Brick Lane




Sinds op elf september 2001 vier Amerikaanse vliegtuigen en een
handvol Midden-Oosterse extremisten van de wereld een plek maakten
die vervuld was van zoveel angst en walging dat zelfs Hunter S.
Thompson er geen blijf meer mee wist, hebben we een hele resem
films gekregen over de westerse ervaring van die gebeurtenissen en
de nasleep er van. We kregen een rist politieke drama’s en
documentaires, vrijwel allemaal goed bedoeld, sommige ervan erg
sterk (‘United 93’, ‘Syriana’), andere wat minder (‘In the Valley
of Elah’), die elk op hun eigen manier probeerden na te gaan hoe
“wij”, de westerlingen, omgingen met de bizarre wending die de
geschiedenis had genomen. Het moslimstandpunt bleef daarbij
grotendeels onvertegenwoordigd – de enige poging die ik me zo
meteen voor de geest kan halen, is ‘The Kite Runner’, en laat dat
nu niet meteen de meest geslaagde film van de voorbije acht jaar
zijn. Hoewel de aanslagen op de Twin Towers maar zijdelings deel
uitmaken van ‘Brick Lane’, een nieuwe film van regisseur Sarah
Gavron, heeft de prent in ieder geval dit voordeel al mee: het is
op z’n minst een eerlijke poging om een verhaal te vertellen vanuit
het standpunt van moslims, zonder te vervallen in paternalisme.
Misschien daarom dat de film, die al in 2007 werd gemaakt, twee
jaar nodig had om onze zalen te bereiken – nuja, “zalen”… Op het
moment van schrijven speelt hij in welgeteld twee Belgische
cinema’s, waar hij niet meteen opgemerkt dreigt te worden tussen
‘Harry Potter’, ‘Brüno’ en ‘Ice Age’.

Het verhaal draait rond Nazneen (Tannishta Chatterjee), een
jonge vrouw uit Bangladesh die door haar vader wordt uitgehuwelijkt
aan Chanu (Satish Kaushik), een man die ongeveer twintig jaar ouder
is dan zij en in Londen woont. Dik tegen haar zin laat Nazneen haar
zus Hasina achter om haar intrek te nemen in een deprimerende flat
op Brick Lane. Zestien jaar later woont ze er nog steeds –
ondertussen heeft ze twee dochters en is ze gesetteld in een leven
van wat een slimme Amerikaan ooit “quiet desperation”
noemde. Haar man wordt niet uitgespeeld als slechterik: over het
algemeen bedoelt hij het goed. Hij probeert carrière te maken, geld
te verdienen voor zijn gezin en maakt zichzelf graag wijs dat het
daarbij zal helpen om te kunnen citeren uit Thackeray of Hume. Dat
is natuurlijk niet zo, en nadat Chanu zijn job verliest, probeert
Nazneen haar steentje bij te dragen door van huis uit te werken als
naaister. Om de zoveel tijd wordt er een verse lading af te zomen
jeansbroeken aangeleverd door Karim (Christopher Simpson), een
knappe jonge Pakistani, met wie ze na een tijdje een affaire
begint.

Wat heeft dat alles met 9/11 te maken? Aan de oppervlakte niet
zo gek veel. ‘Brick Lane’ raakt heel wat thema’s aan: we krijgen
natuurlijk het aloude twistpunt over de moraliteit van
gearrangeerde huwelijken en ook de clash tussen de oosterse en
westerse cultuur komt vanzelfsprekend aan bod (vooral via de
dochters van Nazneen en Chanu, die min of meer vastzitten tussen de
wereld van hun ouders en degene die ze zien als ze hun deur
uitstappen – ze rebelleren dan ook sterk tegen hun ouwelui). Maar
gaandeweg zien we ook hoe de familie en Karim af en toe het
slachtoffer zijn van racisme – Karim heeft op een bepaald moment
een flyer in handen van een organisatie die beweert dat “Engeland
langzaam gewurgd wordt door moslimextremisten”. Na elf september
zien we dat conflict met reuzensprongen verergeren, met rellen in
de straten en steeds meer agitatie onder de moslims.

De film maakt geen algemene statements over al die thema’s, maar
ze spelen wel allemaal mee op de achtergrond van wat uiteindelijk
een erg individueel, introspectief drama is. ‘Brick Lane’ gaat niet
over racisme, discriminatie van vrouwen in de moslimsamenleving of
9/11 als dusdanig, maar al die dingen hebben wel een duidelijk
effect op de personages. Ze spelen een rol in hun leven zoals ze
dat in werkelijkheid ongetwijfeld ook zouden doen, en in dat
opzicht zijn ze zeker belangrijk. Je kunt de film dan verwijten dat
hij thematisch focus mist – en gedeeltelijk zou je daar gelijk in
hebben – maar het verhindert ook dat de prent prekerig wordt. De
enige scène waarin er openlijk en letterlijk wordt verwezen naar de
impact van 9/11 op de personages, is er één waarin Chanu op een
steeds extremistischer klinkende bijeenkomst van de
moslimgemeenschap, zijn eigen visie op de islam meedeelt – niet
toevallig is het ook een scène die niet werkt, omdat ze veel te
duidelijk de agenda van de filmmakers nastreeft. Op dat moment
hoorde ik niet dat personage spreken, maar de schrijver.

Een groter probleem, wat mij betreft, was het feit dat de film
ten alle tijden meedogenloos mooi en afgeborsteld blijft, zelf
tijdens de meest dramatische scènes. Een kleurrijke fotografie,
lyrische cameravoering, mijmerende voice-over (“We must not run
from our fate!”)
en regelmatig een stevige slow motion typeren
de film van begin tot einde. Ongeacht hoe tragisch de plot soms
wordt, alles moet blijkbaar voldoen aan het één of ander esthetisch
ideaal, alsof de film meedoet aan een missverkiezing. Die stijl
ondergraaft regelmatig de emoties van de film – het had allemaal
best wat ruwer en minder gepolijst gemogen.

Bovendien is het persoonlijke drama van Nazneen dan wel boeiend
genoeg om in ieder geval de aandacht van het publiek vast te
houden, maar met al dat nog niet bepaald origineel. Om het
voorbijgaan van de jaren en de link van Nazneen met Bangladesh in
leven te houden, gebruiken de makers de brieven die Nazneen en haar
zus naar elkaar schrijven – een verhaaltechnisch trucje dat gepikt
werd van ‘The Color Purple’. Ook de relaties tussen de personages
zijn niet altijd even geloofwaardig. De dynamiek tussen de
familieleden is oké – wanneer Chanu ruzie heeft met zijn puberende
oudste dochter en Nazneen tussenbeide moet komen, dan komt dat
overtuigend over. Ook een scène aan het einde van de film, waarin
Chanu eindelijk zijn defensies laat zakken en zichzelf onthult als
de wanhopige, moegestreden man die hij echt is, is knap gedaan.
Maar de aantrekkingskracht tussen Nazneen en Karim, die nochtans
doorslaggevend is voor de film, kon ik niet geloven. Ze lijkt
vooral gebaseerd op Nazneens frustratie: ‘t is niet zozeer dat die
specifieke man zo geweldig is, maar wel dat haar huidige leven zo
onbevredigend is. Karim was gewoon de eerste knappe Pakistaan die
toevallig met 50 jeansbroeken op zijn rug de flat kwam
binnengelopen, lijkt het wel. En dat is niet genoeg motivatie om de
rest van de plot te verantwoorden.

Er wordt door de hele cast sterk geacteerd (vooral Tannishta
Chatterjee is indrukwekkend en draagt de hele prent moeiteloos), en
goede bedoelingen zijn er duidelijk in overvloed, maar helaas
blijft ‘Brick Lane’ een beetje steken in die nobele intenties. Er
zitten interessante elementen en sterke scènes in de film, maar die
zijn uiteindelijk niet genoeg om echt te stollen tot een pakkend
geheel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 9 =