The Black Keys




De steile opmars van The Black Keys zou zijn culminatiepunt
bereiken op de avond van 15 november. Een mooie dag hebben ze
alleszins uitgekozen: 15 november is immers de dag waarop het
koningshuis zich weer populair waant in ons land met het uitreiken
van een gratuite feestdag aan zijn schoolgaande jeugd, tevens de
dag waarop de AB op zijn grondvesten zou daveren door de komst van
dit dynamische duo uit Ohio (VS), dat verbeten rock combineert met
flarden authentieke blues en zo een uniek geluid creëert dat niet
volledig in de tijdsgeest past maar ze overstijgt. Na zes
studioalbums mocht de definitieve doorbraak van The Black Keys wel
eens plaatsvinden. Dat Dan Auerbach en Patrick Carney intussen
inderdaad ongekende hoogtes aan populariteit bereikt hebben, kon
men al merken aan het razendsnelle tempo waarop dit concert
uitverkocht. België houdt van blues met een modern randje; een
tjokvolle AB was er het beste bewijs van.

De opzet van het geheel was de promotie van laatste langspeler
‘Brothers’, een blijk van broederliefde die zich op het podium
vertaalde naar een elektrisch geladen concert dat toch niet
volledig iedere verwachting inlossen kon. Want de verwachtingen,
die stonden hooggespannen. ‘Brothers’ is immers een feilloos
plaatje. Iets hitgevoeliger dan iedere andere voorganger misschien
en ook wel met enkele nummers die ietwat magerder uitvallen
tegenover hoogtepunten als ‘Howlin’ for you’, ‘Too Afraid to Love
You’ en radiohit ‘Tighten up’, maar over het algemeen toch een
schitterende schijf die vast en zeker in menig eindejaarslijstje
zal opduiken. Zich de vijf vorige albums eveneens in herinnering
gebracht, kon dit in feite niet mislopen.

Waarover muggenziften we dan nog? Noem ons maar verwaand, maar veel
additionele magie kende dit optreden niet. De setlist was nagenoeg
een exacte kloon van de vorige optredens op deze tour. Enkele
ronduit schitterende, haast opwindend dynamische
improvisatiemomenten (al waren die vast ook weloverwogen en te
beurt gevallen aan heel wat repetitieve studie) tussen Carney en
Auerbach niet te na gesproken, lieten The Black Keys amper ruimte
voor echte variatie en was voorspelbaarheid dan ook troef. Akkoord
dat bij een band van dit kaliber iedere goedbedoelde fout hen de
grond in kan boren, maar op veilig en gerepeteerd spelen is nu niet
meteen lovenswaardig. Veeleisendheid is dan wel geen deugd, maar
verrassingen zouden zeer welgekomen zijn.

Gelukkig was de kwaliteit van de muziek zelf van een danig
torenhoog niveau dat het publiek amper last scheen te hebben van
het schrijnende gebrek aan spontaneïteit. The Black Keys kent anno
2010 geen gelijke in het genre dat zij bekleden. Opener
‘Thickfreakness’ tekende voor een stevig tempo dat kenmerkend zou
zijn gedurende het gehele optreden. Gouden oldies zoals
‘Girl on my Mind’ (uit ‘Rubber Factory’) en ‘The Breaks’ (uit
debuutplaat ‘The Big Come Up’) zorgden voor het verdere vertier in
het eerste deel van het optreden. Een intermezzo in de vorm van een
goedgekozen cover, ‘Act Nice’ van Ray Davies, sloeg een brug tussen
deze heerlijke oude garde en meer jongbloedige nummers.
Zachter dan “I’m not difficult to please/Act nice, act nice and
gentle to me” worden The Black Keys gedurende het verdere verloop
van het optreden trouwens niet meer.

Er hing zeker en vast elektriciteit in de lucht met een duo als dit
dat zo goed op elkaar inspeelt. Versterking was echter aan de orde
om de nieuwe nummers ten volle te ontplooien. Ontwaren we daar
zowaar een keyboard? Jawel hoor, de hitgevoeligheid stijgt ten top
tijdens ‘Ten Cent Pistol’ en co. Opener van de tweede lichting was
‘Everlasting Light’, en dat mag u vrij letterlijk nemen: een
oogverblindende discobol verhulde de AB quasi reeds in
kerstverlichting. Zo everlasting was deze versiering
echter niet: tijdens het enthousiast onthaalde ‘Next Girl’ was het
verblindende spektakel reeds afgelopen.

Dieptepunt van de avond heette ‘Chop and Change’, een drakerig
culthitje sedert The Black Keys hun opwachting mochten maken op de
soundtrack van de ‘Twilight’-saga. Het kennerspubliek wiegde
duidelijk minder mee, al slaakte een enkele veertienjarige fan vast
een vreugdekreetje. Tot ons grootste genoegen was het meteen na
‘Chop and Change’ tijd voor het immer opwindende ‘Howlin’ for you’.
Een nummer dat evengoed ‘Howlin’ for Dan’ mocht geheten hebben,
getuige daarvan het uitmuntende gitaarspel tijdens zijn solo. Vlak
voor de bisnummers kwam hun vorige album ‘Attack & Release’ nog
aan bod in de vorm van ‘Strange Times’ en ‘I Got Mine’, en na lang
handengeklap kregen we uiteindelijk nog ‘Sinister Kid’ en het
welbekende ‘Your Touch’ te horen. Helemaal niet onaardig te noemen
dus, maar honger hebben we nog steeds naar meer en beter. Zie het
als een belediging of net als een grandioos compliment, maar The
Black Keys hebben nog veel meer in hun mars dan wat zij op die
Koninklijke maandagavond plachten te bewijzen.

Meer afbeeldingen
The Black Keys

Beach Fossils

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =