Stromae :: 4 maart 2011, AB

Jazeker, de Stromae van “Alors on danse”: hit en doorbraak van het jaar op de MIA’s, maar — tenzij hij het alsnog verknoeit — zeker geen doordeweeks one hit wonder. Dat bewees hij vrijdag ook in een uitverkochte AB.

Eerste vaststelling: werkelijk iedereen wil Stromae (né Paul Van Haver) zien. We passeren ouders met zéér jonge kinderen, teenagers in discotheektenue, beschaafde koppels van middelbare leeftijd die rode wijn drinken uit een plastic beker en de serieus uitziende muziekliefhebbers, die allicht in de AB kamperen. Toen het voorprogramma begon, hebben we zelfs iemand in ons beste koeterwaals moeten geruststellen dat hij wel degelijk in de juiste zaal voor Stromae was, maar dat die er pas een uurtje later aan zou beginnen.

Tweede vaststelling: al dat volk is niet alleen voor “Alors on danse” gekomen. Ook “House’llelujah”, “Te Quiero”, “Bienvenue Chez Moi” en “Je Cours” worden enthousiast onthaald, al gaat het dak er pas echt af wanneer de alomtegenwoordige maar blijkbaar onverwoestbare beat van zijn grootste hit weerklinkt. Die overigens ineens tot driedubbele lengte wordt gerokken, inclusief een couplet en refrein dat over de beat van “Pump Up The Jam” wordt gezongen. Nog een bewijs dat Stromae zijn plaats in de Belgische muziek kent: Arno wordt zeer nederig als grand monsieur het podium opgeroepen voor een houseversie van “Putain, Putain” met de meester op mondharmonica en raspende stem.

Derde vaststelling: Stromae weet wat hij wil en is professioneel, maar neemt de boel ook niet te serieus. We zien heel wat ‘Stromae access all areas’-badges door de AB struinen, wat een beetje potsierlijk lijkt. Maar twee nummers ver in de set heeft Stromae dat al helemaal weg gerelativeerd. Voor “Bienvenue Chez Moi” staat hij alleen op het podium, tussen schermen en schijnbaar nutteloze torens synthesizers en computers. Om nog even extra in de verf te zetten dat de muziek op tape staat, posteert hij twee als Janssen en Jansen verklede poppen achter de torens. “Summertime” bouwt hij laag per laag op, zodat het publiek er zicht op krijgt welke geluidjes er allemaal in de song zitten. Maar wanneer de song uiteindelijk echt start, staan er in plaats van de poppen echte muzikanten die de rest van het concert de songs live spelen. Wie een beetje oplette, zag dat de set barstte van dergelijke visuele en auditieve knipoogjes.

Vierde vaststelling: Stromae bouwt duidelijk verder op de Belgische new beat en eurohousetraditie, maar geeft zijn songs met een stevige scheut chanson extra credibiliteit. Het is de inventieve tekst die van “Alors on Danse” meer dan een novelty hit maakt. Ook met “Te quiero”, “Bienvenue chez moi”, “Dodo” en “Cheese” weet Van Haver tekstueel en qua voordracht te prikkelen.

Maar het meeste respect oogst hij met zijn bisnummer: een orkestrale versie van “Alors on danse”. De schermen tonen een rood doek en Van Haver komt terug voor ‘un petit dernier pour la route’. Achter de geprojecteerde gordijnen blijkt een geprojecteerd orkest te zitten. Een keyboardspeler die zich tussen de strijkers verschanst moet er nog uit (“on fait de la musique sérieuse maintenant”), maar dan denken we even dat Jacques Brel “Alors on danse” staat te zingen. Een dergelijk radicaal bisnummer is een statement. Dat hij het nummer bovendien volledig in deze versie brengt (zonder een ‘onverwachte’ house-uitbarsting) en het op geen enkel moment verveelt of een flauwe gimmick lijkt, bewijst dat Stromae meer in zijn mars heeft.

Conclusie: dit was geen foutloos concert. Op de momenten dat Van Haver voluit de housekaart trok (tijdens “House’llelujah”, “Silence” en “Rail de Musique”) verslapte onze aandacht, maar dat is detailkritiek. Veel artiesten weten met slechts een album (11 songs) onder de arm stukken minder te boeien dan Stromae. Minstens de helft van dit concert was meer dan memorabel. Zeker de momenten waarop Van Haver zich als een elektronische Brel outte, smaken absoluut naar meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − vijftien =