel allemaal tezamen, wij en Greg
(Gordon, de producer, svh) het gevoel dat we iets keigoed
aan het maken waren. Hij vroeg zich zelfs af het of het wel normaal
is om zo’n plaat zo gemakkelijk op te nemen. Het was inderdaad zo
dat wij gewoon moesten spelen en hij nam dat op. Af en toe
probeerden we eens iets, maar iets extra was meestal niet nodig en
hop, op naar het volgende nummer. Het ging zo goed vooruit dat het
bijna leek of die plaat zichzelf opnam. Toen die plaat dan
uiteindelijk ook gemixt was, hadden we alle vier het gevoel: “dit
is gewoon keigoed”. Dat is een heel fijn gevoel, want op dat moment
maakt het al heel wat minder uit wat andere mensen gaan denken. Wij
wisten dat het voor ons een heel belangrijke plaat was, omdat we
die heel fijn hadden opgenomen op een waanzinnig fijne manier op
een waanzinnig fijne plek.
M: Het was denk ik ook de eerste keer voor ons dat het opnemen van
een plaat zo simpel ging. Bij de eerste en de tweede was de
situatie helemaal anders. Er was toen veel stress, niet onderling,
maar we vroegen ons wel vaak af of iets wel goed was. Dat is nu
helemaal anders. Wat iedereen ook zegt, goed of slecht, fuck, ik
vind het goed, hij (wijst naar Ruben) vind het goed en de
lange vind het goed.
M: En dan zijn we er hé, en de rest trekt zijn plan.

enola: Toen jullie in Amerika aan de plaat werkten, was er ook
een fotograaf bij die de hoesfoto’s maakte. Ook op jullie
Facebookpagina verschenen geregeld updates van de opnamevorderingen
met foto’s van die man. Hoe kwam je er eigenlijk toe om hem mee te
nemen en was het van in het begin de bedoeling zijn werk te
gebruiken voor de hoes?

M: Zijn naam is Dirk Wolf en hij heeft feitelijk zichzelf
uitgenodigd. Zelfs al een jaar voordat we aan de opnames begonnen,
we wisten toen nog niet dat we die in de States zouden doen. Hij
vertelde dat hij een fotoboek wilde maken en ons daarvoor een gans
jaar aan een stuk wilde volgen. Toen is het op een bepaald moment
bij ons ter sprake gekomen om hem mee te vragen naar de States. Hij
is dan ook effectief meegegaan, heeft de foto’s voor de hoes
getrokken en nog vanalles geprobeerd en het zijn echt supercoole
foto’s geworden. De filmfragmenten van toen die op onze Facebook
staan, zijn voor een stuk door hem opgenomen en voor een stuk door
onze Lange gedaan.
R: Paul heeft zich daar wel goed mee geamuseerd. Die was ook het
snelste klaar, na vier dagen stonden alle baspartijen erop. Ergens
halverwege de sessie heeft hij nog een beetje overdubs opgenomen en
voor de rest heeft hij zich geamuseerd.

enola: Is het esthetische voor jullie belangrijk? We hadden het
net over die foto’s, maar jullie staan ook meestal in een pak op
het podium. Willen jullie echt mooie dingen
afleveren?
R: Schoon wil niet altijd zeggen dat dat
mooi of leuk is, iets heel lelijk kan ook schoon zijn. Of iets dat
je choqueert, kan ook ergens een schoonheid hebben, net zoals alles
dat je raakt. Dat vinden we wel belangrijk.
M: Dat alles is eigenlijk wel een factor, maar we moeten er vooral
zelf kippenvel van krijgen.
R: Dat wil niet zeggen dat het ook erg arty moet zijn.

enola: Geldt dat echt voor je muziek, dat je zelf kippenvel
moet krijgen van je eigen muziek? Of is het genoeg als je ervan
overtuigd bent dat iemand ergens dat gevoel wel zal
krijgen?

R: Nee, nee, dat gaat niet over ‘iemand’, wij met drie moeten het
goed vinden. Als er ergens nog een stuk in zit waarvan je zegt “hmm
dat klopt precies toch nog niet helemaal”, dan gaan we er met drie
aan werken totdat we er alle drie zo staan (vuist in de lucht,
headbangt)
: “dit is dé max”.
M: Het toffe is dat dat gevoel ook maar komt als we écht alle drie
content zijn over een nummer. Daar zijn we echt achter gekomen.
Zelfs als er twee zijn die zeggen dat het goed is en een andere
niet, dan gaan we er toch nog aan werken.

enola: Is dat ook de reden dat jullie zo’n overtuigende
live-act zijn, omdat je alleen maar nummers speelt waar je alle
drie 100% achter staat?

R: Ja, wij komen zeker goed overeen wat dat betreft. Ieder heeft
natuurlijk wel zijn favorieten, maar we zitten wel op dezelfde
golflengte. In die zin maken wij ook in de eerste plaats muziek
voor onszelf. Dat is de enige manier waarop je ook echt eerlijk
iets kunt maken dat je zelf goed vindt. Iemand vroeg me onlangs of
ik muziek maak voor de fans, mijn antwoord is dat zoiets niet gaat.
Je fans, dat is niet één persoon. In ons geval zijn het duizenden
mensen en die hebben allemaal hun voorkeuren en allemaal hun
goesting en hun lievelingskleur en hun lievelingsdrankje. Het gaat
dus simpelweg niet om voor die mensen iets te maken, want die
hebben allemaal verschillende meningen, dus je moet het voor jezelf
doen. Het is dan ook heel fijn als zoveel mensen dat goed
vinden.
M: Het is ook de enige manier waarop je eerlijk kunt blijven naar
je publiek, want je verloochent jezelf niet. Het is nooit onze
bekommernis geweest om iets hip te maken,. Maar goed ook, want als
je begint platen te maken om te scoren, allez, ja dan, pff
(haalt schouders op).
R: Hetzelfde geldt voor de groepen die wij goed vinden. The Black Keys of zo,
je kijkt uit naar die nieuwe plaat en vraagt je af hoe ze nu weer
klinken en toch doen ze precies altijd hetzelfde. Zo werkt dat, je
hebt een bepaalde esthetiek waarbinnen je beweegt, waarbinnen je
dingen maakt, hoe je eruit ziet, whatever. Dat is toch wel
een redelijk ruim gegeven en bij ons kan je daar redelijk ver in
gaan, dat kan heel zacht en intiem zijn of dat kan het grootste
gedonder zijn.

Covers

enola: Jullie hebben ook wel de gewoonte om soms voor radio of
TV akoestische of anders aangepaste versies te spelen van je eigen
nummers. ‘Soon’ is zelfs in verschillende versies uitgebracht. Doe
je dat omdat het gevraagd wordt of omdat de omstandigheden ernaar
zijn? Of is het echt iets waar je als band voldoening uit haalt om
je eigen nummers eens op een andere manier te
spelen?

R: Allemaal, alles wat je daar zegt.
M: Eigenlijk wel ja.

enola: Heb je van de nieuwe CD ook nog nummers achter de hand
gehouden in een andere versie?

M: Ja, en meestal houden we die versies ook voor radio en
dergelijke. Die vragen vaak om eens drie nummers akoestisch te
komen spelen. Ruben zou dan alleen met zijn gitaar kunnen gaan maar
we profileren ons eigenlijk meestal wel als band. We zijn met
drieën en doen liefst zoveel mogelijk samen waaronder ook die
akoestische sessies. Dat is dan gegroeid tot iets dat geregeld
toffe versies oplevert. Op een gegeven moment hadden we dan een
akoestische versie van ‘Soon’ en dat werd dan een single. Dat
groeide allemaal heel naturel en ongeforceerd. We hebben daar geen
mega-marketing plan achter zitten of zo.

enola: Geldt dat ook voor covers, toch ook een typisch aspect
van Triggerfinger. Als je straks de set afsluit met ‘Commotion’
gaan 9 op de 10 in de zaal niet weten dat het geen eigen nummer is.
Ook die versie van ‘Mercy’ die je met Selah Sue wel eens speelde
deed het origineel vergeten.

R: Dat is voor ons de juiste manier om een cover te spelen, je moet
het wat naar je hand kunnen zetten. Zo’n nummer exact naspelen
heeft voor ons weinig zin, omdat dat geen meerwaarde heeft. Waarmee
ik niet wil zeggen dat onze versie per se beter is. Als wij ‘Sweet
Dreams’ van Eurythmics coveren wil dat niet zeggen dat we vinden
dat er iets mis is met het origineel. Integendeel, ik ben daar
waanzinnig fan van, ik vind dat origineel de max. Toch spelen wij
dat nummer op onze manier, want anders heeft het geen zin. Daarom
kiezen we meestal ook nummers die we goed vinden en die ons liggen,
maar waar we wel het gevoel hebben dat we er iets aan kunnen
bijdragen. Het coveren wordt interessant als we zo’n nummer wat
wegtrekken uit zijn context en het een beetje van ons maken.

enola: Als je naar de radio luistert, hoor je dan wel eens
nummers waarvan je denkt “Aha dit zouden we wel eens een keer
kunnen spelen”?

