Scott Pilgrim vs The World




Veel mensen zullen er waarschijnlijk al in de eerste minuten
horendol van worden, maar voor wie houdt van originele, gedurfde en
totaal geflipte cinema, is ‘Scott Pilgrim vs. the World’ een
must-see. Lauwtjes ontvangen bij de critici en geflopt aan
de kassa’s, maar wel veruit de meest prikkelende, spannende,
gewaagde twee uurtjes cinema die u dit jaar zal tegenkomen. Films
als ‘Eternal Sunshine and the Spotless Mind’ en ‘(500) Days of
Summer’, die het genre van de romantische komedie op hun eigen,
vindingrijke wijze op hun kop zetten, zijn dun gezaaid, maar aan
dat rijtje mag je nu ook ‘Scott Pilgrim’ toevoegen: een zwierige
mélange van videogames, comic books en indiemuziek,
verpakt in één fantastische rom com. Een hyperactief,
associatief opgebouwd flipperkastkanon van een film die meer
oprechtheid en goesting uitstraalt dan alle ‘Zot Van A’s
en ‘Step Up’s van deze wereld.

Het verhaal draait om het turbulente liefdesleven van Scott
Pilgrim, de beminnelijke bassist van Sex-Bob-Omb, een ambitieus
indiegroepje. Scott (Michael Cera) heeft een platonische relatie
met Knives Chau (Ellen Wong), een 17-jarig schoolmeisje van Chinese
afkomst, en woont samen met de minzame homoseksueel Wallace (Kieran
Culkin). Zijn leven wordt danig op zijn kop gezet wanneer hij
kennis maakt met Amazon-delivery girl Ramona Flowers (Mary
Elizabeth Winstead is na Kate Winslet en Zooey Deschanel een
perfecte indie darling): als hij met haar wil uitgaan zal
hij niet alleen Knives’ hart moeten breken, maar ook komaf moeten
maken met Ramona’s zeven boosaardige exen. Alleen als Scott die
League of Evil Exes kan verslaan, zal hij het eeuwige geluk kunnen
nastreven met zijn droommeisje.

Die simpele plot fungeert als de verschillende levels uit een
klassieke arcadegame (je moet verschillende niveaus doorworstelen
om uiteindelijk bij de eindbaas terecht te komen), en het
belangrijkste om weten is dat het tempo moordend hoog ligt. Als
kijker moet je voortdurend goed opletten om mee te zijn met de
verschillende scène-overgangen. Vaak wordt er bij de vermelding van
één woordje overgesprongen naar een gesprek dat daar dan weer mee
te maken heeft en wisselt regisseur Edgar Wright (Hot Fuzz) binnen
één dialoog even snel van decors en gesprekspartners als Hans Otten
van pintje. Dat gaat vaak gepaard met de nodige Sega-geluidjes (de
geweldige begintitels over het Universal-logo moeten u al doen
watertanden), Gameboyriedels of zwierige swooosh-en. Tekst
vliegt voortdurend in en uit het beeld en allerlei leuke
spielereien (want alles past wel degelijk binnen de
context van de prent) zoals een geel pipi-balkje in het toilet,
fleuren het scherm op.

