Sunset Rubdown :: Dragonslayer

Spencer Krug is een nostalgicus. Wie er de stadse, gejaagde teksten van zijn band Wolf Parade op naslaat, zou het niet meteen verwachten, maar op Dragonslayer, zijn derde album met zijproject Sunset Rubdown, valt er niet naast te luisteren.

Dragonslayer: het lijkt de titel van een erg foute metalplaat, maar het is wel degelijk het nieuwe album van Sunset Rubdown, de door de indiewereld doodgeknuffelde band (drie keer “Best New Music” op Pitchfork, je moet het verdienen) met een voorliefde voor langgerekte titels, genre “Shut Up I Am Dreaming Of Places Where Lovers Have Wings”. Dat Dragonslayer ongeveer tien keer korter is, blijkt veelzeggend: Krug zette eveneens grondig de schaar in de lengte en gecompliceerdheid van (sommige van) zijn nummers, en opteert geregeld voor veel meer toegankelijke songstructuren en geluiden.

Opener “Silver Moons” mag dat meteen duidelijk maken: wanneer na wat initiële ruis de piano invalt, moeten we zowaar even aan The Beatles denken, zozeer lijkt dit een ballad met “Let It Be”-allures — al was dat vermoedelijk niet helemaal de bedoeling. Al gauw is daar echter de typische overslaande stem van Krug, op deze plaat nog meer dan anders geruggensteund door Camilla Wynne Ingr., zangeres, percussioniste en Jane-of-all-trades. Wat volgt, is een melancholische vertelling over lang vervlogen tijden van kampvuren, conga’s en balletten. Neen, wij weten ook niet precies wat dat allemaal met elkaar te maken heeft, Krug is dan ook een fanatiek aanhanger van de raadselachtigheid.

Ook “Apollo And The Buffalo And Anna Anna Anna Oh!” — het idee van de kortere titels meteen onderuit gehaald — is een en al nostalgie en mysterie (en, alweer, kampvuren): Krug heeft het onder meer over God, Apollo en Cassandra en de Anna uit de titel verwijst vermoedelijk naar Anna O., de vrouw die als hysterische patiënte het begin van de psychoanalyse betekende. Maar vergeet dat, het doet er niet toe: “Apollo” is een verschrikkelijk meeslepend nummer, met een ontroerend refrein dat geen gezochte referenties nodig heeft. “My god I miss the way we used to be/Here’s a photograph for you to hold/It’s my picture right before I got old”, moeilijker moet dat soms niet zijn.

”You Go On Ahead (Trumpet Trumpet II)” en vooral “Paper Lace” (dat eerder dit jaar ook al op Enemy Mine van Spencer Krugs andere zijproject Swan Lake stond) zijn haast simpele popsongs vergeleken bij “Dragon’s Lair”, het ultieme, tien minuten durende slotstuk van deze plaat. Sunset Rubdown creëert opnieuw een mythische wereld waarin zowel Rapunzel als Samson en Delilah opduiken, maar het is ook hier de grootse instrumentatie die het nummer naar een hoger niveau drijft. Keyboards zwellen aan, drums roffelen en gitaren janken, terwijl Krugs vocalen het hele spectrum van koel en bijna zakelijk tot volledig buiten zinnen bestrijken. Meesterlijke afsluiter, die ondanks zijn lengte herhaaldelijk naar de repeatknop doet tasten.

En hoewel “Black Swan” met “slechts” een kleine zeven minuten maar half zo lang had moeten zijn om dubbel zo goed te klinken, en de ondoordringbare teksten van Krug het soms nodeloos moeilijk maken, mag het ondertussen geen twijfel meer lijden: Sunset Rubdown in achteruitkijkmodus levert een indrukwekkende plaat op. ”I believe in growing old with grace”, klinkt het in “Silver Moons”, en ook al is Krug amper dertig, muzikaal zit dat nu al goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 4 =