BEST OF: Sonic Youth

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen, en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van goddeau om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Sonic Youth.

1. Death Valley ’69

De drummer telt af, een loodzware bas weerklinkt en die ene beangstigende riff raast ongenadig de donkere woestijn in… Bad Moon Rising was de eerste keer waarop SY afstapte van het New Yorkse No Wavelawaai van leermeester Glenn Branca om een ijzersterke, gitzwarte gitaarplaat ineen te flansen; "Death Valley ’69", dat klonk als de soundtrack voor een slechte Rutger Hauer-slasherfilm, was dat nieuwe, logge nachtmerriegeluid in vijf opwindend akelige minuten vervat.

Hoogtepunt: 03’39". Lydia Lynch schreeuwt in haar glansrol voor het laatst "Hit it!", de groep sleurt zichzelf in een tribale extase en toenmalig drummer Bob Bert gaat volledig loos. Wij ook, trouwens.

2. Teenage Riot

Wat valt er nog meer te zeggen over het meest iconische Sonic Youth-nummer aller tijden? Dat het ondanks zijn traditionele songstructuur en relatief braaf gitaarwerk toch telkens de vlam in de pan doet slaan? Dat het schandalig is dat niemand ooit Steve Shelley’s fenomenaal retestrakke en werkelijk essentiële drumwerk vermeldt? Dat ook wij wel eens graag notoire luiaard en Dinosaur Jr.-frontman J Mascis als president willen hebben? Dat, toen Thurston Moore na het fout spelen van die gelukmakende riff op Pukkelpop 2007, ons nog extatischer maakte door helemaal van vooraf aan te beginnen? Dat het hun beste nummer is, en we er niet meer over gaan discussiëren?

Hoogtepunt: 01’21". Kim Gordons dromerige Lorelei-intro wordt plots onderbroken door die eerste, fameuze gitaaraanslag. En wanneer de riff voor het eerst voorbijdendert, voel je de nattigheid al: dit nummer — en de plaat (Daydream Nation) die het opent — zal iets uitzonderlijk zijn.

3. Expressway to Yr. Skull

De epische afsluiter van Evol (1986) en daardoor de enige echte aanloop naar het briljante tweeluik Sister/Daydream Nation. Zorgt meteen ook voor een patroon dat zich nog vaker zou voordoen, met een sombere aanzet, lawaaierige piek na een minuut of drie en een abstractere tweede helft. Groeide vooral live uit tot een gitaarklassieker zonder weerga, maar kon ook niet in deze lijst ontbreken.

Hoogtepunt: "We’re gonna kill / the California girls" en dan vooral de raadselachtige toon waarop de woorden uitgesproken worden, alsof Moore ook zichzelf ermee verrast.

4. Schizophrenia

Le nouveau Sonic Youth est arrivé. Vanaf zijn vijfde plaat ging de band veel nadrukkelijker spelen met toegankelijke structuren en melodieën, en Sister-opener "Schizophrenia" is daar een prachtvoorbeeld van, met z’n bijna rinkelende gitaren in de instrumentale tweede helft, die de grens met de chaos lijkt te willen opzoeken, maar toch een veilige afstand bewaart.

Hoogtepunt: moeilijk om een scharniermoment te kiezen uit een song die z’n unheimliche sfeer zo coherent weet vast te houden.

5. Tunic (Song For Karen)

Eentje voor Karen Carpenter, de zangeres die begin jaren tachtig overleed na een hartstilstand ten gevolge van anorexia. Een van de meest complete nummers van het onevenwichtige Goo (1990): een prachtige combinatie van voorzichtige noise en onbeschaamde melodie, een ingetogen vocale performance van Kim Gordon en een zweverige sfeer tijdens de trip door het hiernamaals.

Hoogtepunt: 0’45". De weemoed in de gitaren.

6. Diamond Sea

Alsof de band in 1995 hun status als indie-goden en -supersterren wilden saboteren, brachten ze als eerste single van hun nieuwe album een song van bijna 20 minuten uit. In de radio-edit zijn alle ’gewone’ strofes en refreinen tot een fijne radiohit gesmeed, maar de full version is dankzij de uitgesponnen improvisaties (die geen beetje door Steve Reich geïnspireerd zijn) en noise-stukken een pak beter. Een woud van een song waarin het zo aangenaam verdwalen is, dat je hem na 20 minuten nog maar eens opzet. En nog eens…

Hoogtepunt: 8’04". Thurston Moore is voor de tweede keer uitgezongen en nu begint het pas echt.

7. Mote

Onderschatte parel op Goo, want dit is Sonic Youth op z’n aller-allerbest, met huilende, jankende gitaren, een niet te stoppen drive en mooie zanglijn van Ranaldo. Wordt wel eens verguisd omwille van z’n zogenaamd richtingloze tweede helft (vier minuten feedback, cimbalengeruis, geronk en gezoem), maar zelfs gevolgd door 15 minuten polka zou deze knaller overeind blijven als een klassieker in hun oeuvre.

Hoogtepunt: 2’55". Vijf seconden jengelgitaren, de druminval en een herneming van de strofes. De band op z’n noisy best.

8. Tom Violence

Over wat de beste Sonic Youth-plaat is, kan lang gediscussieerd worden, maar wat zeker is, is dat Evol sowieso tussen de kanshebbers zal staan. Uiteraard is er het geniale "Expressway To Your Skull", maar ook dit openingsnummer zou op geen enkele zelfrespecterende compilatie mogen ontbreken. De song rockt, meandert, jankt en toont zich van zijn meest avant garde-kant. Het is kortom de blauwdruk voor alles wat Sonic Youth als dusdanig definieert.

