The Van Jets :: Cat Fit Fury!

Een geslaagde wippartij is een driftige en vunzige, maar tegelijkertijd ook een onaards mooie bezigheid: lichaamssappen mogen dan wel worden uitgewisseld, lichaamsdelen in bruikleen gegeven en animale kreten geslaakt, maar met liefde en passie uitgevoerd kan het beest met de twee ruggen ook een hemels kunstwerk zijn. En precies deze omschrijving past bij Cat Fit Fury!

De Van Rompuys, de Gallaghers, de Baldwins, de Saives, de de Boers, ze hebben met De Verschaeves gemeen dat ze broertjes zijn. Johannes (zang/gitaar) en Michael Verschaeve (drums) woeien van de Koningin der Badsteden richting Gent, werden de gecontesteerde winnaars van de Rock Rally 2004 en brachten het jaar nadien met de single "Ricochet" als smaakmaker de EP Belvédère Records Presents The Van Jets uit, een spring-in-het-velderig plaatje met in alle richtingen uitspattende energie, om twee jaar later uit te pakken met een eerste full-cd, het bevallige Electric Soldiers.

Een eerste vaststelling: bombast kan verrukkelijk zijn. Op "Comes The Crying" gooien The Van Jets nog net geen "Child In Time"-oerschreeuw in de mix, en ook het hoekige en uiterst curieuze "Damage" bekoort door zijn pathos: op een goddelijk N.E.R.D.-ritme ("She Wants To Move") volgt een intens Jack White-moment ("Conquest") om over te vloeien in een middenstuk dat met zijn halleluja-achtig koortje (Freddy Mercury komt nog net niet meezingen) een geheel onverwachtse wending neemt. Precies op het gepaste moment scheurt de gitaar van Waldorf-hoofdkaas Wolfgang Vanwymeersch, als ware ze een doldrieste bloedhond, het engelachtige intermezzo genadeloos aan stukken. "Damage" gaat met de prijs ’Beste Song’ aan de haal, op de voet gevolgd door "Onawa", dat met des zangers rustgevende tu-tu-tu-tu’s en een trits machtige gitaarriffs in een gekmakende overdrive gaat en afgesloten wordt door een kalmerend xylofoontje. Het moet gezegd dat de heerlijke gitaarsolo’s en de wulpse bas van Frederik Tampere een pluim verdienen; het splijtende, aan The White Stripes schatplichtige "The Other Man" of het montere "Down Below" staven deze bewering. En niet te vergeten: een thumbs up gaat ook naar het heerlijk nauwgezette en ritmische drumwerk van de jongste Verschaeve.

The Van Jets weten tevens songs te maken die een wereld vol Dewinters, Osama’s, Léonards en andere fundi’s voor een drietal minuten doet vergeten: "Teevee" is een dartele wegdroomsong met levenswijsheid "Don’t be afraid of things to come / want to kiss you in the rain" en het kwieke "The Future" voelt aan als een boottochtje op een woelige zee, waarbij Verschaeves angelieke stem u in een toestand van welbehagen wiegt, zodat u — zonder zeeziek te worden — veilig ter bestemming aankomt. Zelfs een aanvankelijk what-the-fuck-gevoel bij de woedeuitbarsting "Matador" ruimde baan voor een respectvolle buiging. Awesome, zou de taalarme doorsnee-Amerikaan uitroepen.

"Our Heads" wordt ondergaan als een verrukkelijke space trip, getuigend van een voorliefde voor all things Bowie: dichter bij A Space Oddity of Ziggy Stardust is de band nog niet gekomen. "Givers & Takers" is machtige glamrock die Marc Bolan vanuit het rock–’n–rollnirwana een gelukzalige glimlach bezorgt, maar eigenlijk is het album over de ganse lijn een hommage aan oerdegelijke seventiesrock met bij tijd en wijle parelende melodieën en kleurige arrangementen.

De "People C’mon"-kreet op Electric Soldiers was een onvervalste energiestoot en schreeuwde om meer. Na drie jaar artistieke windstilte omzeilen The Van Jets met sprekend gemak de klip van het gevreesde tweedeplaatsyndroom en hopla: Cat Fit Fury!. Elf schoon liekes! (?)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × drie =