El Guincho :: Pop Negro

Stel u een dronken nacht voor waarop een wat nerdy elektronicamuzikant in bed belandt met Julio Iglesias. Harder proberen. Gelukt? Goed zo, u heeft nu een vààg idee van Pop Negro. Misschien moet het geen wonder heten dat de tweede van El Guincho een wat vreemde affaire is geworden.

Het komt natuurlijk niet van nergens. Nadat Pablo Diáz-Reixa (uit Tenerife, begot!) met Alegranza de zotste mix van carnaval, samba en elektronica had geserveerd, keerde hij zich richting de traditie. Op de ep Piratas de Sudamerica, vol. 1 verbouwde hij enkele klassiekers van het Spaanstalige levenslied tot Iets Nieuws. En en passant leerde hij er ook een paar dingetjes uit.

Dat er iets bestaat als songstructuur, bijvoorbeeld. En dat dat iets meer is dan gewoon maar een gekke, aanstekelijke groove om op te dansen maken. Dat horen we dan ook in Pop Negro, de echte opvolger van dat debuut. Bracht El Guincho daarop een nogal geflipte mix van samba, laptop en een opgroeien halverwege de moderniteit en de traditie, vandaag trekt Diáz-Reixa op zoek naar zijn roots, en dat levert iets op dat net wat te veel schippert.

Nog het meest geslaagd is de single “Bombay”, waarin de invloeden van overgeproduceerde jaren tachtigfunk voorzichtig doorsijpelen: kristalhelder, clean, maar ook verschrikkelijk aanstekelijk. Het blijft op de eerste plaats toch vooral dansmuziek, immers, zo bewijst ook “Novias”; een flukse rijdans van een song die zich polonaisegewijs uw gehoorgang in werkt.

Soms merk je echter dat Diáz-Reixa niet helemaal zijn draai vindt in die nieuwe songschrijfkunst. Dan begint hij ongeduldig te worden, gooit halverwege de song het roer om, om nog een keer of vijf een onverwacht manoeuvre te doen. Het naar eigen zeggen door de Spaanse supergroep Mecano beïnvloede “FM Tan Sexy” is zo’n nummer dat zichzelf voortdurend stokken in de wielen steekt met een ritme dat eerder uit een ander nummer lijkt weggelopen te zijn. Ook “Muerte Midi” is een vreemde song die ruzie heeft met een tegensputterende drumbeat, en tot overmaat van ramp bezoek krijgt van een onwelkome eightiessax. We gaan toch geen herinneringen aan Gerry Rafferty’s “Baker Street” ophalen, zeker?

Maar met de skiptoets enkele stappen terug naar “Lycra Mistral” wordt er alweer opnieuw goedkeurend geknikt: het soort synthklanken waar ook The Knife goed in is, een lekkere baslijn en onweerstaanbare dansneigingen. Het komt dus wel goed met El Guincho; gewoon wat meer focussen en die derde plaat wordt er eentje om een jaar lang op te feesten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + zeven =