Nathan Fake :: Hard Islands

Drie lange jaren waren het voor de fans van Nathan Fake. Van bij het verschijnen van de debuutplaat Drowning In A Sea Of Love werd immers al reikhalzend uitgekeken naar een opvolger. Die eersteling liet je namelijk verweesd achter, in het ongewisse, als een film die halverwege stopt. Hard Islands biedt zich aan als een beknopte sequel: zes tracks, die netjes afklokken na drieëndertig minuten.

Op Drowning In A Sea Of Love presenteerde Nathan Fake zich als een bedeesde bastaardzoon van My Bloody Valentine en Boards Of Canada. Het was de combinatie van zijn klamme, kopschuwe elektronica en zijn scheurende soundscapes die van hem een unieke artiest maakte en die hem tegelijk een eigen plek opleverde in de voorhoede van de hedendaagse elektronische muziek, naast pakweg Burial en Four Tet. Toch bleef je als luisteraar met heel wat vragen achter. De vrij hermetische plaat gaf namelijk geen inkijk in de ziel van Nathan Fake. Ze onthulde niet wie er werkelijk onder die enorme bos krullen schuilging. En wat was het ultieme doel van de muziek: slaan of zalven?

Ook op Hard Islands onthult de Brit niet veel meer over zichzelf. Een duidelijk verschil met Drowning In A Sea Of Love is wel dat Nathan Fake ontwaakt is uit het dromerige karakter van zijn muziek. De invloed van de soezerige shoegaze-stroming wordt fel teruggeschroefd. Dat is geen slechte evolutie, er zijn recentelijk al genoeg bands die teren op het nalatenschap van dat genre, denk maar aan The Pains Of Being Pure At Heart, Big Pink of The Horrors. Goed nieuws is dat Fakes nieuwe werkelijkheid minstens even beklijvend en innemend is. Want in de plaats van poëtische modulaties worden verrukkelijk versierde vierkwartsbeats voorgeschoteld. Jazeker, er mag al eens gedanst worden.

Zo trapt de plaat af met de digitale funk van "The Turtle". Verknipte ritmepatronen worden geleid door een bijtende beat, waaronder melodische synthmotiefjes opduiken. Telkens wanneer het iets te intiem dreigt te worden, houdt de bitse beat je opnieuw bij de les. Ook "Castle Rising" behoort met zijn minimale technoklanken tot het dansbaarste wat Fake al uitbracht. De vele clicks & bleeps en het spelen met de baslijn doen aan leenheer James Holden denken. Toch blijft ook in deze dansbare nummers het experiment zegevieren, luister maar naar "Basic Mountain", waarin de synthesizermelodie vals en uit de toon lijkt uit te sterven, om even later van onder de track weer op te duiken.

Ook de Boards Of Canada-referenties zitten ditmaal dieper in de nummers verscholen. Akkoord, het korte tussenwerpsel "The Curlew" (1:17) lijkt zo weggelopen uit Music Has The Right To Children, het magnum opus van Boards Of Canada. Maar in het Elysische "Narrier" bijvoorbeeld, laat Fake de bevreemdende, ijle synthklanken rond een onverstoord beukende beat zwermen. Het is een hoogtepunt, dat vooral onder de koptelefoon zijn kracht prijsgeeft. En net als je denkt vat te hebben op Hard Islands,, sluit het solide, gesloten "Fentiger" de plaat al na een dik half uur af. En dan is repeat de enige manier om meer te ontdekken.

Nathan Fake heeft het hem weer gelapt. Door de korte duur van de plaat en de volgepakte maar o zo gesloten nummers laat ook zijn tweede langspeler je op het einde van de rit met meer vragen dan antwoorden achter. Het zou ons niet verbazen mocht de jonge Brit op lange termijn de status van iemans als Aphex Twin opbouwen, nog zo een artiest die met zijn ondoorgrondelijke, maar beklijvende beatmanipulaties steeds de honger naar meer aanscherpt. Hard Islands is naar Nathan Fakes normen een vrij dansbare, bij momenten venijnige, maar steeds even verslavende plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =