Het 2009 van Tine Maesen

In elk van ons schuilt een pietepeuterige dwarsligger, alsook in
mij. Mijn pietepeuterige dwarsligger staat elk jaar weer haar
bokkige zelf te wezen wanneer de eindejaarslijstjes er aan komen.
Ze kan er niets aan doen, maar ze houdt niet van de vorm ‘lijstje’,
want er zal onvermijdelijk aangenomen worden dat de plaat die als
eerste in het lijstje verschijnt ook de beste zal zijn, maar vaak
is dat helemaal niet zo. Bovendien denkt ze niet altijd in termen
van complete albums, maar in het gevoel van soms een klein woord of
in termen van het zalige live gevoel van een plaat.
Dus omdat mijn dwarsligger het zegt, maak ik geen lijstje, maar ik
wil jullie niet onthouden wat er volgens mij nogal voor lekkers te
rapen viel in het muzikale luilekkerland.

Ik kan enorm houden van hoe een woord klinkt in een song en zo werd
ik in 2009 verliefd op de eerste “Papillion” die Tom Smith in het
gelijknamige nummer weet uit te brengen of van de manier waarop
“Enyclopedia” klinkt in “Airplanes” van Local
Natives
. De heren van Local Natives maakten met Gorilla
Manor overigens ook een behoorlijk plaatje, dat wel sterk ruikt
naar Fleet Foxes, maar genoeg is om hoge verwachtingen voor de
toekomst van de jonkies te scheppen.

“The Crying Light” van Antony and the Johnsons
maakte niet zo’n kaakslagindruk op me dan z’n voorganger “I’m a
bird now”, maar ik hou zo van die man. Toegegeven dat hij af en
toe z’n eigen concerten om zeep helpt door eindeloos te mekkeren
maar het blijft een schat. Hij is de gezellige tante die bij mij
altijd koffie mag komen drinken en over al zijn zorgen mag praten,
als hij belooft om “Another World” te spelen, vlak voor hij
weggaat.
Gelukkig zijn er ook bands die een zekerheid vormen op het gebied
van een degelijk concert afleveren én ook nog eens een dijk van een
plaat kunnen afleveren. Zo heeft The Hickey
Underworld
, na heel wat geklungel met scherpe voorwerpen
en latjes om het cd’tje uit z’n kartonnen hoes te krijgen, enkele
weken stevig in de cd-speler van de auto geplakt. Zij vullen het
gat op dat Death From Above 1979 achterliet. Dat zij ook nog eens
een lel van een concert kunnen afleveren, hoef ik u waarschijnlijk
dan weer niet uit te leggen.

De man die mij het meest bij de lurven gegrepen heeft dit jaar is
Dan Auerbach. Van de eerste keer dat ik zijn album
min of meer per ongeluk op Luisterpaal aanklikte, was ik verkocht.
Het gebeurt me niet vaak dat ik zo val voor een album en hij deed
het toch maar even met ‘Keep it . In de AB wist hij daar bovendien
ook nog eens een heerlijk concert aan vast te plakken.
Ook Mumford and Sons wisten dit jaar hetzelfde
trucje met me uit te halen. Hoewel ‘Sigh no More’ toch twee
luisterbeurten meer nodig had dan ‘Keep it Hid’ om me volledig
overstag te laten gaan. Ik hoop oprecht dat ze de doem van zo’n
goed debuutalbum zullen overleven.

Toch gaat de eervolle vermelding van het beste concert van 2009
niet naar Dan of naar Mumford en zijn zonen, maar naar The
Felice Brothers
in Tivoli in Utrecht. Ik werd voornamelijk
meegetroond omwille van het feit dat ik een auto bezit en ook wel
omdat ik bij wijlen aangenaam gezelschap kan zijn. Dus ik ging
zonder verwachtingen en kreeg de grootste verrassing van dit jaar.
Die jongens zijn zo jong, maar hebben zo een overvloed aan talent
en speelplezier. Niet te vergeten dat ze ook nog eens beroep kunnen
doen op een set zeer lekkere songs. Ongelooflijk!

En dan de twee platen die de eer hebben mogen ondervinden om langer
dan een dikke maand in mijn CD-speler te vertoeven, maar zelfs nu
nog wekelijks opgelegd worden: Titus Andronicus
‘The Airing of Grievances’ en The Rural Alberta
Adventage
‘Hometowns’. Beiden heerlijk opzwepend en
gekmakend goed in hun eigen categorie. Opzetten in uw auto en u zal
begrijpen wat ik bedoel.

Dat was mijn 2009 en ik heb mijn broekspijpen al handig opgestroopt
om beter op de blote knieën te kunnen vragen om nog zo’n muziekjaar
te mogen krijgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =