Das weisse Band




Regie en scenario : Michael Haneke

Woorden schieten te kort om de lofbetuigingen te omschrijven die
Michael Haneke’s jongste worp, ‘Das weisse Band’, te beurt vielen.
Het woord “meesterwerk” werd van stal gehaald, critici hadden het
over een film die een “trance uitlokt die nog enkele dagen
voortduurt” en zelfs over een prent die “je confronteert met
jezelf”. In Cannes ging Haneke met de Gouden Palm lopen en het
lijkt slechts een kwestie van tijd voordat andere prijzen volgen.
En dan ga je dus naar die film kijken, met toch wel wat
verwachtingen, en eerlijk, lieve mensen… de trance bleef uit, en
ik had ook niet het gevoel dat ik in een duistere spiegel had
gekeken om daar de zwarte kanten van mijn eigen menselijke ziel te
ontdekken. Wat ik wel zag, was een bewonderenswaardige,
intelligente, goed gemaakte, maar emotioneel ijs- en ijskoude
verhandeling over hoe corrupte mannelijke leidersfiguren invloed
uitoefenen op hun omgeving, en bovenal op hun kinderen. Een
achtenswaardige film, allicht gemaakt om cinefielen en
filosofiestudenten die zichzelf net iets te serieus nemen urenlang
aan het discussiëren te krijgen. Laat ik het zo zeggen: ik heb ooit
iemand ontmoet die voor een gezellig filmavondje met wat vrienden
de film ‘Stalker’ had geprogrammeerd, een bijna drie uur durend,
aartsmoeilijk filosofisch Russisch drama van Andrei Tarkovsky. “Ze
konden het niet zo waarderen,” zei hij ietwat beteuterd, alsof hij
dat hoegenaamd niet had zien aankomen. Ik vermoed dat die persoon
nu ‘Das weisse Band’ ronduit geniaal vindt.

Het verhaal speelt zich af in een boerendorp ergens in het
noorden van Duitsland, anno 1913. Een conservatieve, patriarchale
samenleving waarvan de leiding in handen is van slechts enkele
mannen: de baron (Ulrich Tukur), de dominee (Burghart Klaussner),
de dokter (Rainer Block) enzovoort. Geen van die kerels loopt het
gevaar binnenkort populariteitswedstrijden te winnen. Ze leiden hun
gezinnen en de samenleving met ijzeren hand. De baron is in
economisch opzicht heer en meester over het dorp: de meeste
inwoners werken voor hem in wat een feodaal systeem lijkt. De
dominee domineert de gemeenschap dan weer op moreel vlak, wat
vooral tot uiting komt in de relatie met zijn kinderen. Hij is een
wrede vader, die zijn oudste zoon met vastgebonden handen laat
slapen om te vermijden dat hij zou masturberen en andere misstappen
met een stevig pak slaag bestraft. De dokter heeft dan weer een
mentaal gehandicapt kind verwekt bij zijn assistente en vroedvrouw
(Susanne Lothar), en gedraagt zich tegen hen allebei even
autoritair. In wat misschien wel de grofste scène in de film is,
vertelt hij de vroedvrouw dat hij haar niet meer wil zien: “Ik heb
al geprobeerd om aan andere vrouwen te denken als we vrijen, maar
zelfs dat helpt niet meer. Ik walg van je. Waarom sterf je niet
gewoon?” Wat overigens een samenvatting is – in de film maakt hij
er een lange monoloog van hatelijkheid van.

Dan beginnen er echter vreemde dingen te gebeuren in het dorp.
Het paard van de dokter struikelt over een haast onzichtbare draad,
wat de arts zwaar gewond achterlaat. Een schuur vliegt in brand.
Eén van de kinderen van de baron verdwijnt enkele uren lang, om
daarna gewond terug te keren. En ook het gehandicapte kind moet er
aan geloven. De lokale schoolmeester (Christian Friedel) begint te
vermoeden dat de kinderen van het dorp er voor iets
tussenzitten.

Vormelijk gaat Michael Haneke alweer even streng en sober te
werk als altijd. We krijgen geen muziek, behalve wanneer één van de
personages het zelf speelt, een klinisch aandoende cameravoering,
met weinig beweging en veel afstandelijke wide shots, geen greintje
humor, en een lijzig tempo. En om er toch maar helemaal zeker van
te zijn dat de ernst van de film tot iedereen zou doordringen,
filmt Haneke ditmaal ook in zwart-wit. Niet voor de eerste keer
lijkt de regisseur hier in de eerste plaats een intellectueel
discours op poten te willen zetten, waarin voor emoties eigenlijk
geen plaats is. En dus gebruikt hij een extreem formele filmstijl,
die de aandacht resoluut vestigt op de ideeën, de inhoud, in plaats
van de gevoelens.

Zelfs scènes die strikt genomen emotioneel hadden moéten zijn,
blijven kil en afstandelijk aanvoelen. De schoolmeester beleeft een
romance met een kindermeisje, maar zelfs hun liefdesverklaringen
worden koeltjes geobserveerd, alsof Haneke wilt zeggen: “Kijk eens,
is de mogelijkheid tot ontluikende liefde in deze repressieve,
conservatieve sociale omgeving niet errug interessant?” De
regisseur wil geen twee mensen tonen die verliefd zijn, hij wil hen
en hun gevoelens analyseren. Hetzelfde gaat op wanneer de dominee
zijn kinderen een wit lint om hun arm bindt – een symbool voor hun
onschuld en zuiverheid, dat ze moeten dragen als herinnering aan
het gedrag dat van hen verwacht wordt. We zien hier extreme mentale
wreedheid van een ouder tegenover zijn huilende kinderen. Maar ik
geloof niet dat we echt veronderstel worden daar ook iets bij te
voelen. We dienen na te denken over wat het betekent, meer
niet.

‘Das weisse Band’ is typisch een film die je achteraf op dvd op
je laptop bekijkt, zodat je ondertussen gemakkelijk nota’s kunt
nemen. Het is een metaforische, maar niettemin academisch aandoende
verhandelingsfilm. Een verhandeling waarover? Zoals Haneke het zelf
uitdrukt: “de wortels van het kwaad”. De film toont een generatie
kinderen die door de volwassenen hardhandig binnen een bepaald
gedragspatroon worden gedwongen, wat gaandeweg een verschrikkelijke
woede uitlokt – het soort woede dat kinderen vatbaar maakt voor
fascistisch gedachtegoed. De Wereldoorlogen zijn dan, veronderstel
ik, uitbarstingen van die opgekropte woede op globaal niveau.

Boeiende ideeën? Ja hoor, en er valt (zeker op het vormelijk
vlak) ook heel wat te bewonderen aan ‘Das weisse Band’: de
beeldvoering is dan wel ijzig koud, maar Haneke’s mise-en-scène is
kraakhelder. Zoals steeds heeft de regisseur een film gemaakt met
een immens hoog IQ – want vergis je niet, die filosofiestudenten
zullen hiermee aan de slag kunnen gaan! – en hij wordt ook gesteund
door een sterke cast. Vooral de kinderen zijn indrukwekkend, met
ingehouden vertolkingen die nergens de typische acteerschooltrucjes
verraden die je vaak bij jonge acteurs ziet. Dat zit dus allemaal
wel goed, maar het staat ten dienste van een ijspegel van een film
– een prent die niet zozeer vertelt, als wel doceert.

Het is moeilijk om een lijn te trekken in je waardering van dit
soort ideeën-cinema. Films als Kubricks ‘2001’ en onlangs nog Lars
Von Triers ‘Antichrist’ bestaan ook grotendeels omwille van hun
intellectuele inhoud, veel meer dan hun personages of emoties, en
daar was ik wél mee. In het geval van Haneke daarentegen, krijg ik
het gevoel dat ik in handen ben van een koele professor die twee
uur lang zijn personages bestudeert als muizen in een doolhof, die
meestal de uitweg niet vinden. Waarna hij zijn handen opwerpt en,
zonder er zich al te veel van te trekken, zegt: “Tja… ‘t is
verloren.” In interviews mag Haneke nog duizendmaal zeggen dat hij
compassie heeft met zijn personages, in de film zelf voel ik daar
absoluut niets van.

Ik wil ‘Das weisse Band’ geen slechte film noemen, want daarvoor
is hij veel te knap gemaakt, maar mijn bewondering ervoor blijft
evenzeer steken op het droge, theoretische niveau als de prent
zelf. Ik vond het een goeie film zoals ik waarschijnlijk een thesis
van een student sociologie goed zou kunnen vinden: je erkent dat
het allemaal prima gedaan is, maar dat wilt nog niet zeggen dat je
het met plezier hebt gelezen, of dat je het ooit nog een tweede
keer zou willen ondergaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven − 1 =