Florence + The Machine :: 7 oktober 2009, Botanique

Florence Welch is geen hype. Ze heeft met Lungs misschien wel het indrukwekkendste debuut van dit jaar uit, is met lengtes voorsprong een van de meest belofte- en talentvolle van de laatste lichtingen pop- en rockmeisjes en ze was zonder meer de revelatie op Pukkelpop dit jaar. In de Botanique deed ze meer dan dat alles zo maar eventjes bevestigen.

Op Pukkelpop was Welch een wervelstorm die de hele Club omver blies, en waar we eerlijk gezegd een uur of zelfs een dag later nog niet van bekomen waren. En de mond-tot-mondreclame nadien deed zijn werk: in geen tijd was dit concert uitverkocht. Ondertussen zijn we twee maanden verder en de eerste verrassing bij het publiek én bij haar is eraf. Op Pukkelpop was Lungs amper een week uit, en weinigen in de bomvolle Club wisten wat ze echt konden verwachten. Ook Welch zelf was toen nog in volle verbazing dat er niet alleen in haar thuisland iets serieus rond haar naam aan het broeien was.

En dat beseft ze nu maar al te goed, dat blijkt althans uit de openingsminuten. In tegenstelling tot de Sturm und Drang van Pukkelpop begint Welch al bij al gezapig met “Bird Song” en “My Boy Builds Coffins”, waarbij ze het publiek in kijkt met een blik van iemand die podia gewoon is waar de front stage alleen al groter is dan de Orangerie. Van de harp, een instrument dat men op Pukkelpop nog nooit van dichtbij had gezien, kijken we ondertussen toch al iets minder op, net als van de talloze bloemstukken. Sfeervol blijft het alleszins, Welch (zwart doorschijnend gewaad, blootsvoets met zwartgelakte teennagels, drinkend uit een kelk) slaagt erin het universum van haar plaat perfect naar het podium te vertalen. Geen geringe prestatie.

Van enige interactie is er in de openingsminuten geen sprake. Wanneer “Kiss With A Fist” ook nog geen gensters slaat en bijlange niet zo uitzinnig klinkt als enkele maanden geleden, duikt zelfs even de vrees op dat de klad er al in is gaan zitten. Niets is minder waar. Welch verrast immers al snel met een akoestisch tussendoortje (“Hurricane” en “I’m Not Calling You A Liar”), waarin ze alleen begeleid wordt door harp en akoestische gitaar. En krijgt zo de zaal muisstil. Als Welch haar mond open trekt, luister je. Ze heeft een onwaarschijnlijk krachtige stem die je doet bevriezen zoals alleen de parafix van Napoleon dat tot nu toe kon. Akoestisch bewijst Welch bovendien dat haar ijzersterke songs alle toeters, bellen, percussie en koorgezangen niet nodig hebben (en dat ze zo allesbehalve een one trick pony is). Melodie en stem volstaan om een zaal te verdwazen.

Toch blijkt dat alles een prelude te zijn wanneer “Between Two Lungs” de set definitief op gang trapt, waarbij de rillingen alweer een triatlon op je rug afwerken. Het is het begin van weer een zinderend half uur waarin Welch onomwonden imponeert — onder andere met een verbijsterende inleving, wars van irritante poses, en met een (vaak sensuele) podiumprésence die op dit moment in weinigen haar gelijke kent. Als Welch beweegt, kijk je. Daarbovenop doet haar band de beste songs (“Howl”, “Dog Days Are Over, “Cosmic Love”) live ontbolsteren zonder dat ze één seconde met de song aan de haal gaan, of omgekeerd.

Zo had de daverende percussie van nieuwe single “Drumming Song” Richter met zijn schaal indertijd huilend als een kleuter doen afdruipen. En zelfs dat is nog klein bier vergeleken met de orkaankracht van “Blinding” (we zouden het bijna postrock gaan noemen), dat het stormweer dat Brussel ondertussen blank zet degradeert tot een lekkende badkraan. Welch zet het op een krijsen meters naast haar microfoon en drijft met wegdraaiende ogen haar laatste demonen uit. Aanstellerij? In de verste verte niet. Je kunt er alleen maar met opengesperde mond naar kijken, en dat deden we ook. Tot Welch een verlegen “thank you” de zaal in glimlacht en zo de Orangerie opgelucht en lachend doet ontladen. Klasse.

De doorsnee debutant van vandaag moet een arm over hebben voor alleen al Welch’ stem, alleen al haar uitstraling of voor haar fantastische songs. Welch heeft ze alle drie en weet alles vooralsnog perfect te doseren (al is de grens soms flinterdun) in een eigen universum waarin extase en intimiteit de noord- en zuidpool zijn. Wie erbij was op Pukkelpop of in de Botanique, zal er als de bliksem bij zijn als ze over een jaar of twee de AB in een zucht uitverkoopt. U beter ook. Als Welch op haar tweede plaat bevestigt zoals ze dat live nu al doet, is ze het komende decennium immers incontournable.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 9 =