PUKKELPOP 2009 :: Arctic Monkeys, Main Stage, zaterdag 22 augustus

Weg zijn de jonkies, weg is de hype. Op Humbug trekt producer Josh Homme de band met brio het wasdom in. Maar brio is net datgene wat hun set als headliner dat ietsje ontbeert.

Humbug is een stijlbreuk met de eerste twee platen die van de Arctic Monkeys op geen tijd een van de belangrijkste Britse bands van het decennium maakten. Het is een uitstekende, zelfs sensuele plaat die ze wel moesten maken om een toekomst die naam waardig te hebben. Amper 48 uur uit wanneer ze het podium op kruipen als headliner, en natuurlijk moet die voorgesteld worden. Alleen is een festival daar niet de uitgelezen plek voor, een gezegde dat al op een tinnen bord op uw schouw had kunnen staan. Het gevolg is een qua keuze best wel wisselvallige (geen “The Sun Goes Down” bijvoorbeeld terwijl zowat de volledige nieuwe plaat wel werd gespeeld), koele maar zonder uitzondering ontzettend straf gespeelde set.

Die wordt dan ook enkel tot één geheel gesmeed door bassist Nick O’Malley en vooral Matt Helders die nog maar eens toont wat een geweldige drummer hij is. De band verrast door als tweede nummer een met benzine in de fik gestoken, onherkenbare versie van Nick Caves “Red Right Hand” te spelen, en ze komen er nog mee weg ook. Toch geen toevallige keuze: net als Cave wil Alex Turner vooral verhalen vertellen.

Kunnen de nieuwe songs, behalve de fantastische single “Crying Lightning”, op nog niet al te veel bijval rekenen, dan heeft de band ze toch al goed in de vingers. Vooral “Potion Approach” knipoogt geil naar de Queens Of The Stone Age (die samenzang, die tempowisselingen, dat gitaartje!) en overtuigt net als “Pretty Visitors” in een oogopslag.

Maar door dat nieuwe werk tussen het fellere, bekende werk te strooien, komt er nooit echt vaart in de set: “I Bet You Look Good On The Dance Floor” en “Brianstorm” zorgen vijf minuten lang voor vuurwerk zoals het een headliner betaamt, maar in plaats van er meteen “The View From The Afternoon” tegenaan te gooien, krijgt het publiek eerst nog een weliswaar sexy, maar voor velen nog onwennig “Dangerous Animals” voorgeschoteld. Zo komen band en publiek nooit echt onder stoom. Turner zelf lijkt dat niet erg te vinden: een even begeesterende frontman als geniale songschrijver is hij vooralsnog niet. Afsluiten doet de band wel volgens de regels van de kunst met “Fluorescent Adolescent” en een altijd sterk “505”.

Arctic Monkeys is een uitstekende liveband en heeft met drie albums al een parcours afgelegd waar vele generatiegenoten het nakijken naar hebben. Een bom als Faith No More was het geenszins, maar een headliner met de blik vooruit alleszins. Alleen al daardoor was die plek op Pukkelpop dit jaar niet gestolen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 18 =