Tron :: Legacy




In een aflevering van The Simpsons zit een scène waarin Homer
aan een meute van zijn mede-Springfielders vraagt: “Did anyone
see that movie Tron?” “No,”
antwoordt iedereen in koor,
behalve één sukkelaar die yes zegt, maar meteen beseft dat
hij een faux pas heeft begaan en zichzelf verbetert:
Uhm… no.” Zo zie je maar: tijdens de voorbije (bijna)
dertig jaar heeft ‘Tron’ wel degelijk een reputatie opgebouwd, zij
het niet noodzakelijk een erg positieve. Uitgebracht in 1982, was
‘Tron’ destijds een grensverleggende speciale effectenshow, die te
boek staat als één van de eerste narratieve films met CGI-effecten.
Het verhaal sloeg nergens op (voor zover de mensen het al konden
volgen), maar visueel flitste het allemaal dusdanig dat Disney
dacht dat ze hun eigen antwoord op ‘Star Wars’ gebricoleerd hadden.
Jammer genoeg voor hen viel dat tegen: ‘Tron’ verdiende zijn geld
terug, maar was absoluut niet de verhoopte kaskraker. In de
tussenliggende decennia overleefde de film als een curiosum; de
prent verzamelde een handvol fans via de video- en dvd-releases,
maar zijn aanhang was zelfs te klein om van een fatsoenlijk
cultfenomeen te kunnen spreken.

Waarom dan toch nog een sequel? Ik vermoed omdat er
ergens bij Disney een slimmerik eens heeft nagegaan welke films er
de laatste jaren het meeste geld hebben opgebracht, en tot de
conclusie is gekomen dat dat voornamelijk holle special
effects-extravaganza’s waren, liefst in 3D. En hey, een hol special
effects-extravaganza, dat is precies wat ‘Tron’ was! In die zin was
‘Tron’ zijn tijd vooruit: hij anticipeerde de verkleutering van de
mainstream cinema, waarin blitse visuele effecten het altijd halen
van inhoudelijke samenhang (laat staan diepgang). Bijgevolg krijgen
we nu ‘Tron: Legacy’, een – u raadt het nooit – hol special
effects-extravaganza in 3D. Raise the roof!

Wie het verhaal wil kunnen volgen (wat een optionele extra is in
het geval van deze film, maar soit) kan maar beter het
origineel nog vers in het geheugen hebben. Jeff Bridges speelt
Kevin Flynn, een softwaretycoon die een manier heeft gevonden om
fysiek naar zijn eigen besturingsprogramma te reizen – een digitale
wereld die hij The Grid noemt. Daar verbroedert hij met de
programma’s Clu (gemaakt naar zijn eigen gelijkenis en dus gespeeld
door een digitaal verjongde Jeff Bridges) en Tron (Bruce
Boxleitner, de enige andere acteur uit de eerste film), en begint
hij te werken om The Grid perfect te maken. Een ideaal, gratis
programma waar informatie vrij kan worden uitgedeeld. Jarenlang
reist Flynn over en weer tussen de echte wereld en The Grid, tot
Clu een beter idee krijgt: hij pleegt een staatsgreep en neemt de
controle over The Grid. Flynn moet in ballingschap gaan in een
uithoek van het programma en kan niet meer naar huis. Zijn zoon Sam
(Garrett Hedlund) groeit dus op zonder zijn pa, totdat hij, meer
dan 20 jaar later, zelf de toegang vindt tot The Grid. Cue
de reünie, de titanenstrijd tussen Flynn, Sam en Clu en zelfs een
bij de haren gesleurde love interest (met de niet
onappetijtelijke Olivia Wilde).

