Dubstep na de boom :: Nu de rook om het hoofd is verdwenen

Dubstep is definitief doorgebroken. Het exclusieve is eraf en nieuwe artiesten worden vandaag niet langer bewierookt enkel en alleen omdat ze dubstep maken. Maar is het genre al sterk genoeg om te overleven, én om de leemte die de ingeslapen drum ’n’ bass achterliet op te vullen, nu de rook om zijn hoofd is verdwenen?

Laten wij u meteen een geheim verklappen: dubstep bestaat helemaal niet. "It’s become just another name used by people who can’t understand a new style of music", verklaarde pionier Skream onlangs in Resident Advisor. Het gaat dan ook om een artificiële verzamelnaam voor een kliek jonge artiesten en producers die sinds een jaar of vijf een dynamische vernieuwing doorvoeren in de wereld van de elektronische muziek, waarbij ieder zijn eigen accenten legt. De grootste inspiratiebron is drum ’n’ bass, maar de producties vertonen evenzeer raakpunten met grime, garage, reggae, dancehall, two-step en de dubtechno van Basic Channel, Maurizio en Rhythm & Sound. De enige constanten zijn wellicht de donkere, dubby baslijnen en het tempo, dat met 140 beats per minute aanzienlijk lager ligt dan bij drum ’n’ bass.

Verschillende gedaantes

Een grote troef van de dubstepmuziek is dat ze niet gebonden is aan één vastgelegd ritme, zoals dat bij drum ’n’ bass wel het geval is. "Drum ’n’ bassfans houden niet van vernieuwing", liet Sub Focus eerder dit jaar op het Luikse festival Les Transardentes optekenen. Dubstep experimenteert wel met nieuwe patronen en structuren, wat het genre een immense rijkdom en diversiteit meegeeft. Het genre wordt allesbehalve eng bekeken en nam door de jaren heen steeds meer verschillende gedaantes aan.

Zo brengen King Midas Sound en Kode 09, met inbreng van de rapper SpaceApe, een vocale variant op het doorgaans instrumentale genre. Skream en Benga tekenen eerder voor de groots opgezette anthems en clubbangers, terwijl Loefah het liever minimaal houdt. De artiesten op het Planet Mu-label, zoals Vex’d en Distance, kiezen dan weer voor een agressieve aanpak, die nauw aansluit bij de rauwe elektronica van Luke Vibert. Publiekslieveling Burial bewijst dat dubstep ook naast de dansvloer kan plezieren. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Vele artiesten dragen bij tot de verscheidenheid van het genre, waardoor het zich niet makkelijk zal vast rijden in zijn eigen regels, wat drum ’n’ bass wel finaal de doodsteek gaf.

Bovendien kreeg dubstep de kans om zich relatief rustig te ontwikkelen, zeker in vergelijking met andere Britse elektronische stromingen van de voorbije decennia. Want zowel Dummy van Portishead, New Forms van Reprazent en Dizzee Rascals Boy In Da Corner wonnen dadelijk de gerenommeerde Mercury Prize Music Award, nog voor respectievelijk trip-hop, drum ’n’ bass en grime zich in alle kalmte konden ontplooien. Ze groeiden meteen uit tot iconische platen die niet alleen de lat erg hoog legden voor andere artiesten binnen het genre, maar ook bijzonder veel persaandacht kregen, wat de druk enkel opvoerde. Veel artiesten uit andere genres maken dan ook de overstap naar dubstep, zoals de Brit Ramadanman die op zijn zestiende begon in de drum ’n’ bass-scene en nu bekend staat om zijn avontuurlijke dubstepsets.