M: Natuurlijk en soms word je ook verplicht, zoals deze week op de
Nederlandse radio voor Giel Beelen.
R: We moesten een nummer coveren uit de Mega Top 50, maar het is
niet simpel om een tof nummer uit te kiezen waar je ook nog iets
van kan maken.
M: Op zich is het ook wel plezant om covers te spelen. Als we de
overgang maken van een tour naar het maken van een nieuwe plaat is
dat wel ideaal om de repetities terug te beginnen. Onlangs speelden
we ook samen met Little Trouble Kids een cover voor de poulains van
Studio Brussel. Dan voel je die kriebels weer komen om nieuwe
dingen te maken en wat gebeurde er vandaag tijdens de soundcheck:
een nieuw nummer. Fantastisch.

enola: Maar dit jaar ga je wellicht nog niet terug naar de
studio?

M: Volgend jaar, dat is toch het plan.

enola: Ben je dan al aan het nadenken over een studio en een
producer en zo?

M: Waarschijnlijk gaan we weer hetzelfde doen of er moest iets op
ons pad komen waarvan we zeggen “dat mag je niet laten liggen”.

enola: Mario, jij bent zelf ook producer en nu heb ik een beetje een persoonlijke vraag. Ik was nogal fan van Cowboys and Aliens, jij producete hun laatste plaat en speelde er zelfs op mee. Wat is er eigenlijk gebeurd met die groep? Ineens waren ze verdwenen.
M: Gesplit. Crisis met alles erop en eraan. De gitarist stopte ermee, de zanger kreeg familiale problemen. Een hoop gezever. Spijtig inderdaad. Bij veel groepen krijg je wel problemen als het vanaf de eerste plaat direct aanslaat. Daar hebben wij gelukkig niet veel last mee gehad, maar vaak zijn er dan al snel mensen die beslissen dat hun band niet werkt. Die vergeten dan het principe om het doen voor zichzelf.
R: Dat is iets dat wij altijd hebben kunnen vermijden, om de druk op de groep te groot te laten worden. Wij speelden sowieso graag met drie samen en hadden natuurlijk ook graag dat het zou werken. Wij deden ook nog andere projecten, om te overleven en ook omdat het fijn is om soms met andere mensen te spelen. Dat is een andere dynamiek, dat verrijkt je als muzikant en het doet je beseffen hoe straf hetgeen is wij als Triggerfinger hebben. Dat behoedt ons voor dat soort negatieve situaties. We moesten dat gewoon doen, wij met drieën vonden Triggerfinger gewoon te straf, of we daar nu veel geld mee verdienden of niet.

enola: Als groep zijn jullie waarschijnlijk langzaam gegroeid, of hebben jullie gewoon op een dag beslist om met Triggerfinger te starten?
M: Dat is allemaal nogal toevallig gekomen. Ruben had die groep al voor wij erbij kwamen. Het is eigenlijk begonnen toen hij op een dag Lange Polle moest vervangen bij Guy Swinnen en ik de drummer. Daar hebben we elkaar leren kennen en ongeveer een half jaar later belde hij om te zeggen dat hij zijn groep had buitengegooid, maar wel vijf concerten had geboekt. Vanaf de eerste repetitie dat we begonnen te spelen, voelde ik dat ik dat wilde blijven doen. En kijk, twaalf jaar later zijn we nog bezig.

enola: Amai, toch al twaalf jaar!
M: Niet slecht hé! Dat bedoel ik ook, tegenwoordig willen jonge muzikanten al een andere groep als het na twee jaar niet succesvol is.
R: Je moet ook de tijd nemen om het vak te leren. Het vak van live spelen en samen te spelen, wij hebben gelukkig altijd heel graag samen gespeeld.

enola: Heb je soms wel eens het gevoel dat je een job aan het doen bent op het podium?
R: Door slechte klank en ziekte en toestanden kan het soms wel eens een zware werkendag worden. We hebben alle drie al wel eens compleet kapot van ziekte op het podium gestaan, maar dat gaat ook. Soms wil je van het podium stappen omdat de klank zo slecht is, maar je doet dat niet. Er zijn zeker slechte ervaringen, maar daar steken de goede alleen maar mooier tegen af. Dat wil niet zeggen dat we niet kritisch zijn voor hetgeen we doen, zelfs na een goed concert. Gisteren was een waanzinnig cool concert, maar dan zijn er nog altijd dingen waarvan we zeggen “dat of dat gaan we nog wat anders doen morgen”. Je probeert altijd alles zo straf en zo goed mogelijk te doen, maar tegelijkertijd wel nog ruimte te laten om met de flow mee te gaan. Een optreden is geen van begin tot einde uitgetekend scenario dat gevolgd moet worden.

enola: Bedankt voor het interview en een waanzinnig fijn concert toegewenst.

http://www.triggerfinger.net/
http://www.myspace.com/triggerfingertheshooters

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =