WERCHTER 2010 :: De nuance van een betonmolen

Dag twee : “Eeyooo”

Het wordt nog warmer op dag twee van Werchter, en de gevreesde oranjegekte slaat toe op en rond de weide. Wij mogen dan wel niet op het WK aanwezig zijn, met Customs en Balthazar wordt de Belgische eer vroeg op de middag toch een beetje verdedigd.

Balthazar biedt in de Marquee stevig weerwerk tegen de verzengende zon. Hoewel de hitte razendsnel toeneemt, schiet de groep de ene dansbare popsong na de andere af. “Fifteen Floors” en “Hunger At The Door” worden door de aanwezige vroege vogels luidkeels meegezongen, terwijl de kleding van de groepsleden met de minuut natter wordt. Het plaatje klopt helemaal; elke song heeft hitpotentieel, vocaal staat de groep een paar stappen voor op de Belgische collega’s, en alle vijf muzikanten zijn uitstekende artiesten. Balthazar is een genietbare liveband waarvan we het beste nog niet hebben gezien. Ze kwamen, zagen en overwonnen, en dropen vervolgens allen letterlijk af .

Nog jong talent in de Marquee, waar The Morning Benders door Sofie Lemaire worden voorgesteld als de “herboren Beatles”. Hun lichte popliedjes roepen inderdaad herinneringen op aan het oeuvre van de legendes, en vooral frontman Christopher Chu lijkt —- qua uiterlijk – wel Paul McCartney in zijn jonge jaren. Hij is in het bezit van een fris stemgeluid dat tussen de stem van McCartney en James Mercer van The Shins zweeft. Muzikaal ligt The Morning Benders op dezelfde lijn als Grizzly Bear. Het zijn liedjes die ontroeren. Van de fluisterpop in “Mason Jar”, naar het dansbare “All Day Daylight”, bewijst de band het allemaal te kunnen. Dit was dé openbaring van Rock Werchter. U moet u schamen als u deze gemist heeft.

Terwijl de meeste toeschouwers in de rij staan om de borsten van Paramore-frontzangeres Hayley Williams te bewonderen, gaat The Gaslight Anthem als zoveelste de strijd met de hitte van de Marquee aan. Noch de band, noch het publiek lijken zich neer te leggen bij de onuitstaanbare temperaturen. Ruige, dansbare rock wordt door deze poulains van Bruce Springsteen voorgeschoteld op een mooi verpakte plateau. De Marquee lust hun mix; de snikhete tent schreeuwt “The 59’ Sound” mee en danst uitgelaten op “The Backseat”. Schitterende liveband trouwens; steeds zoeken ze interactie met het publiek, waarna de ene potentiële rockhit de andere opvolgt. “See you in august”, voegden ze er op het einde nog aan toe. Graag!

En dan komt het moment waarop de hele goddeauredactie de Main Stage probeert te ontwijken. Kijk: we hébben moeite gedaan. We zijn gaan kijken naar Paramore en 30 Seconds To Mars, we hebben ons laten bezweren dat het groepen zijn die goed in hun genre zijn. Kan wel zijn, maar sommige genres zijn het recenseren duidelijk niet waard. Kan iemand die affreuze emobands dus snel een nekschot geven? En die aanstellerige janet van een Jared Leto eerst? Wàt een aanfluiting van een optreden, wàt een apert gebrek aan songs mochten — moésten — we net aanschouwen.

Wat te doen om die flikkershow van 30 Seconds To Mars door te spoelen? Corinne Bailey Rae dus. “Journalists always ask me: how are you going to play on a rockfestival?”, waarop de donkere deerne droog “zo” antwoordt. De soulzangeres heeft het duidelijk allemaal op een rijtje gezet. Zelfzeker, zij het een beetje overdonderd door de positieve reacties uit het publiek, schudt ze keer op keer funky fluisterpop uit haar mouw. Haar stem, zo zacht als een softijsje, zweeft ergens tussen Norah Jones en Rox. Ideaal om wat tot rust te komen en lichtjes mee te wiegen tijdens “Like A Star” en “Put Your Records On”. Vervelen doet Corinne Bailey Rae zelden, maar om te beweren dat ze een echte popster is; toch niet. Daarvoor missen haar songs net dat tikje meer.

Ook Jack Johnson houdt het bij rustige popsongs. Vanaf de eerste noot die de Amerikaan uit zijn gitaar krijgt, wordt de singer-songwriter op beide handen gedragen door een overenthousiast publiek. Johnson bespeelt hen met Nederlandse bindteksten en dankbare blikken waarvoor hij drie keer zoveel liefde terugkrijgt. Net als Jasper Erkens en Jason Mraz op eerdere edities, is ook hij het soort typische liedjesman die overdonderd wordt door de respons. Dat de festivalgangers echt denken dat hij de nieuwe Messias is, gaat net een tikkeltje te ver: de zanger tapt voortdurend uit hetzelfde — saaie — vaatje waardoor we steeds weer opnieuw in slaap dreigen te vallen, en ook u weet dat slapen in de vlakke zon gevaarlijk is. Straks krijgen we nog een zonnesteek.

Editors kreeg de de twijfelachtige eer om tussen al het pubergeweld op de Main Stage zijn nieuwe status als toekomstige supergroep te bevestigen. Zonder echt een legendarisch optreden te spelen, maar met voldoende bezieling en overtuigingskracht, slaagde de groep daar met verve in. Frontman Tom Smith nam zijn groep mee op sleeptouw door een set die één lange hitreeks leek, heerste in “Papillon” (die potsierlijke vuurstoten!) autocratisch over de wei, en glimlachte voldaan dat het goed was. Een gevoel dat ons niet vreemd was: Editors is na vandaag inderdaad weer een beetje dichter bij de top. Volgende keer graag een headlinerspot voor deze band.

Nu de warmte eindelijk draaglijk wordt, trekken de electrofans naar de hete vulkaan die de Marquee intussen geworden is. Met gemengde gevoelens, want het zou wel eens het laatste optreden van LCD Soundsystem op Belgische bodem kunnen zijn. Frontman James Murphy ziet geen toekomst meer in LCD na het uitbrengen van This Is Happening, en dat wringt wel wat bij de fans.

Maar de groep antwoordt al snel op het podium. Helemaal in het wit gekleed zorgt Murphy tijdens opener “Us vs. Them” al snel voor een eerste extase in de Marquee. Er valt genot op zijn gezicht te bespeuren, want na al die jaren touren lijkt hij toch onder de indruk te zijn van het jonge publiek dat de tent in een mum van tijd omtovert tot een kleine discotheek. Neem nu klassiekers als “Tribulations” en “Daft Punk Is Playing At My House”, die ervoor zorgen dat de aanwezigen nog harder uit de bol gaan.

Naarmate de set eindigt, gaat het echter langzaam achteruit. De dancefloor fillers die steeds weer opnieuw voor uitbarstingen zorgen, moeten plaats ruimen voor rustpunten “I Can Change” en “All My Friends”. Bijgevolg wordt het tempo en het plezier wat uit het spel gehaald, om dan met “Yeah” opnieuw voor een spetterend feest te zorgen. Op zich geen slechte keuze om het publiek met die nummers tot rust te laten komen, maar wetend dat een doorsnee LCD-nummer rond de zeven minuten duurt, wordt dat op den duur vervelend en dat is jammer. Zo mankeert LCD Soundsystem op die momenten immers net het tikkeltje extra dat dit optreden memorabel zou hebben gemaakt. Stiekem hopen we dus nog op een herkansing voor James Murphy, om dat laatste concert in België écht legendarisch te maken.

De punkers van Green Day kunnen op de grootste fanbasis op Werchter rekenen, maar net als drie jaar geleden maken de Amerikanen er ook nu weer een potje van op het hoofdpodium. Dit optreden is een afknapper van hetzelfde formaat als 21st Century Breakdown, de laatste plaat van de heren. Niet dat de band goeie nummers te kort heeft om mee uit te pakken — alleen al de hele Dookie en American Idiot zouden voor een straffe twee uur-set tekenen — maar moet er echt élke tien minuten een andere puber op het podium gelaten worden voor een potje kattenvals gezang, wat geglunder en gestagedive? En moet echt élke song onderbroken worden door een spelletje “eeyooo”-echo? Dit optreden was een tergende oefening in kleuter-entertainment waar Studio 100 nog iets van kan leren.

Wat we wel onthouden: de briljante opener “21st Century Breakdown” — Green Day, Bruce Springsteen en Queen in één —, de massale ontlading bij “Basket Case” en een sterk “The Jesus Of Suburbia” in het extra half uur dat de groep van Herman Schueremans bedong “omdat ze er zin in hadden”. Green Day kan het dus wel, maar verspilt zoveel tijd met gerommel in de marge — Vuurwerk! Water spuiten! Kinderpret op het podium! — dat alle spankracht verdwijnt en een lange gaap de enige respons nog is bij de zoveelste knal die het optreden eindelijk afsluit.

Conclusie van dag twee: de jonge talenten kwamen verrassend uit de hoek, publiekslievelingen 30 Seconds To Mars, Paramore en consoorten mogen met alle plezier van de aardbol verdwijnen en Editors blijft gewoon het sterke Editors van altijd. Morgen staan er met Florence and The Machine, P!nk en Gossip een pak straffere namen op de affiche. Een dag om naar uit te kijken!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − vier =