Razendsnel de wereld rond

Dubstep zoekt de persaandacht en de verkoopcijfers ook niet onverholen op. Het is wellicht het eerste genre dat groot geworden is via het internet en daar zowel de voor- als de nadelen van oogst. De eerste berichten verschenen niet via de reguliere printmedia, maar via blogs, podcasts en virtuele netwerksites. Op die manier wist dubstep zich in een mum van tijd te verspreiden en gingen jonge artiesten over de hele wereld aan de slag met de vernieuwende geluiden. Waar zelfs drum ’n’ bass tijdens de beginjaren nog op twelve inch uit London moest komen, gaat dubstep via mp3 razendsnel de wereld rond. Zo blijft het geen typisch Brits fenomeen, maar komen er vandaag evengoed dubstepartiesten uit Santa Cruz (Matty G) en Japan (Goth Trad). Een speciale vermelding is er voor Nederland, waar Dave Huismans (2562) uit Den Haag en Martijn Deykers (Martyn) uit Eindhoven tot de absolute wereldtop behoren. Die laatste werd onlangs nog door Laurent Garnier gelauwerd en aangehaald als belangrijke inspiratiebron voor zijn laatste plaat Tales Of A Kleptomaniac.

De radiovriendelijke popmuziek heeft dubstep nog niet omarmd. Het geluid van The xx vertoont wel vage dubstepsporen en Skream herwerkte "In For The Kill" van nieuwbakken popprinses La Roux, maar verder gaat het voorlopig niet. Misschien hebben de populaire artiesten wel geleerd uit de misstappen die onder meer U2 en David Bowie in het verleden zetten, toen zij hun hipheid wilden opkrikken door vrij smakeloos drum ’n’ bass te integreren in hun popnummers. Al werd dat genre op zich snel big business en werden er veel platen van verdeeld door grote labels. Bij dubstep gaat het veeleer om kleinere, onafhankelijke labels zoals Tempa en Hyperdub, waar ook het artistieke nog een plaats heeft naast het commerciële.

Toekomstmuziek

Toch bestaat er wel degelijk een publiek voor dubstep. Al is dat, mede door het downloaden, zeg maar de negatieve kant van het internet, meer verspreid en minder zichtbaar. Grote dubstepfeestjes raken wel steevast uitverkocht en zowel Studio Brussel als Pitchfork wijden een eigen rubriek aan het genre. Onlangs maakten twee Antwerpenaren zelfs een heuse documentaire: dBstep: dubstep in België. Daarin kaart de Antwerpse Untitled Crew ook de gevaren van de stijgende populariteit van het genre aan: "Het is spijtig dat het woord dubstep tegenwoordig al een beeld heeft gecreëerd bij de mensen, wat twee tot drie jaar geleden nog niet zo was. De mensen weten wat dubstep is en ze hebben er meteen een idee bij. Als ze dat dan niet krijgen op een feest, dan zijn ze teleurgesteld." De volledige documentaire valt gratis te bekijken, enkel via het internet. Of wat had u nu gedacht?

Het is vandaag dan ook wachten op de bevestiging van pioniers als Kode 9, Skream en Various Productions.
Want tot nu toe kwam enkel Burial — met succes — met een tweede plaat naar buiten. Maar hoe reageren de andere voortrekkers, en kunnen ze omgaan met de steeds groter wordende druk? Gelukkig laten verschillende verzamelaars als Hyperdub 5 en de mixplaten van de Britse radiomaker Mary Anne Hobbs horen dat er onder meer met Joy Orbison en Pangaea ook veel nieuw talent op komst is. Zo kan er hopelijk vermeden worden dat alle druk op de schouders van een drietal groepen rust, zoals dat in de drum ’n’ bass-scene het geval was met Goldie, Reprazent en Grooverider. Ook de tweede generatie dubstepartiesten schuwt het experiment niet: zo gaat Hudson Mohawke aan de slag met driftige synthesizers en is Flying Lotus niet vies van een flinke scheut donkere jazz. Sommige media spreken zelfs al van twee nieuwe substromingen: aquacrunk en wonky, maar dat is momenteel letterlijke en figuurlijke toekomstmuziek.

Er zijn voor dubstep dus wel degelijk mogelijkheden om te overleven en om zelfs in deze tijden van vluchtig en vergankelijk succes een rol van betekenis te spelen, al is het maar als pars pro toto van de recombinante stroom van elektronische vernieuwing die bij techno begon en sindsdien al langs drum ’n’ bass, trip-hop, garage en grime passeerde. Want wellicht is binnen enkele jaren ook de term dubstep achterhaald, maar dan zal het genre op zijn minst een wezenlijk deel uitgemaakt hebben van de ontwikkeling van een belangrijk segment van de hedendaagse muziek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 16 =