The Bear That Wasn’t :: ”Eigenlijk ben ik 365 kortfilms na elkaar aan het kijken”

365 dagen zou Nils Verresen het land rondtrekken. Zonder een cent op zak, rekenend op mensen die op hem wachten en hem een nacht goede zorgen willen toevertrouwen in ruil voor een klus of een lied. En dus moest er snel nog een plaat van zijn alter ego The Bear That Wasn’t opgenomen worden. Halverwege zijn tocht ligt het pareltje in de winkel en klopte hij ook bij ons aan.

We hadden eigenlijk voorgesteld om The Bear That Wasn’t een avond lang als een vlieg op de muur te volgen wanneer hij op afspraak bij zo’n wildvreemd huis zou aanbellen om er te overnachten. Het antwoord kwam al snel. Waarom we hem niet gewoon zelf een avond in huis namen? Na zijn albumvoorstelling in STUK, bijvoorbeeld. Even goed voor ons, en dus proberen we Nils te pakken te krijgen na afloop van dat optreden.

Het duurt echter even voor we hem uit de greep van de vele handtekeningenjagers en oude bekenden krijgen. Familie en vrienden zijn immers al lang niet meer gezien. Niet meer sinds hij ergens in oktober op de fiets stapte om een jaar lang niet meer thuis te komen. "Een gek idee dat ik mezelf op de hals heb gehaald", vertelt hij een paar uur later in onze zetel bij een glas wijn en een zak chips; "toen ik facebook ontdekte maakte ik uit verveling die pagina ’muzikant zoekt 365 logies’. ’s Avonds had ik twintig leden, twee dagen later haalde ik de krant, een week later mocht ik het op Studio Brussel gaan uitleggen en kon ik al een jaar verder."

"Toen moest ik wel even kiezen: wil ik doctoreren, of wil ik een jaar met de fiets rondtrekken? Ik heb lang getwijfeld, en eigenlijk had ik alleen maar argumenten om te gaan doctoreren, en geen die voor de fietstocht pleitten. Het feit dat ik ondanks dat toch niet zeker was, was voor mij teken genoeg dat ik dat ergens echt wel graag wilde doen. Dat gaf de doorslag. Als ik wil doctoreren, kan ik dat later nog. Het was gewoon nieuwsgierigheid. Als ik het niet zou hebben gedaan, zou ik me achteraf te hard afvragen hoe het zou zijn geweest."

Een verontschuldigende glimlach. "Veel mensen verklaren me gek. Zeggen me dat ik een jaar van mijn leven vergooi, maar ik ga dit jaar nooit vergeten. Ik ga heel veel anekdotes hebben over mijn 23ste jaar. Op dat vlak zal het dus zeker geen verloren jaar zijn. Toegegeven: als je mij een paar maanden geleden had verteld dat ik morgen zou vertrekken, dan zou ik het een idioot idee gevonden hebben. Maar ik ben daar langzaam in gegroeid, en ik heb er ook wel een handje van weg om mezelf zo te kloten. Het is net hetzelfde met de cd: ik heb de studiodagen vastgelegd nog voor ik klaar was met de songs. Ik heb mezelf dus verplicht om de plaat te maken. Alleen zo functioneer ik. Mocht er niet iets als examens bestaan, dan deed ik ook niets. Ik besefte echter dat ik mijn liedjes na 365 dagen beu zou zijn, en dat het dus kwestie was van ze vooraf op band te zetten. Het moest dus snel gaan."

Een beetje neurotisch, misschien

Wat opvalt is hoe rigide Verresen zijn plan volgt. Geen halve kilometer wil hij hulp krijgen. Als het moet, dan moet het maar door de druipende regen van Ruddervoorde naar De Haan. Vloekt hij dan nooit eens "I hate the way that I obsess" (uit "The Rain Is A Coming")? Hij lacht: "Maar dat zijn net de mooiste momenten. Ik heb eens een trip gemaakt door Schotland, waar we ons ondanks weinig geld en veel slecht weer toch rot hebben geamuseerd. Aan een vakantie van drie weken aan het strand hou je niets over; dat is het leven niet. En ik wil niet afwijken van de regels die ik mezelf heb gesteld, anders voel je je na afloop toch maar slecht. Dat is een beetje neurotisch, misschien, maar wellicht moet je dat ook wel zijn om aan zo’n tocht te beginnen. Als je je eigen regels niet meer volgt, dan verliest het zijn waarde."

In zijn blogposts omschrijft Verresen zichzelf als een verlegen mens. Toch dwingt hij zich nu om zich dag na dag sociaal op te stellen. Elke avond opnieuw staan er mensen verwachtingsvol te wachten op die vreemde Bear That Wasn’t. "Er zijn dagen genoeg waar ik om negen uur uit mijn logies moet vertrekken, en pas om vier uur ’s middags bij mijn volgende kan aankomen", protesteert hij. "Dan moet ik soms een hele dag op een bankje zoek maken, zonder dat ik met iemand moet praten. En op mijn fiets ben ik alleen. Natuurlijk heb ik niet altijd evenveel zin om te praten als ik bij mensen aankom, maar daar zet je je snel over als je bij enthousiaste mensen komt. Dan mag je nog zo’n slecht humeur hebben, dan wordt dat toch plezant."

"Ik voel dat ik de mens steeds meer als een andere soort begin te beschouwen, als een gastvriendelijke robot", schrijft hij. "Dat is ook zo ", klinkt de uitleg vanavond. "Alles begint soms op elkaar te lijken. Ken je dat, dat je droomt dat je in een vreemde omgeving zit, en wakker schiet en dat gevoel blijft behouden? Dat heb ik constant. Soms ben ik met mensen aan het praten en denk ik bij mezelf ’waar ben ik?’ Elke dag lijkt op zich bijna betekenisloos, terwijl ik weet dat dat niet zo is. ’t Is moeilijk uit te leggen hoor."

Alsof je geen middelpunt meer hebt? "Zoiets. Je hebt geen referenties meer, je bent elke dag ergens anders zonder nog langdurige relaties met mensen te hebben. En elke dag is ook een beetje hetzelfde: heb ik die vraag nu al beantwoord, heb ik die anekdote nu al niet verteld? Ik herinner me dat ik na een vier uur lange babbel eens ging slapen, en me in bed het gezicht van die kerel al niet meer kon herinneren. Je kunt niet alles verwerken; daar is geen tijd voor. Daarom droom ik ook zo vaak op mijn tocht, denk ik. Omdat al die impulsen op een bepaalde manier toch een plaats moeten vinden en mijn geest het niet meer aankan. Ik denk dat ik mij een maand na mijn tocht nog ga afvragen wat ik allemaal heb meegemaakt."

Het lijkt er wat op alsof hij zichzelf zo elke avond aan iemand anders moet geven. "En ook weer niet, want de enige constante ben jezelf. Je wordt teruggeworpen op jezelf, en je geeft eigenlijk vooral jezelf aan jezelf terug. Je krijgt heel veel tijd om na te denken. Zo’n jaar leert je ook om je niet meteen op relaties te richten, op anderen te rekenen om je gelukkig te maken. Je moet zelf stand kunnen houden. Ik vind dat je die relaties met een ander niet moet verheerlijken, zelfs al zijn de anderen ook belangrijk. Het zet de verhouding tussen jezelf en de anderen op scherp. Het wordt zwart-wit en daarom soms ook surrealistisch."

"Aan de andere kant kom je ook bij mensen die persoonlijke tragedies hebben meegemaakt — man verloren, kind verloren,… — en dan is het eerder ’de ander en ik’ in plaats van ’ik en de ander’. Dan voel ik het middelpunt bijna verschuiven en dat ik bijna een schim word. Plots ben je geen hoofdrolspeler meer, maar kijk je naar de film van die andere mensen. Eigenlijk ben ik 365 kortfilms na elkaar aan het kijken. Ik beschouw wat ik nu aan het doen ben niet als mijn leven. Je kunt zo niet leven. Maar het is wel een heel bijzondere ervaring."

Graag een begin en een einde

Broer Rolf speelt in tal van bands, zus Karen zingt. Stamt hij uit een muzikale familie? "Totaal niet. Niemand in mijn familie is met muziek bezig, maar mijn zus en broers en ik wel. Ik ben met muziek begonnen omdat Rolf, mijn oudste broer, daarmee bezig is, maar dat verklaart nog altijd niet waarom het al van kleins af aan was. Het is allemaal nogal toevallig gegaan. Rolf speelde muziek met zijn vrienden, ik speelde samen met die van mij en op een bepaald moment besef je dat je naar dezelfde muziek luistert en mekaars vrienden leuk vindt. Dan kun je net zo goed samen gaan spelen. Toen pas heb ik voor het eerst samen met Rolf gespeeld."

"Hoe begint dat? Je bent dertien en twee vrienden zoeken voor hun punkgroepje nog een bassist en een zanger. Ik wilde heel graag zingen, maar had geen zin om alleen maar zanger te zijn aan de microfoon. Dat vond ik een belachelijk beeld. En dus ben ik zanger-bassist geworden, zonder dat ik één keer die bas heb aangeraakt. Maar hij hing wel altijd rond mijn nek. (lacht) Langzaamaan ben ik er dan toch maar op beginnen spelen, maar ik hoor nog altijd verhalen over hoe onmuzikaal ik wel niet was, over hoe ik op een bepaald schooloptreden "Rocky" van Dog Eat Dog consequent een tel te laat zong. Of hoe ik een heel optreden lang met mijn voet het ritme mee tikte, maar naar ik achteraf vernam was dat het enige dat niet in de maat zat. Mijn basspel was wel juist." (schatert)

Hoe belangrijk was Elliott Smith voor zijn muzikale opvoeding? "Belangrijk genoeg om nog exact te weten waar ik was toen ik hoorde dat hij gestorven was. Maar om te zeggen dat hij de grootste invloed was op mij… Dat is toch meer Bright Eyes geweest, omdat ik altijd veel belang aan tekst heb gehecht. Op dat vlak was hij een openbaring: stukjes poëzie op muziek. Ik vond die muziek zelfs niet altijd even goed, maar die teksten! Dat is waar het mij ook om gaat: niet gewoon wat deuntjes spelen, maar ook echt iets vertellen."

Dat valt ook op aan de blog die hij in het begin van zijn tocht bijhield. Er schuilt een verhalenverteller in hem, merk ik op. "Dat klopt. Ik heb graag een begin en een einde. Ik schrijf niet graag dingen die blijven uitzetten tot er niets meer is, ik heb wel graag dat het einde terugkomt naar het begin. Het moeten kleine verhalen zijn, zo lees ik ze ook het liefst. Ik lees ook het liefst van al sprookjes, zoals die van de gebroeders Grimm: fantasie gemengd met een serieuze ondertoon. Dat vind ik ook leuk aan dat kinderverhaal van The Bear That Wasn’t waar ik mijn artiestennaam bij haalde, dat er toch een kleine moraal achter zit: beer gaat slapen, bos wordt omgehakt, hij wordt wakker in een fabriek en men maakt hem wijs dat hij een luie werknemer met een bontjas is, waardoor hij zelf aan het twijfelen gaat en pas als iedereen een jaar later op vakantie gaat komt hij zelf opnieuw tot het besluit dat hij een beer is."

"De moraal? Niemand weet beter dan jezelf wie je bent. Dat herkende ik ook heel hard in mezelf, toen ik in het vierde middelbaar plots in de rol van flauwe plezante was beland. Ik had niet het gevoel dat ik dat was, maar ik deed dat gewoon omdat iedereen dat van mij verwachtte. Dat wrong. Het leek alsof ik geen ernstig gesprek meer kon voeren met iemand omdat iedereen verwachtte dat ik een onnozele opmerking zou maken. Toen ben ik 360 graden gedraaid. Je moet gewoon onthouden wat je bent, en je geen etiket laten opplakken, zelfs al is het soms te gemakkelijk om van jezelf een personage te maken."

Als je maar je best hebt gedaan

Op zijn blog vertelt Verresen ook het schrijnende verhaal van zijn passage bij een psychiatrische patiënt. Niet bepaald iemand van wie je zou verwachten dat hij Verresens muziek zou kennen. Toch komt hij op de vreemdste plekken terecht. "Ik heb in alle kranten gestaan met mijn tocht, dus het verhaal heeft zich verspreid buiten wat je mijn publiek kunt noemen. Dan kom je al eens in situaties die niet zo fris zijn. Waarom die mensen me uitnodigen? Ze hebben dat zelf niet door dat ze zo diep zitten. Er zijn ook momenten geweest dat men zich niet realiseerde dat ik echt muziek speelde. Of verbaasd reageerden dat ik echt wel kon zingen. Goed hoor; zo kon ik ook mensen mijn muziek leren kennen die die anders niet zouden horen, kan ik mensen aangenaam verrassen. Ik heb nooit het gevoel dat ik mensen moet teleurstellen, maar soms werkt het ook gewoon niet. Bij metalheads weet je dat het hun ding niet is. Na twee nummers bouw ik dan ook al af. Da’s ook het voordeel aan huiskamerconcerten: als het niet meer tof is, stop je gewoon. Niemand gaat er over klagen als ik maar drie nummerkes speel."

Een laatste vraag. Hij is nu ongeveer halfweg, en moet nog zes maanden. Weegt het niet langzamerhand? "Ik ben daar totaal niet mee bezig. Alleen van de seizoenen ben ik me bewust, omdat ik weet dat het weer nu veel beter gaat worden. Maar de dagen op zich tel ik niet. Dat heeft ook geen nut: gisteren is alweer voorbij, en wie het morgen wordt, dat weet ik nog niet. Je leeft de dag zelf; er is geen deadline in de toekomst, en je bent ook niet bezig met een slechte indruk die je drie dagen geleden hebt gemaakt. Je leeft het moment zelf. Dat is een positief idee: je probeert van het nu het beste te maken. Als het niet lukt; no biggie, morgen is er een andere dag. Als je maar je best hebt gedaan."

Elke dag is nieuw? "Absoluut. Veel mensen beseffen dat niet en leven in het verleden of in de toekomst. Op deze manier gaat dat niet. Ik word verplicht om in het heden te leven. Het is een heel aparte ervaring. Na vijf maanden weet ik nu wel hoe het voelt, maar ik kan het echt niet uitleggen. Het is vaak hetzelfde, maar toch is het ook elke dag anders. Ik hoop dat ik tegen het einde van mijn tocht een manier vind om het uit te drukken."

Het is laat. Ik wijs Nils zijn nest, duik er zelf in om ’s ochtends vroeg alweer te verdwijnen. Op tafel ligt een zak sandwiches klaar, een attentie van de vrouwe des huizes die iets alerter was op de regel dat de beer afhankelijk is van anderen voor zijn voedsel. Als ik ’s middags thuiskom is de extra fiets aan de gevel alweer verdwenen. Van het blitzbezoek blijft enkel een briefje over: "Merci! De beer." "Groaarr" prevelen we zachtjes instemmend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 10 =