Hoogtepunt: 1’55", een uitbarsting die mag gelden als postrock avant la lettre. Na wat een tergend lange spanningsopbouw lijkt (52"), barst de song open om nog voor iedereen naar adem heeft kunnen happen terug te keren naar het beginthema.

9. Shadow of a Doubt

Een song die op papier nogal expliciet naar Hitchcock verwijst (ze delen een titel en de tekst verwijst nogal expliciet naar Strangers on a Train), maar Hitch was net dat tikje subtieler met zijn spanning. Kim Gordon fluistert ergens tussen geil en angstaanjagend (net daar waar het deugd doet) doorheen een spookachtig tapijt van net gedempte gitaren. Een song als een bloedmooie tiener die in een horrorfilm haar ongeluk tegemoet sluipt.

Hoogtepunt: 1’42" Gordon (en song) ontwaken plots uit een nachtmerrie.

10. Sunday

Een "Sunday Morning" voor de 21ste eeuw, deze zachte bespiegelingen over het zondaggevoel. Zo lijkt het wel, want met zijn pulserend ritme is deze single uit A Thousand Leaves vanaf de eerste noot niet het zachtmoedige onderuitzakliedje dat het op het eerste zicht lijkt.

Hoogtepunt: 2’23". Plots wordt de kettingzaag in gang getrokken en laat Sonic Youth zich helemaal gaan met brandende en gillende gitaren die langs een kippenvel veroorzakende climax uiteindelijk hun weg terug vinden naar de melodie waarmee het minuten eerder begon.

11. Youth Against Fascism (Hate Song)

Smerige tijden (Pa Bush in een Koude Oorlog-overwinningsroes aan het roer van de VS) vragen om smerige muziek en voor een keer noemt Sonic Youth man en paard. Het is lichtelijk puberaal, maar de wel heel groovende baslijn van Kim Gordon en het spannende gitaarspel dat weerklinkt, maken van "Youth Against Fascism" een bepalende song voor Sonic Youth.

Hoogtepunt: 1’56". Thurston Moore en Lee Ranaldo laten hun gitaren de song een versnelling of twee hoger schakelen, waarop Moore zijn gal er uitgooit.

12. Wildflower Soul

De verborgen parel in het oeuvre van de New Yorkers. Bijna tien minuten lang wordt gedweept met kinderlijke naïviteit en gaat het van een noisy intro naar een heerlijke melodie langs de complete chaos opnieuw naar ultieme schoonheid. Een track om bij weg te dromen.

Hootepunt: 5’07". Even lijkt de band te aarzelen en hou je als luisteraar gespannen de adem in: welke kant gaat dit uitgaan? Om je vervolgens te laten meeslepen door een geflipte gitaarpartij.

13. Superstar

Het mag ironisch heten dat Sonic Youths bekendste cover, "Superstar" uit het tribuutalbum If I Were A Carpenter, geen origineel The Carpentersnummer is maar een vaak gecoverde song van Delaney & Bonnie (1969). Desalniettemin weet de band treffend de sfeer van The Carpentersversie te vatten en te vertalen naar het grungetijdperk. "Superstar" kent veel versies maar het zijn The Carpenters en Sonic Youth die er beiden de definitieve versie van opnamen.

Hoogtepunt: 0’36". "Long ago and o so far away" Thurston Moores eerste zanglijn laat meteen een introverte pijn horen. Hier is geen gillende puber of obsessieve fan aan het woord maar een gebroken ziel, opgesloten in zijn eigen wereld.

14. Kool Thing

Hun eerste single op een major label, en allesbehalve de sell-out die door fans van het eerste uur gevreesd werd; het mag dan wel een "toegankelijker" popnummer zijn dan allen die ze ervoor neergepend hadden, het weerhoudt Kim Gordon er niet van zich als een krolse kat in het oorverdovend schuurpapiergeluid van Moore en Ranaldo te wentelen. "Kool Thing" blijft vier minuten onvervalst rocken met de zonnebril op en is cooler dan James Dean en James Bond tezamen, van de borrelende intro over het nepinterview met LL Cool J in de brug tot het allesverslindende climacterisch refrein.

Hoogtepunt: 00’50". Een refrein als een kettingzaag waarover la Gordon plagerig "I don’t wanna/ I don’t think so" kreunt. We voelden ons zelden zo oneindig cool en puberaal gefrustreerd tegelijk.

15. Sugar Kane

De goden van de underground hadden in het zog van hun poulains Nirvana met ’Sugar Kane’ eindelijk een culthit te pakken, met dank aan de catchy grunge riff, een poppy refrein en een smerig basgeluid. Maar om het toch niet te makkelijk te maken, plakten ze een venijnige lap noise tussen de radiovriendelijke stukken (die er dan ook werd uitgeknipt voor de radio edit).

Derde en meest succesvolle single van hun doorbraakalbum en nog steeds hun grootse jeugdhuishit. De song waar zowat iedereen Sonic Youth van kent en waarvan we ons niet kunnen voorstellen dat we hem ooit beu worden.

Hoogtepunt: 3’21". Een generatie maakt kennis met noise.

Volgende maand stellen we de Best Of van R.E.M. op. Welke nummers mogen daar volgens jou zeker niet ontbreken? Suggesties zijn welkom op >info@goddeau.com en op ons forum. Ook voorstellen voor volgende Best Ofs kan je daar kwijt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =