Summer Camp + Givers :: 23 november 2011, Botanique

Op plaat klinkt het bij momenten een beetje twijfelachtig, maar live is Summer Camp het soort band dat van een nadeel een voordeel weet te maken. Aangevuld met een drummer zorgen Elizabeth Sankey en Jeremy Warmsley op het podium van de Rotonde voor een meer dan charmant concert.

Na een veelbelovende EP en een langspeler die voorlopig het voordeel van de twijfel krijgt, is het een beetje bang afwachten wat Summer Camp op het podium zal doen. Het duo zou niet het eerste indiebandje zijn dat een alleraardigste eerste indruk maakt, om niet veel later roemloos ten onder te gaan.

Tijdens het concert van Summer Camp is echter een transformatie merkbaar. Ziet het duo er aanvankelijk nog uit als een schuchter stel dat bijna lukraak van straat geplukt is — hij met een verfrommelde baard en pedobril, zij in een jurk met op de rug een Monica Lewinsky-achtige vlek — en zich bijna zichtbaar geen houding weet te geven met zoveel ogen in hun richting, dan vallen op het einde twee podiumbeesten te signaleren.

Aanval is de beste verdediging, moet Summer Camp gedacht hebben, en het duo komt dan ook niet als de eerste de beste band het podium op, maar maakt een akoestische en onversterkte entrée langs het publiek, waardoor “Better Off Without You” de toon zet van wat, alles in acht genomen, best een verrassend goede avond is. Met semi-hitje “Round The Moon” vroeg in de set wordt een sfeer opgeroepen van het soort zomeravond waarop alles mogelijk is, het meest onmogelijke nog het eerst, een effect dat nog versterkt wordt door de projecties van foto’s en fragmenten uit al dan niet foute tienerfilms uit het pré American Pie-tijdperk. Ja, het was leuk opnieuw een flard Breakfast Club te zien.

Al valt hier en daar een dip op te merken. 1988 wordt live gebracht als een punksong die zijn best doet om lief te zijn, wat een resultaat geeft dat beangstigend dicht bij The Drums komt. “Nobody Knows You” heeft dan weer te kampen onder langdradigheid, waardoor de aandacht iets te vlot van de band richting projecties verschuift.

Maar ondanks die dip weet de band een puike prestatie neer te zetten. Zo laat “Done Forever” een kant van Summer Camp horen die best meer in de verf gezet mag worden: zonder gitaar, maar met een groove die ontzettend aanstekelijk is, werpt het nummer zich in zijn nieuwe gedaante op tot een van de hoogtepunten. Ook “Brian Krakow” gaat op dezelfde leest verder en zorgt dat het ongemakkelijk rondschuifelen op het randje van uitbundig feesten balanceert. Als het alleen maar enkele uren later was geweest en de bar op kortere afstand, hier had wat in de lucht gehangen.

De band die niet veel later “Losing My Mind” opnieuw akoestisch en wandelend tussen het publiek brengt, staat mijlenver van het gezelschap dat drie kwartier eerder de zaal betrad. Het nummer lijkt even zijn titel waar te maken wanneer de aanwezigen opgezogen worden in een massa-percussie. Daarmee is de buit binnen en wanneer “Summer Camp” weerklinkt, zijn de paar twijfelmomenten naar de achtergrond gedrongen.

Ja, Summer Camp balanceert op het randje tussen grootse toekomst en dertien in een dozijn-bandje. Maar met wat ze vanavond neergezet hebben, lijkt dat laatste minder waarschijnlijk. Zelfs de schoonheidsfoutjes neem je er zonder al te veel moeite bij: dit is immers niet het soort band dat het moet hebben van perfectie, maar van het creëren van een atmosfeer die het publiek even betovert, zelfs al is dat maar voor een handvol minuten. En daarin is Summer Camp, misschien tegen de verwachtingen in, wonderwel geslaagd.

Volgt nog, als onverwacht extraatje, het concert van Givers, dat normaal gezien in een andere zaal moest plaatsvinden, maar last minute samengevoegd werd met Summer Camp. Givers, dat is voor ons vooral de zwaar puberale, gemengde sector van de Scouts, maar sinds woensdagavond toch ook: een prettig gestoord ensemble bijna even jongelingen uit Louisiana, USA. We krijgen een piepjonge brok stuiterend enthousiasme die riedeltjes op zijn Vampire Weekend paart aan uitbundige percussie en vocalen die alle hoeken van de kamer opzoeken. Vooral zangeres/percussioniste/multi-instrumentaliste Tiffany Lamson is onvermoeibaar, en lijkt al haar instrumenten moeiteloos in evenwicht te kunnen houden. In “Meantime” levert dat onweerstaanbare muziek op.

Het moet ook gezegd: Givers is een strakkere groep dan Summer Camp, daarnet. Dit zijn vijf mensen die op elkaar zijn ingespeeld. En net daarom is het zo jammer dat we toch iets missen. Hoe aanstekelijk het geluid ook is, slechts zelden weet een song echt mee te slepen. Té vaak schiet de groep een andere richting uit, moet net op het verkeerde moment toch weer een andere, avontuurlijkere maatsoort verkend. Het lijkt dan ook dat de band hoogstens moet leren om zijn ideeën wat meer te focussen om potten te breken. We zijn in elk geval hoogst benieuwd naar hun volgende plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =