Lou Reed :: Metal Machine Music (1975), 35 jaar na de middelvinger

Het was de gewaagdste plaat die een major artist ooit opnam. Het was het ultieme fuck you-gebaar. Het was de meest vernieuwende plaat van de jaren zeventig. Het was de grootst denkbare oplichterij. Het was een grap die niemand grappig vond. Behalve Lou Reed zelf dan.

De meningen over Metal Machine Music waren verdeeld, en dat blijven ze ook. De plaat werd door enkele muzikanten de hemel in geprezen en kreeg een zeldzame score van één ster in de befaamde All Music Guide. Feit is: geen enkele andere plaat werd zo vaak teruggebracht naar de winkel als deze dubbelelpee vol monotoon gierende en zeurende gitaarfeedback, vier keer zestien minuten willekeur. Sommige kopers voelden zich in het kruis getast en wilden niet betalen voor antimuziek. Anderen dachten dan weer dat het ging om een fabricagefout. Het was immers lang voor artiesten als Merzbow, Fennesz en Sunn O))) uitpakten met hun monotone drones en stofzuigermuziek. Er bestond al avant-garde rock vol dissonantie, weerbarstigheid en theatraliteit, maar meer dan een uur geluiden die onaards waren? Dat kon alleen maar een slechte grap zijn, een provocatie. Dadaïsme, maar dan meer dan een halve eeuw te laat.

Hoewel Lou Reed in de loop der jaren uiteenlopende antwoorden gaf, lijkt het er nu vooral op dat hij het nog meende ook. Weerbarstigheid zal er vast voor iets tussen gezeten hebben, maar tegelijkertijd slaagt Reed er ook goed in om het enthousiaste dat hij destijds voelde op te roepen. Dat er tijd en werk in Metal Machine Music gestoken werd, dat willen we nog geloven. Trouwens, het was helemaal niet zo vreemd dat dit product net van Reed kwam. Hij was immers een van de kernleden van The Velvet Underground, een band die z’n tijd ver vooruit was en ook uitpakte met lawaaierige en/of minimalistische experimenten als "The Black Angel’s Death Song", "Heroin", "Sister Ray" en de binnengesmokkelde drones van John Cale (die een verleden had in avant-garde middens). Met die band zou hij een essentiële bijdrage leveren aan het ontstaan en het verloop van alternatieve rock, avant-garde en noise, dus waarom zou je dit niet als een uitloper (zij het een extreme) mogen beschouwen?

Dat het geen eenmalige stunt was zou Reed later nog bewijzen. De rest van de jaren zeventig en tachtig maakte hij dan wel vrij klassieke rock-’n-roll, ook daarna zou hij terugkomen op die experimenten. Zo was er op The Raven (2003) het gepast getitelde "Fire Music", een brok pure noise, en ging hij vorig jaar nog de hort op met John Zorn en echtgenote Laurie Anderson om geïmproviseerde muziek te brengen die ook niet bepaald conventioneel was. Op Middelheim lieten de drie een performance horen die de grenzen van improvisatie, drone en noise aftastte, zonder zich te laten indelen bij een duidelijk genre. Reed was altijd al bezig met analytische concepten als textuur, herhaling en dissonantie. Er was enkel geen voedingsbodem om meteen zo’n radicaal experiment te verwachten. De ironie was dan ook des te groter toen Reed een jaar na Metal Machine Music uitpakte met een van zijn meest toegankelijke albums, Coney Island Baby.

Dat de plaat met een korrel zout mocht genomen worden, had trouwens geen aandachtige luisteraar ontgaan mogen zijn. De wel erg foute cover, pretentieuze ondertitels ("An electronic instrumental composition", terwijl er geen elektronica te bespeuren viel) en fictieve lijst van gebruikt materiaal hadden al een indicatie kunnen zijn. De raaskallende liner notes van Reed zelf bulkten dan weer van zelfingenomen nonsens als "It is the only recorded work I know of seriously done as well as possible as a gift, if one could call it that, from a part of certain head, to a few others." Tegelijkertijd zijn er ook losse flarden die aantonen dat hij wel degelijk besefte waar hij mee bezig was: "This record is not for parties/dancing/background romance" en "I’m sorry, but not especially, if it turns you off." Van Morrison maakte met Payin’ Dues een plaat die zo onnozel en onsamenhangend was dat het duidelijk werd dat het ging om een contractuele verplichting. Bij Reeds experiment wist je gewoon niet wat ermee aan te vangen.

