Charlotte Vanden Eynde en Ugo Dehaes :: het lichaam als kunstobject

"We zijn geen vertellers." Al hebben ze doorheen hun werk wel heel veel te vertellen. Charlotte Vanden Eynde en Ugo Dehaes waren deze week in ’t Stuc te zien met de opmerkelijke choreografie Lijfstof. "Het is onverwacht gekomen allemaal. Naast mijn opleiding in de Performing Arts Research and Training Studios (P.A.R.T.S.) maakte ik eigen choreografieën en dan bleek dat mensen geïnteresseerd waren om dit te programmeren."

Terecht want Charlotte Vanden Eynde wordt als een van de revelaties in de hedendaagse dans in Vlaanderen beschouwd. Ook is ze de eerste Vlaamse choreografe die afstudeerde aan het P.A.R.T.S. Ugo Dehaes daarentegen stopte bij P.A.R.T.S. omdat hij bij Meg Stuart kon beginnen. Hij danste mee in Appetite en Highway 101. Voor Charlotte is dit haar vierde eigen choreografie. Deze keer echter kregen ze projectsubsidies waardoor er meer ruimte en mogelijkheden aanwezig waren om de voorstelling te maken. Vanden Eynde en Dehaes zaten in hetzelfde jaar op P.A.R.T.S. en werden door elkaars werk aangesproken. Haar werk is sterk geïnspireerd op beeldende kunst, hoewel ze dit naar eigen zeggen niet bewust doet. Toch is ze ermee opgegroeid. Haar moeder, die zelf beeldend kunstenaar is, bracht haar in contact met vrouwelijke beeldende kunstenaars zoals Louise Bourgeois, Rebecca Horn enzovoort. Rebecca Horn doet performances waarbij ze veel met het lichaam en verlengstukken daarvan werkt. Marina Abramovic, performance-artieste, is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de body-art. Allemaal mensen waardoor Vanden Eynde gefascineerd is. In Vlaanderen zijn de wereldjes van de beeldende kunst en de podiumkunsten zeer gescheiden. Toch lijkt het alsof ze elkaar kruisen in het werk van Vanden Eynde.

Charlotte Vanden Eynde: "Mijn moeder is beeldend kunstenaar dus ik ben daar steeds mee geconfronteerd geweest. Wie weet heeft het ook te maken met het feit dat ik op de Steinerschool heb gezeten. Ik heb wel altijd veel getekend. Ik ben via mijn moeder dan ook nogal in aanraking gekomen met vrouwelijke hedendaagse beeldende kunstenaars. Vooral Louise Bourgeois en Marina Abramovic hebben nogal indruk op mij gemaakt. Maar eigenlijk ben ik daar niet bewust mee bezig. Bij mijn eerste voorstelling, Benenbreken, werd dat als een van de kenmerken aangehaald en dat bleek dan nog te kloppen. Maar het is niet dat ik het uitdrukkelijk als inspiratiebron beschouw. Het is eerder iets onbewust, iets dat ik als achtergrond meedraag."

De eerste choreografie van Vanden Eynde was Benenbreken, een solo. Haar eindwerk Vrouwenvouwen heeft ze verder uitgewerkt en verleden seizoen gespeeld met de danseressen Sharon Zuckerman, Constance Neuenschwander en Ewelina Guzik. Tijdens haar opleiding maakte ze ook Zij ogen.

Benenbreken presenteerde het lichaam op een (tentoonstellings)tafeltje. Op een fijngevoelige manier tastte ze grenzen af terwijl verschillende verhoudingen ten opzichte van het lichaam geëxploreerd werden. In Vrouwenvouwen en Zij ogen zie je verleidingscènes op allerlei manieren. Ze toont het lichaam in zijn kwetsbaarheid, tast grenzen af, speelt met vervreemding. Gemeenschappelijk in deze voorstellingen is dat ze veel verband hielden met vrouwelijkheid in al haar verschijningen.

Deze keer in Lijfstof zien we een andere dimensie opwellen: Vanden Eynde en Dehaes gingen op zoek naar het lichaam en het ding. Zo wordt het lichaam gefragmenteerd, maar door het ruis, de spanning tussen het lichaam en het ding onstaat een nieuw betekenisveld waardoor het weer iets ‘op zich’ wordt en men de fragmentatie ‘vergeet’.

Vanden Eynde: "Ik herinner mij nog dat ik Zij ogen maakte toen Ugo wegging bij P.A.R.T.S. om bij Meg Stuart te gaan dansen. We hebben toen tegen elkaar gezegd dat we wel eens samen iets wilden maken."
Ugo Dehaes: "We werden op dat ogenblik aangesproken door elkaars werk."

Goddeau: Wat betekent het medium dans voor jou?
Dehaes: "Dans is voor mij een middel om dingen te uiten. Het is niet belangrijk dat dit via dans gebeurt, maar het is een mogelijk medium. Dans is niet het doel, het is louter een middel."
Vanden Eynde: "Als je danst, sta je op een toneel met je lichaam. Je kan evengoed stilstaan. Ik heb wel gestudeerd voor dans, maar het hoeft niet per se dat te zijn. Tegelijk ben ik ook bezig met beweging, met pure dans. Ik ben nog aan het zoeken hoe ver ik daarin wil gaan."

Goddeau: Hoe ben je beginnen werken aan de voorstelling? Hoe ga je op zoek naar dingen en beelden die je wilt gebruiken?
Vanden Eynde: "We zijn begonnen met objecten te zoeken op de rommelmarkt en bij spullenhulp. Tijdens die zoektocht vroegen we ons af wat ons aansprak en waarom en wat we juist mee wilden doen in de voorstelling."
Dehaes: "De vraag naar wat we met het ding, met het lichaam of met de twee dingen samen kunnen doen. Gaandeweg is het zo geëvolueerd dat we ons vooral op het lichaam hebben gefocust. We merkten dat enkel een ding op een scène te arty werd. Het lichaam als materie interesseert mij vooral. Het ding als lichaam en het lichaam als ding."

