Luka Bloom :: 5 november 2010, Het Depot

Soms, heel soms, zijn concerten zo subliem dat je als recensent haast achteloos
je notitieboekje wegkeilt en mee wegsmelt met de muziek. Nochtans hadden we het op
voorhand kunnen weten: de Ierse singer/songwriter Luka Bloom aait al jaren de ziel van elk
beetje muziekliefhebber. Een bomvol Depot was bijgevolg en masse in de ban van de
Ier met zijn gitaar.

Al droeg ook het voorprogramma, Koen Renders van het veelbelovende Belgische
Spencer the Rover, bij aan dat lichtzalige gevoel dat enkel goede muziek een mens kan geven.
Renders grossierde op piano en gitaar vooral uit The Accident (and other love stories),
de laatste plaat van de band. Terwijl dat album baadt in een waterval van violen, friemelende
gitaartjes en dat je ne sais quoi dat je spontaan doet grijpen naar Pet Sounds
van The Beach Boys en het verzamelde oeuvre van The Beatles, deed Renders solo denken
aan Neil Young in een onbewaakt moment of Bob Dylan als hij er nog eens zin in heeft,
you name it. Een naam om met granieten letters in je geheugen te graveren, baf.

Waarna Luka Bloom dus kwam, zag, overwon en recensenten hun notitieboekjes deed
wegsmijten. Die pure magie hing al in de lucht vooraleer de troubadour ook maar één noot
gespeeld had. Bloom sprak met een quasi perfecte uitspraak enkele woordjes Nederlands –
een truc die al zo oud is als de mensheid, akkoord, maar combineer dat met het ongedwongen
no-nonsense charisma van de Ier en je krijgt elektriciteit in de lucht. Om maar te zeggen
dat de bindteksten van Bloom minstens zo accuraat waren als zijn – we kunnen er maar niet
genoeg de loftrompet over schallen — magistrale songs. En zo leerden we dus dat Bloom hem
in 1992, uitgerekend in Leuven, geweldig kneep, toen hij op Marktrock op moest na Iggy Pop,
een anekdote waar hij in de loop van de avond geregeld naar zou teruggrijpen.

Bloom speelde het grootste deel van de avond op een eenvoudige Spaanse gitaar – over
zijn gitaren had hij uiteraard ook een anekdote, maar passons – de ene luisterparel na
de andere en hij bespeelde de zaal als een dirigent zijn orkest. Konden we nog net ontwaren
in dat sublieme eerste deel: “See You Soon”, zeg maar de ideale song om afscheid te nemen
van je geliefde, en het akoestisch geweld van “Ciara”. Laat die twee songs nu net model staan
voor Blooms oeuvre: het ene moment zet hij er akoestisch de beuk in en martelt hij zijn gitaar
liefdevol; het andere moment keert hij met simpele maar o zo mooie liefdesliedjes je gemoed
overhoop. Maar het wordt pas echt interessant bij Bloom als hij zijn Spaanse gitaar opzij
zet en teruggrijpt naar zijn folkgitaar – een tijdstip waarop de discrepantie tussen melodieus
geram en getokkelde, bloedmooie songs meestal nog groter wordt.

Neem nu bijvoorbeeld het in dat laatste deel gespeelde, prachtige “Gone to Pablo” en
het onklopbare, ultieme meezingnummer “Sunny Saylor Boy” (de song waar Bloom zijn
concert mee begon, nadat hij op het eerder geciteerde Marktrock op moest na Iggy Pop):
beide nummer zijn intense luisterliedjes die de kachel van een mens zijn humeur meteen in
de hoogste stand zetten. En het werd nog beter toen Bloom zijn reguliere set besloot met het
zalig rockende “You couldn’t have come at a better time”. Nog meer klasse? Wat dacht u
van “The Acoustic Motorbike” in de bissen, zeg maar het betere beuken op een gitaar? Kon
het nog beter? Reken maar. Neem nu ’s mans cover van U2’s onverslijtbare “Bad”, op
zich al een song die overeind staat als een wolkenkrabber.

Bloom besloot zijn – uitgebreide — bisronde met het hevige “Fertile Rock” en zijn niet
stuk te spelen cover van LL. Cool J’s “I Need Love”. Tegen die tijd hadden wij eindelijk
ons notitieboekje opgedist om er uiteindelijk één woord in te krabbelen. Bloom in het Depot
spelde namelijk het woord ‘subliem’ als wolkjes in de vrieslucht, keilde klasse achteloos
als steentjes over laag water. Voorwaar, er zijn artiesten die voor minder een podium
opkruipen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + een =