Tijdens het eerste uur is ‘Tron: Legacy’ ongeveer wat je er van
had kunnen verwachten: een flashy visuele show, die
afgeladen vol zit met neonlichten en de beste special effects die
je voor 170 miljoen dollar kan kopen. Sams entree in The Grid wordt
meteen gevolgd door een duel met die coole lichtgevende frisbees
die zo’n grote rol speelden in de eerste ‘Tron’ – zij het dan
ditmaal zwaar gepimpt naar 21ste eeuwse normen. Kort
daarna krijgen we de motorrace waarmee ze in de trailer zo zwaar
uitpakten en als welgemutste kijker denk je dan: “Oké, misschien
wordt dit nog wel fun. Hersenloos en grotendeels
emotieloos, maar fun.” Die actiescènes zijn immers
degelijk in elkaar gestoken en hey, wie naar een film als
‘Tron: Legacy’ gaat kijken, heeft betaald voor flitsende
neondingetjes die whoosh doen, en flitsende neondingetjes
die whoosh doen is wat je krijgt. Het probleem is echter
dat na dat eerste uur, de hele film zonder al te veel waarschuwing
volledig dood valt. Dat er halverwege een rustpunt komt waarin Sam
en Flynn elkaar ontmoeten en de derde akte van het verhaal wordt
opgezet, is niet meer dan normaal. Dat dit rustpunt zich blijft
voortslepen tot zo’n tien minuten voor het einde (wanneer we een
haastig afgeraffelde finale krijgen), is voor dit soort film
onvergeeflijk. De personages beginnen, in nogal geforceerde
dialogen, de plot tegen elkaar uit te leggen en daar blijven ze
maar mee bezig. En net wanneer je denkt dat je alle onnodig
gecompliceerde plotelementen wel hebt gehad, sleuren ze er nog iets
anders bij. Er zijn films die het zich kunnen permitteren om te
kabbelen. ‘Tron: Legacy’ is niet één van die films.

Garrett Hedlund hebben we tot nu toe voornamelijk kunnen zien in
bijrollen in vergeetbare films als ‘Eragon’ en ‘Death Sentence’.
Hier, in zijn eerste dragende filmrol, geeft hij blijk van een
zeker charisma, hoewel het scenario hem maar weinig kans geeft om
enig bereik te tonen. Sam blijft grotendeels hangen in zijn
moody persoonlijkheid, met een eeuwig gekwelde blik op het
gezicht. Geef ons nog een film of twee om er over na te denken, en
dan zullen we laten weten wat we van hem denken. Jeff Bridges is
dan weer een kwaliteitslabel op zich – we hebben het hier wel over
the dude – maar om de één of andere reden hebben ze van
zijn personage dan weer een ersatz-Jedi gemaakt, die in
het midden van de actie even wat tijd neemt om te mediteren en
tegen zijn zoon dingen zegt als: Man, you’re really messing up
my Zen-thing!
Op papier leek het vast meer steek te houden dan
op film. Voor zijn dubbelrol als Clu heeft men zijn gezicht
digitaal jonger gemaakt, zodat hij er min of meer uitziet alsof hij
net een zware Botox-behandeling heeft ondergaan. De oudere Bridges
heeft, dat spreekt voor zich, een pak meer charisma. Olivia Wilde
speelt – voor zover we het hebben kunnen volgen – een ISO die
Quorra heet en heel belangrijk is voor één van de vele takken in de
wildgroei aan plot waar ‘Tron: Legacy’ mee te kampen heeft, maar
wat we van haar vooral onthouden is dat ze er in haar Grid-pakje
behoorlijk lekker uitziet.

En op die manier wordt ‘Tron: Legacy’, enigszins volgens de
verwachtingen, een betekenisloze, semi-samenhangende lichtshow (nog
nooit zoveel neon in één film gezien!), die aardig begint, maar
zich na een tijdje verliest in eindeloos gezeur over een verhaal
dat je steeds minder kan schelen. De religieuze subtekst (de
programma’s spreken over hun gebruikers zoals anderen over God
spreken) blijft overigens even overbodig en silly als in
de eerste film. Speciale vermelding wel voor de muziek van Daft
Punk, die een frisse draai geeft aan de klassieke filmscore, met
een fantastisch bevreemdend resultaat. Over de 3D kan ik ditmaal
gelukkig niets melden: u dacht toch niet dat ik mezelf die
Viewmaster-ervaring ging aandoen terwijl in de zaal ernaast de
2D-versie draaide? In 2D zag ik een helder beeld, waarin ik alles
perfect kon volgen, waarin de shotcomposities duidelijk waren en ik
na een uur geen hoofdpijn had. Wat altijd meegenomen is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − zeventien =