Deerhunter :: Halcyon Digest

Onvoorspelbaarheid, in het muzieklandschap is het een schone deugd. Want wat heb je aan een band die plaat na plaat hetzelfde doet, daarbij de platgetreden paden telkens een stukje dieper inslijtend? Geef ons dan maar de mannen van Deerhunter, die op Halcyon Digest voornamelijk níet wensen te doen wat van hen verwacht wordt.

Al is zelfs dat niet helemaal duidelijk: zijn ze live nog steeds de noisy shoegazers van doorbraakplaat Cryptograms, dan klinkt Deerhunter op plaat al een hele tijd een stuk poppier — getuige vooral de Rainwater Cassette Exchange-EP. Maar iets wat nog het meest aan The Everly Brothers doet denken, of bijna aan Beatlesachtige rockertjes, daarop hadden we nu ook weer niet gerekend. Zeker niet na de slepende opener "Earthquake", die muzikaal zeer weinig met zijn titel te maken heeft. Schijnbaar onschuldig strekt het nummer langzaam maar vastberaden zijn tentakels uit om je mee te sleuren in een verzwelgende mix van ingehouden elektronica en gonzende feedback, tot "Don’t Cry" je abrupt weer boven water haalt.

Het contrast kon immers niet groter zijn: Deerhunter lijkt wel z’n eerste meezinger geschreven te hebben ("Why oh why oh why…") en steunt daarbij op een doodeenvoudige gitaarriff en een straightforward drumpatroon dat zelfs de gemiddelde garagerocker net dat tikje te simpel zou vinden. Weg is de gelaagdheid. De uitgesponnen opbouw die zo kenmerkend was voor voorganger Microcastle ruimt hier plaats voor een heldere sound die nog verder geëxploreerd wordt in het haast opgewekte "Memory Boy".

Geen slecht gekozen titel, dat "Memory Boy": het zegt veel over deze plaat, maar ook over Deerhunter zelf. In interviews noemt frontman Bradford Cox Halcyon Digest een plaat over herinneringen, die al dan niet echt gebeurd zijn ("I lived on a farm / I never lived on a farm"). Het album zit dan ook tjokvol nostalgische verwijzingen (al was het maar de lyricssheet die met het uitzicht van een ouderwets krantje aan de titel refereert) en verlangen naar een vervlogen, jeugdiger tijd. Neem "Basement Scene", dat met zijn lieflijke "Dreeeaaam / A little dream" nogal opzichtig naar "All I have to do is dream" (van die Everly Brothers) verwijst, en daarbij mijmert over een al lang uit elkaar gevallen kliekje, waar het niet zo goed mee afgelopen is, getuige Cox die zo snel mogelijk weer wil wakker worden uit die droom en van "I don’t want to get old no" overschakelt naar "I wanna get old".

Ook het wat wazige “Desire Lines” (niet voor niets geschreven door gitarist Locket Pundt, die er met Lotus Plaza een erg dromerig zijproject op nahoudt) denkt terug aan jeugdig enthousiasme, onderwijl een stevig laagjeswerk van gitaren en echoënde elektronica bouwend, terwijl de verveling van het ouder worden de bovenhand neemt in "He would have laughed". Die verveling klinkt verder allesbehalve door in de aan Jay Reatard opgedragen slottrack: het is een ongelooflijk schoon nummer, bijna acht minuten lang schippert het tussen een kristallen gitaarlijn, repetitieve samples, roffelende percussie en occasionele groepsinterventies. Vervolgens wordt het nummer zó abrupt afgebroken, dat je niet anders kunt dan "wat was d´t" denken en toch nog maar eens te gaan luisteren.

Halcyon Digest is een plaat waarop het zóeken is naar minpunten: bij elke luisterbeurt komen weer nieuwe wendingen en verrassende klanken bovendrijven. Nummers die aanvankelijk weinig indruk maakten ("Coronado", met zowaar een saxofoon, of het ijle "Sailing"), onthullen na verloop van tijd toch nog hun ware aard en eisen zo hun plaats op in het grotere geheel. Een geheel dat weliswaar nog maar weinig te maken heeft met Microcastle, en nog veel minder met Cryptograms, maar wat zou het; Deerhunter slaagt er nu al drie keer op totaal andere wijze in een geniaal album af te leveren, waardoor ons nog slechts één vraag rest: is het half oktober al toegestaan om "eindejaarslijstje!" te noteren?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + negentien =