The Tallest Man On Earth + Idiot Wind

Zijn jeansbroek spant zo hard dat zijn kindergeld er
ongetwijfeld bij inschiet – pun intended – en in wezen is
hij verre van boomlang, maar toch tekende The Tallest Man On Earth
voor hét concert van Pukkelpop 2010. Samen
met horden pubermeisjes trokken wij zaterdag dus naar de Botanique
om nog eens weg te dromen in de ogen van Kristian Matsson, maar
eerst nog het voorprogramma. Idiot Wind mag haar
artiestennaam dan wel bij Bob Dylan gaan halen zijn, aan haar songs
moet ze nog wat schaven. Hetzelfde geldt voor haar garderobe, want
dat korte rokje kroop vervaarlijk omhoog terwijl ze zenuwachtig
achter haar klavier heen en weer schuifelde. We hoorden flarden
Norah Jones, een vleug Regina Spektor, maar vooral te veel galm op
de piano en een pak nummers die onderling perfect inwisselbaar
waren.

Ook de hoofdschotel van de avond moest het doen met zijn stem en
één instrument – afwisselend een van zijn 4 gitaren of de piano –
maar The Tallest Man On Earth slaagde er wel in 16
nummers te brengen met een onmiskenbaar eigen sound. Al na de
eerste noten werd elke song – naar eigen zeggen zowat allemaal over
“birds and mountains” – door een zeer devoot publiek herkend en al
snel kreeg de Grootste alle handen op elkaar. Met ‘I Won’t Be
Found’ toonde Matsson bovendien dat hij aan oudere nummers durft
sleutelen: de snaren klonken warmer dan op plaat, er zat -nog- meer
variatie in het gitaarspel, maar op lyrics als “never used the sun
to see the light” schreeuwde hij als vanouds zijn stembanden
stuk.

Dat toegewijde publiek heeft The Tallest Man On Earth dan ook niet
enkel te danken aan zijn songs – al valt daar bitter weinig aan op
te merken – maar ook en misschien vooral aan zijn onvoorwaardelijke
overgave op het podium. Als een bizarre mengeling van een kalkoen
en een flamingo nam hij elk hoekje van het podium in, hij deinsde
er niet voor terug om een aantal gelukkigen op de eerste rij
indringend in de ogen te kijken en wanneer hij op ‘Thousand Ways’
zong “If I don’t get you in the morning / by the evening I sure
will’, probeerde hij de hele Botanique ook écht daarvan te
overtuigen.

Onze liefde voor Matsson gaat terug op ‘Pistol Dreams’, dat meteen
uit de band sprong op de soundtrack van de Zweedse televisieserie
‘Upp Till Kamp’ en ook vanavond wist deze indrukwekkende
woordenstroom en dito wervelwind van gitaar ons omver te blazen.
Nauwelijks rechtgekropen na die pletwals, kregen we met ‘Love Is
All’ alweer een dreun van jewelste. Tijdens het stemmen van zijn
gitaar schiep The Tallest Man een dreiging die de haartjes op onze
arm deed rechtstaan en die vreemde grijns om zijn lippen – hij
speelde het hele nummer met de ogen toe – liet dat nog even zo.
“Sorry If I seem angry or something, I’m not. It’s just the song”,
excuseerde hij zich achteraf voor zoveel inleving.

Misschien zat het Belgische bier er voor iets tussen, maar The
Tallest Man On Earth was in de Botanique opvallend spraakzaam. Hij
excuseerde zich uitgebreid voor het langdurige stemmen van zijn
verschillende gitaren – inderdaad een werkpunt – en bracht ook de
nodige zelfrelativering aan de dag in zijn bindteksten. ‘King of
Spain’ werd aangekondigd als “exactly the same song as ‘Love Is
All’, with just a little more dancing. Maybe that just makes it
creepier”. De zaal kreeg hij met deze klassieker in wording alvast
helemaal mee; hij liet zijn tong heerlijk vettig rollen op “because
you named me as your llloverrr” en stampte zo enthousiast met zijn
voeten dat we het podium letterlijk voelden daveren.

Daarna even tijd voor een rustpunt in de set – “to see if it’s not
just the dancing, it’s the songs also” – dat met een door merg en
been gaand ‘Tangle In This Trampled Wheat’ sterk werd ingezet, maar
met ‘Like the Wheel’ toch even stilviel. Hij mag dan nog op de
piano van Roxette (!) spelen, wij horen Kristian Matsson toch het
liefst aan het werk op de gitaar, die hij gelukkig weer bovenhaalde
voor absolute stamper ‘The Gardner’. Bovendien ook een staaltje van
exquise songwriting en niet zomaar een “song about flowers”, zoals
hij zelf beweerde.

Aan het eind van de avond vroeg de beminnelijke Zweed nog maar eens
onze vergiffenis voor alle “sad, shitty songs” en beloofde ons op
een vrolijke noot naar huis te laten gaan. Magie volgde toen hij
Amanda van Idiot Wind uitnodigde voor het duet ‘Thrown Right At Me’
en tenzij Matsson een geniaal acteur is, meenden wij daar echt een
verliefd koppel aan het werk te zien. Wanneer hij daarna ook nog
eens biste met het breekbaar mooie ‘The Dreamer’ en ‘Kids on the
Run’, waar de piano dit keer wel de juiste snaar raakte, werd de
hele zaal muisstil en bleef het kippenvel ons nog een hele treinrit
naar huis achtervolgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − elf =