Kortom: Reed was vermoedelijk echt geïnteresseerd in de mogelijkheden die hij verkende, maar ook wist hij goed genoeg dat hij het hele zootje in de zeik aan het zetten was. Rest er nog de vraag: is Metal Machine Music een goede plaat? Zoals te voorspellen viel, hangt de appreciatie samen met wat je verwacht van muziek. Vijfendertig jaar geleden was er amper een kader voor, de dag van vandaag (en de voorbije decennia) zijn er bands die een carrière maken uit repetitieve muziek die gebaseerd is op feedback en gitaarexperiment. Bovenop de bands die hierboven vermeld werden heb je nog Sonic Youth, Band Of Susans, Boredoms, Glenn Branca, Swans, Throbbing Gristle, en vele anderen uit noise- en avant-garde hoek, die ongetwijfeld sneller hun ding vonden door Metal Machine Music. In 2002 speelde het Duitse ensemble Zeitkratzer nog een versie met klassieke instrumenten. En zo werd de provocatie plots cultureel erfgoed.

Gelijkaardige scenario’s zouden zich later opnieuw voordoen. Zo bracht de Amerikaanse jazzgitarist Pat Metheny in 1994 Zero Tolerance For Silence uit. Was de muzikant daarvoor vooral gerenommeerd omwille van gesofisticeerde en bevlogen jazzalbums met nu en dan een gewaagde uitspatting die de goegemeente nooit echt voor het hoofd zou stoten, dan was Zero Tolerance For Silence met z’n gelaagde feedbacktexturen een directe afstammeling van Metal Machine Music. Daar werd het ook steeds mee vergeleken, ook al was de aanpak anders (Metheny’s werk is duidelijk minder radicaal en willekeurig opgevat) en was er in die twee decennia heel wat gebeurd. Ook bij Metheny kwam het voor velen als een schok. Als een belediging, zelfs. Voor een aantal musici (o.a. Thurston Moore, die het een van de essentiële platen van het decennium vond) kon de pret niet op, maar de critici maakten de plaat haast unaniem een kopje kleiner. Dat was zelfs het geval bij The Wire, nochtans een magazine dat vaak hoog oploopt met dergelijke experimenten.

Het historische belang is er alleszins, maar of dat ook een boeiende luisterervaring biedt? Niet echt, want vier kwartier versnelde, vertraagde en anders gemanipuleerde gitaarfeedback zonder enige notie van afwisseling, melodie, structuur en dynamiek is niet bepaald iets dat je wil ondergaan. Het is zeker een monumentale en compromisloze plaat (om er eens termen bij te slepen die doorgaans gebruikt worden om het werk te prijzen), en eentje die zeker de weg heeft helpen voorbereiden naar enkele undergroundgenres, maar bovenal is Metal Machine Music een verlammende ervaring, die je verplicht om het denkproces stop te zetten als je het einde wil halen. Luisteren naar Metal Machine Music is als een heel erg lang uur luisteren naar Het Grote Niets. Omwille van z’n belang willen we het wel eens opzetten, maar tot het einde geraken we zelden. Er vallen betere dingen te doen.

"Zelden heeft een artiest z’n talent zo grondig verraden", schreef Greil Marcus ooit over Rod Stewart. In analogie daarmee zou je kunnen stellen dat geen enkele (grote) artiest z’n publiek ooit voor zo’n beproeving stelde. Dat alleen al zal garanderen dat de legende van Metal Machine Music nog een paar decennia intact blijft.

Op donderdag 22 april komt Lou Reed met z’n Metal Machine Trio (MM3) naar de AB in het kader van het Domino Festival. Eerdere vertoningen (2009) lieten interpretaties horen die meer cohesie hadden dan het album (Reed wordt dan ook bijgestaan door twee muzikanten), maar om niemand teleur te moeten stellen heeft de AB-site voor alle zekerheid een duidelijke boodschap meegegeven bij de concertinformatie: "NO SONGS". Meemaken op eigen risico, dus. Tot dan!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 10 =