Goddeau: Waarom juist die aspecten?
Vanden Eynde: "Mijn fascinatie gaat uit naar het feit dat een mens een lichaam plus een geest is. Niet dat dat volledig gescheiden is ofzo. Je ziet een mens, maar je weet niet wat er zich binnenin afspeelt. Een van de feiten van een lichaam is dat het een stuk vlees is met een systeem erin en als je nu met dit mes een snee maakt dan maak je het kapot."
Dehaes: "Iedereen is voortdurend met objecten bezig. Ik kan uren naar mensen kijken, naar hoe ze op objecten of dingen reageren en hoe ze interageren. Het dagdagelijkse spreekt mij vooral aan."
Vanden Eynde: "Ja, maar die dagdagelijkse bewegingen neem je dan niet zomaar over, je maakt daar dan iets anders mee."

Goddeau: Hoe kijken jullie nu terug op de opleiding in P.A.R.T.S?
Vanden Eynde: "P.A.R.T.S. is voor mij een hele essentiële opleiding geweest. Het was heel zwaar, maar heeft zeker zijn vruchten afgeworpen Ik besef ook dat ik hier niet zou gestaan hebben zonder die opleiding. Je wordt met een hele hoop verschillende mensen geconfronteerd: de andere leerlingen, de leraars, en natuurlijk komen de dansers uit alle landen en kom je internationaal veel mensen tegen. Anderzijds is de danswereld slechts een heel klein wereldje en dat is dan handig om contacten te leggen. De enge visie die je over dans hebt bij het begin van de opleiding wordt volledig opengetrokken op P.A.R.T.S."
Dehaes: "Ik heb P.A.R.T.S. niet afgemaakt want ik ben na anderhalf jaar bij Meg Stuart gaan dansen. Ik heb daar heel veel geleerd maar waarschijnlijk minder technische dingen dan op P.A.R.T.S. Voordien had ik slechts klassiek ballet gedaan en een workshop in het Stuc bij David Hernandez. Op P.A.R.T.S. ben ik in feite pas echt beginnen dansen."

Goddeau: Hebben jullie plannen na Lijfstof?
Vanden Eynde: "Samen met Jan Decorte ga ik in zijn bewerking van Hamlet, Amlett, spelen. Daar zal ik dus echt een personage spelen, met een bepaalde rol. Maar ik zal in de voorstelling ook dansen naar een eigen choreografie. Daarna zou ik graag een groepstuk maken, maar zonder zelf mee te dansen. Wellicht is dat pas voor binnen anderhalf jaar."
Dehaes: "Ik ga die reeks voorstellingen van Highway 101 verderzetten met Meg Stuart en daarna wil ik een solo maken. Hiervoor heb ik in de loop der tijd al een heleboel kleine stukken verzameld, verschillende fragmenten die ik in een groter geheel wil inpassen. In feite dans ik liever dan te choreograferen. Ik vind het moeilijk tegen anderen te moeten zeggen wat ze moeten doen."

Goddeau: Hoe is dat voor jou om met Meg Stuart te werken? En hoe was dat nu dan om aan Lijfstof te werken wat dan wel heel anders is qua werkwijze?
Dehaes: "Het grote verschil is dat we bij Meg Stuart met een grote groep mensen zijn. Met twee werken is dat totaal anders. Bij Meg Stuart had het ook meer iets van naar het werk gaan zoals iedereen dagelijks doet. Als ik ’s avonds thuiskwam, was ik er niet meer mee bezig. Bovendien komt er bij Meg Stuart heel veel materiaal uit de improvisatie van de dansers. Zij kiest dan wat goed is om er iets mee te maken. Met Lijfstof was ik wel voortdurend bezig, juist omdat het iets van mezelf was."

Goddeau: Zijn jullie buiten dans nog met andere dingen bezig?
Vanden Eynde: "Eigenlijk niet, maar ik denk er wel aan om iets met video te doen, om dus echt beeldend bezig te zijn. Maar dan denk ik: "Dat komt ooit wel eens." Misschien integreer ik video en beeldende kunst wel in een voorstelling."
Dehaes: "Ik ben nogal met computer en informatica bezig, bijvoorbeeld websites maken. Ik heb bijvoorbeeld de website voor Kwaad Bloed gemaakt. Ik ben altijd wel met iets artistieks bezig, daarom niet noodzakelijk dans. Ik voel mij niet aan één ding of aan een bepaald medium gebonden. Net als dans zijn die websites een middel om mijn ding te doen."

Goddeau: Volgen jullie ook wat er gaande is op gebied van podiumkunsten?
Vanden Eynde: "Ik heb altijd een boontje voor Meg Stuart gehad. Vroeger volgde ik veel voorstellingen, theater veel minder. Als je zelf dingen maakt, ga je alles analyseren. Door naar dingen te kijken wordt je eigen creativiteit geprikkeld, je analyseert het en je denkt voortdurend hoe je het zelf zou gedaan hebben."
Dehaes: "Hoe meer je er zelf mee bezig bent, des te kritischer sta je tegenover werk van anderen. Vaak heb ik heel veel bewondering voor het fysieke van dansers, bijvoorbeeld wat ze kunnen met hun lichaam en hoelang ze het kunnen volhouden. Ik hou wel erg van het werk van Alain Platel."
Vanden Eynde: "Ja, dat stuk van Jerome Bel dat Jerome Bel heette, heeft wel veel indruk op mij gemaakt."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + zes =