Minstens even belangrijk als het bijwijlen poëtisch mooie
liefdesverhaaltje is de muziek. De soundtrack van ‘Scott Pilgrim
vs. the World’ moet zowat de beste soundtrack in járen zijn (sinds
‘O Brother Where Art Thou?’ misschien). Verantwoordelijke voor de
muziek was superproducer Nigel Godrich (de man achter Radiohead die
ook al samenwerkte met Paul McCartney, Pavement, U2, R.E.M. en
Charlotte Gainsbourg – afijn, goed volk dus) die er duidelijk met
veel plezier en liefde is ingevlogen. Een ander bekend
Godrich-collaborator is Beck (Godrich schreef mee aan diens ‘The
Information’), die dan weer garant stond voor de muziek van
Sex-Bob-Omb (goeie nummers!). Daarnaast werkte ook nog Broken
Social Scene mee aan de muziek voor de film en passeren op de
klankband onder andere nog The Rolling Stones, Frank Black en T.
Rex. Zelfs Bob Dylan is aanwezig in de vorm van een toepasselijke
coverversie door Beck van ‘To Ramona’. Daarbij moesten alle acteurs
ook echt hun instrument leren bespelen, én moesten ze ook zelf
zingen. Die toewijding hoor je: ‘Scott Pilgrim’ klinkt
verrukkelijk. En ‘s werelds meest charmante bassist Michael Cera
(ook écht lid van supergroep Mister Heavenly, naast personeel van
Modest Mouse, Man Man en Islands) mag naar hartenlust zijn kunnen
etaleren. Verder wordt nog verwezen naar diverse groepen als The
Kinks, Woody Guthrie, New Order en Neko Case – en dat zijn er nog
maar een paar: ‘Scott Pilgrim’ is een flipperkast, maar tevens een
transgenerationele jukebox.

Daar komt wel bij dat je als muziekliefhebber veel meer uit de
prent haalt dan als reguliere cinemaganger. En ook mensen met een
voorliefde voor popcultuur alsook hypersnelle absurde,
slapstick- dan wel screwball-humor hebben een
streepje voor. Dialogen gaan pijlsnel en zijn vaak erg spitsvondig
(Ramona: “Good excuse for a lousy first date.” Scott:
This was a date?” Ramona: “Slip of the tongue.
Scott: “Tongue…”), er wordt gespeeld met sitcomelementen zoals
een lachband en af en toe gaan de makers ook echt far out.
Wanneer Scott moet vechten tegen het personage van Brandon
‘Superman’ Routh blijkt die laatste superkrachten te hebben omdat
hij veganist is (zijn ogen worden wit en zijn haar begint te
vlammen). Tot Scott erin slaagt hem een kopje koffie dat half
and half
is (half soja, half reguliere melk) te laten drinken
en de Vegan Police hem van zijn krachten komt beroven met hun
de-veganize ray“. Of een ander leuk voorbeeldje: elke
keer dat Scott een vijand verslaat, ontploft die laatste in een
hoop muntjes. De eerste keer dat dat gebeurt, reageert Scott met
een opgetogen “Sweet; coins!Très funny.

Toch heeft ‘Scott Pilgrim’ ook meer te bieden dan alleen
popcultuur-inhoud (ook naar Bollywood wordt verwezen, het van kleur
veranderende haar van Ramona is dan weer een vuistdikke knipoog
naar ‘Eternal Sunshine’, etc. – enfin, qua postmodernisme en
intertekstualiteit zit het wel snor). Ook visueel is ‘Scott
Pilgrim’ indrukwekkend, al zal de felle stijl allicht niet iedereen
kunnen bekoren. Niettemin zijn de plaatjes die Wright op het scherm
tovert vaak niet minder dan prachtig, zien de gevechten er heerlijk
uit en wordt alles met uitzinnig gevoel voor fantasie op het scherm
gebracht. Alles gebeurt veel te snel om in één keer alle details in
je op te nemen, en een tweede (derde, vierde) kijkbeurt is dus
wenselijk, maar de film verliest ook dan geen sprankeltje van zijn
charme.

Het enige dat je op ‘Scott Pilgrim vs. the World’ kan aanmerken
is dat de film in zijn laatste kwart wat te druk wordt, met te veel
gevechten en, tja, gewoon te veel van alles. Maar de finale is dan
weer wondermooi en uiteindelijk is ‘Scott Pilgrim’ in zijn
totaliteit veel te origineel, spitsvondig en (echt waar!) poëtisch
om ‘m daarop af te rekenen. De indiefilm van het jaar is dit hoe
dan ook: twee uur heerlijke cinema van mensen die houden van hun
vak, gepresenteerd als een uniek pretpark van een film waarin alles
mogelijk is (de film volgt resoluut zijn eigen, merkwaardige
logica) en waarin je wonderbaarlijke dingen kan blijven ontdekken.
Niet te missen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =