Coeurs




120 min. /
Frankrijk/ 2006

Normaal gesproken staat mijn kribbelschriftje in gemiddeld zeven
minuten vol met associaties en/of indrukken van de film die ik net
gezien heb. Niet bij ‘Coeurs’. Ik had nochtans zoals altijd mijn
petit coeur wagenwijd opengesteld voor deze Franse
eenzamehartenshow, maar ik werd er warm noch koud van en mijn blad
bleef verdacht blanco. ‘Coeurs’ is zo’n film waarvan je niet goed
weet wat je ermee moet aanvangen, maar waarbij één ding wel
volkomen vaststaat: niemand zat er echt op te wachten. Dat bewees
ook de massale opkomst: vier eenzame zielen in de zaal en dat op
één van de eerste dagen na de release. Een wel zeer bescheiden
filmpje dus, vluchtig als de aangedampte adem op een ruit en vooral
even uniek en memorabel als een sneeuwvlokje met rugnummer
7458…

‘Coeurs’ wordt nochtans verheerlijkt als de Franse ‘Magnolia’,
een beschrijving die mij toch iets te ver gaat. (De film wordt ook
een ‘komedie’ genoemd, maar dàt is pas een grap.) Het gaat
inderdaad om zes personages, die met ragfijne draadjes met elkaar
verbonden zijn, elkaars leven een lichte draaiing geven en samen
een volwaardig spinnenweb vormen, maar dat is het dan ook. Resnais’
wat is de wereld toch klein-formule- is beduidend minder
geslaagd dan die van Paul Thomas Anderson (laat staan die van diens
grote voorbeeld, Robert Altman). Het kleine universum dat hij rond
zijn personages creëert, is immers weinig dynamisch: iedereen staat
alleen, probeert behoedzaam zijn leven wat aangenamer te maken door
contacten te leggen, maar blijft uiteindelijk min of meer ter
plaatse trappelen.

Dan slijt zijn dagen aan de bar van een hip hotel, waar hij bij
de barman Lionel zijn hart lucht en zijn lever verdrinkt. Hij is
sinds kort alcoholicus, alleen weet hij het zelf nog niet. De
relatie tussen Dan en zijn vriendin Nicole staat op springen en
Lionel raadt hem aan om afstand te nemen van Nicole en een annonce
te plaatsen in de krant. Zo leert Dan op een blind date de mooie
Gaëlle kennen. Gaëlle woont samen met haar oudere broer Thierry,
die dan weer zijn tikky-tikker voelt smeulen voor zijn
collega Charlotte, die hem een videocassette uitleent met haar
favoriete programma: een religieus variétéprogramma, dat stiekem
een aangename variant blijkt op de The Ring-cassette: na
het geruis op de band wordt Thierry getrakteerd op een erotisch
lingerieshowtje van Charlotte. De anders zo vrome Charlotte gaat
tenslotte om de cirkel rond te maken als vrijwilligster op de vader
van barman Lionel babysitten.

Resnais, één van de grote meneren van de Franse cinema, heeft al
heel wat projecten op zijn naam staan: zijn bekendste film is de
intrigerende romance ‘Hiroshima Mon Amour’, maar hij is
bijvoorbeeld evengoed de echtelijke vader van de musical ‘Pas sur
la bouche’. De man is ondertussen 84 geworden en je voelt dat hij
er nog volop goesting in heeft en dat voor hem elke nieuwe
film nog een uitdaging is. Vooral bij de aankleding van ‘Coeurs’
heeft hij zich duidelijk helemaal laten gaan: het is een bizar
afgesloten universum geworden, gedrenkt in neonlicht en sfeer
geschept uit sneeuw, verdomd veel sneeuw. Sneeuw die niet smelt en
zelfs binnen op de schouders van de personages blijft liggen.
Iedereen mag blijkbaar zien dat het om fake sneeuw gaat – op een
bepaald moment begint het zelfs binnen te sneeuwen. Geen idee wat
de bedoeling is achter zijn keuze… Zijn hun harten koud als
sneeuw en hunkeren ze ernaar om in de fik gezet te worden? Staat de
sneeuw symbool voor het feit, dat alles verzonnen is, dat film een
artificiële kunst is? Of had Resnais gewoon teveel gekeken naar
Andersons kikkers en wilde hij ook iets met bizarre neerslag doen?
Ik weet alleen dat ik er op de duur wel schoon genoeg van had: bij
elke overgang naar een ander bedrijf wordt het beeld eventjes
ingepalmd door gedwarrel van vlokjes (dat zijn toch wel minstens
dertig buien) en er klinkt ook steeds hetzelfde deuntje op de
achtergrond. Resnais houdt er blijkbaar ook van om zijn personages
vanachter een ‘afscherming’ te filmen: ze praten met elkaar
vanachter een doorschijnende wand tussen twee bureaus, decoratieve
kralengordijnen, aangedampte ruiten, alsof ze zich nooit helemaal
bloot geven en er nooit een echte communicatie mogelijk is. Resnais
speelt ook danig met perspectieven en filmt bijvoorbeeld een ruzie
volledig vanuit vogelperspectief als een poppenkastspeler die zijn
poppen staat te begluren in hun huisje. En zo zijn er nog leuke
visuele trucjes en details, die ‘Coeurs’ visueel eigenlijk wel
interessant maken, maar het slappe verhaal niet boven het
gemiddelde kunnen tillen.

De film is een bewerking van het toneelstuk ‘Private Fears in
Public Places’ van Alan Ayckbourn en die theatrale oorsprong is nog
voelbaar: het verhaal speelt zich volledig binnenskamers af in een
beperkt aantal vertrekken en er wordt veel gepraat, heel veel. De
gesprekken gaan diep, maar meestal is het eenrichtingsverkeer: één
iemand spreekt, terwijl de andere niet luistert of antwoordt wat er
van hem verwacht wordt. Zelfs de personages zijn niet altijd
geïnteresseerd in elkaar, waarom zouden wij er dan in
geïnteresseerd zijn?

Resnais houdt ervan om voor elk personage een uitgebreide
biografie uit te denken en hij voert urenlange gesprekken met zijn
acteurs over hun personages. Bij ‘Coeurs’ wil dit zeggen dat de
acteurs dus meer over de personages weten dan de kijker, waardoor
het allemaal een beetje giswerk is. De personages worden niet
gekaderd, hun motieven blijven duister en ik voelde niet het
initiatief opkomen om dat zelf allemaal aan te vullen. Vooral bij
Charlotte is dit storend: Sabine Azéma zet een geweldige
performance neer, maar wat is er godsnaam mis met die vrouw? Wat
Charlotte zegt, vloekt zo hard met wat ze doet dat we haar
uiteindelijk gewoon opgeven. Ze strooit gul met levenswijsheden uit
de Bijbel, maar past ze zelf niet toe en zendt tegenstrijdige
signalen uit. Isabelle Carré als Gaëlle is dan weer een volledige
miscast. Ze is veel te jong om Thierry’s zus te zijn, (ze zou zijn
dochter of kleindochter kunnen zijn) en het is ook niet
geloofwaardig dat zo’n schoonheid niet op een normale manier aan
een lief geraakt en moet daten om dan uiteindelijk gek te staan van
een loser als Dan (nu ja, soms heb je gewoon pech natuurlijk).

Sommige dialogen en situaties werken wel, maar als geheel is
‘Coeurs’ niet zo zinvol. De film is vermoeiend, de personages zijn
gewenteld in een zwaarmoedige tristesse-tortilla en ze zijn nergens
toegankelijk of beklijvend. Je kan het vergelijken met een treinrit
waarbij je ongewild flarden van een intiem gesprek opvangt. Iemand
staat ongegeneerd door de telefoon klinkende ruzie te maken met
zijn geliefde of een ander begint heimelijk te fluisteren over
iemand van twee banken verderop. Afluisteren is soms fantastisch:
je piept eventjes binnen in het leven van een onbekende en het
geeft niet dat je de volledige context niet begrijpt, die fantaseer
je er wel bij. Maar soms is er ook gewoon niets aan en als je een
wens kon doen, dan wou je dat je je oorverwarmers ophad of dat je
je i-pod niet was vergeten…

De onbevooroordeelde korte titel ‘Coeurs’ vraagt om een
bijpassend adjectief dat de kijker zelf mag invullen. Mijn
suggesties? Coeurs faibles, froids, maar vooral
superflus. Next!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 3 =