Summer Camp :: Young EP

Ah, die wonderlijke jaren tachtig. Wie er bij was, wil het liefst zo weinig mogelijk herinnerd worden aan de lelijke kanten (Schoudervullingen! Beenwarmers! Frankie goes to Hollywood!) van het decennium, en toch is plots een generatie opgestaan die met semi-nostalgische blik terugkijkt naar een tijdperk dat ze hooguit vanuit de kinderwagen meemaakten.

Het Britse Summer Camp is zo’n duo: Jeremy Warmsley en Elizabeth Sankey vonden elkaar dankzij een gedeelde liefde voor onder andere eighties high school movies, en maakten met Young dan maar een EP die nog het meest als het muzikale equivalent van die films klinkt. De achteloos in het rond gestrooide referenties en citaten zijn daar niet vreemd aan: Brat Pack-quotes duiken op als intro’s, en zowel “Veronica Sawyer” als “Jake Ryan” kregen de naam van een tienerfilmpersonage mee. Tel daar nog de in vroege eightiestinten gedrenkte hoes met enkele ongemakkelijke (en slecht geklede) jongelingen bij op, en het plaatje klopt volledig.

Maar de liefdevolle nostalgie gaat verder dan dat: van de verbogen synths en de houterige baslijn in opener “Round The Moon” over het goedkope bas- en drumcomputergeluid in “Veronica Sawyer” tot de koortjes in “Why Don’t You Stay”, alles wijst er op dat Summer Camp in heel veel decennia thuis is, als het maar niet de verwerpelijke noughties zijn. Muzikaal levert dat een bont allegaartje van stijlen en geluiden op. Dwalend over een feest met polaroidcamera’s en dronken, valszingende meisjes weet Sankey in hoogtepunt “Veronica Sawyer” met haar wat vlakke stem en de weinige melodieuze strofes perfect het gevoel te verklanken waarover ze in het refrein zingt: “I lost all my friends / Who are these people? / There’s nothing for me here / I’ll never be young again”. De wazige synths en eentonige baslijn slingeren je regelrecht datzelfde feest in, waar muurhangen en voetenstaren de meest gepaste dansmoves zijn.

Meer eighties in “Round The Moon”, dat ons zowaar even aan Ultravox deed denken — gek genoeg niet eens zo’n onprettige ervaring. Warmsley neemt het grootste deel van de zang voor zijn rekening, geruggensteund door een spaarzaam drumritme en een gitaar waar menig producer van een jaar of 25 geleden een moord voor zou begaan hebben (idem voor de toetsenpartij in “Was It Worth It” overigens). Met de backing vocals van Sankey en de steeds rijkere instrumentatie bloeit het nummer open tot een heerlijke popsong die zijn “And we danced all night and we hold each other tight / Till the morning light”-refrein niet gestolen heeft.

Zo eenvoudig is het immers nog in de wereld van Summer Camp. Voor diepgravende teksten moet u elders zijn, Summer Camp geeft slechts uitdrukking aan de universele besognes en gedachtewereld van iedereen die ooit jong was (of dat nu nog is). “Dear Dear Dear Dear Dear/ I I I I I / You You You You You” klinkt het in de intro van het sprankelende, zomerse “Ghost Train”, en meer moet dat soms niet zijn. Afsluiter “Jake Ryan” is dan ook niet meer echt nodig: Sankey loopt zichzelf wat voorbij in de hoge noten, en het geheel is nauwelijks beklijvend te noemen. Mochten we van de sterren uitdelende soort zijn, is dat echter — met ook het wat matige “Why Don’t You Stay” (teveel zwijmelende zang, net iets te aritmische belletjes en erg weinig song) als minpunt — nog altijd vier op zes, ruimschoots geslaagd voor een debuutplaat dus.

Dat Young geen echt album is, maar eerder een toevallige verzameling van songs die min of meer bij elkaar passen — dezelfde sfeer, gelijkaardige thema’s — is daarbij geen onoverkomelijk probleem, maar misschien zelfs de bedoeling. De collectie waaruit geput werd schijnt immers nog veel groter te zijn, en de plaat is een eerste visitekaartje van een band die nog op zoek is, één die nog heel wat richtingen uitkan. Young maakt alvast behoorlijk nieuwsgierig naar meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =