Buffalo Tom :: 6 maart 2011, AB

Het is een luxeprobleem dat kan tellen: een zodanig rijk gevulde songcatalogus tjokvol zoetgevooisde noiserock in je broekzak hebben dat je je live elke avond opnieuw l’embarrax du choix kan permitteren. De melancholische rockers van Buffalo Tom kozen voor een bomvolle AB dan maar voor de meest heldhaftige oplossing: een marathonconcert van zo’n kleine twee uur. Waar voor je geld, heet zoiets dan.

Al speelde het powertrio in het gros van zijn setlist iets te vaak op veilig met een netjes overzicht van zijn grootste hits, maar ach: als die hits toevallig allemaal wolkbreuken van songs betreffen, hoort u ons niet klagen. “Velvet Roof” — uit doorbraakplaat Let Me Come Over (1992) — zette meteen al de puntjes op de i. Die voortjakkerende drums! Die hoge, inventieve baslijnen! Die ronduit prachtige moordgriet van een gitaarriff! Janovitz, Colbourn en Maginnis hadden er kilometers zin en dus sneden okselfris gespeelde versies van hun songs als een mes door boter bij een maar al te gewillig publiek.

”Summer”, het messcherpe “Rachael” en uiteraard wereldhit “Taillights Fade”, al verrassend vroeg in de set: het zat allemaal tot op de millimeter juist, als een waterpas op een lineaal. Als het aan ons had gelegen, hadden de heren hun nagelnieuwe, voortreffelijke Skinsplaat integraal in hun concert mogen verwerken. Songs als “Down” en “Guilty Girls”, ook al vroeg in de set, bewezen het immers zonneklaar: Buffalo Tom kan zijn kunstje — noiserock maken die klinkt als een Zwitsers klokkenspel — nog steeds als geen ander.

Letterlijk elke song van de heren uit Boston trapte in open doel: de rollende drums en gitaren van “Soda Jerk”, het gevoelige, door Colbourn gezongen “Late At Night”, het betere gebeuk van “Tree House”, de gespreide gitaar in “Larry”, de kopstoot van een refrein in “I’m Allowed”: het klonk allemaal zo mooi als een herfstwandeling in dat magische, unieke zonlicht van een echte indian summer. Nog meer lekkers? Wat dacht u van enkele zoetigheden uit Skins zoals de door een dozijn effectpedaaltjes aangedreven kraakverse single “Arise Watch” en het door Colbourn gezongen — denk aan The Lemonheads als ze er nog eens 200 procent zin in hebben — en ronduit machtige “She’s Not Your Thing”.

Moest het dan allemaal zo luid en uptempo gaan als een Ferrari van een goed jaar? Neen hoor: toen Janovitz en de zijnen teruggrepen naar hun vorige plaat, het eveneens sublieme Three Easy Pieces uit 2007, was het meteen ook prijs. “You’ll Never Catch Him” is dan ook een ballad die zo mooi is als een vlucht regenwulpen, een kus in de regen of (waar de song over gaat) een kind dat wanhopig een eekhoorn probeert te vangen. En nadat de heren hun reguliere set afsloten met het accuraat rockende “Tangherine” kregen we in de bissen nog meer gevoeligs uit Skins: “Don’t Forget Me”, op plaat in een duet met Tanya Donelly, stond ook zonder gastzangeres nog steeds even overeind als de Eiffeltoren. Mooi mooi mooi.

Ook nog ontwaard in die uitgebreide bisronde: “CC and Callas”, een song over — u raadt het nooit — operazangeres Maria Callas en het heerlijk tijdloze, als een Formule I voorbijrazende “Sunflower Suit” uit hun tittelloze debuutplaat (1989). Maar tegen dan hadden wij al lang onze conclusie klaar. De drie gewezen universiteitsstudenten uit Boston mogen zich dan privé al genesteld hebben in het comfort van een gezin met kinderen, live rocken ze nog steeds als een roedel jonge wolven die net de volumeknop op hun versterkers gevonden hebben. Buffalo Tom tekende voor een groot deel voor de soundtrack bij onze adolescentenjaren en is, zowel live als op zijn laatste platen, een beetje als een ex-lief van jaren geleden waar je versteld van staat dat ze nog steeds is om door een ringetje te halen. Om maar te zeggen dat de heren het nog steeds voortreffelijk kunnen. En nu allemaal naar de platenwinkel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 8 =