Sonic City :: 22 november 2014, De Kreun

Waarom Sonic City op enkele jaren tijd uitgegroeid is tot ons favoriete festival? Het is kleinschalig en alle concerten vinden plaats in een zaal met een nagenoeg perfecte klank. Je hoeft dus niet in de modder te ploeteren, noch de hitte te trotseren. Maar de hoofdreden blijft toch de steeds even aantrekkelijke als avontuurlijke affiche, die jaar na jaar samengesteld wordt door een andere artiest.

James Holden, die vorig jaar al kwam spelen op uitnodiging van Geoff Barrow, mocht dit jaar de programmatie op zich nemen. “Ik beken: ik heb bij het samenstellen van de affiche voornamelijk aan mezelf gedacht”, zo liet Holden eerder deze week optekenen in Focus Knack. Wij blij, want als we iemand van een exquise smaak verdenken, is het wel deze Britse producer die ook eigenaar is van Border Community. Het is op dat label dat Luke Abbott zijn platen uitbrengt. Helaas vindt uitgerekend vandaag de autorally De 6 uren van Kortrijk plaats, waardoor de halve stad is afgezet en haast alle parkeerplaatsen in de buurt van De Kreun zijn ingenomen. Wij komen zo wat later toe dan voorzien en pikken pas in aan het einde van Abbotts set. De speelse synthgolven uit zijn modulair toestel passen wel bij het vroege (middag)uur, en wakkeren de honger naar meer aan.

Een vegetarische chiliburger later, staat Torn Hawk al klaar om eraan te beginnen. De Amerikaan zijn weemoedige DIY-elektronica wordt gekenmerkt door een jaren tachtig esthetica, die doorgetrokken wordt in de gefilterde beelden die geprojecteerd worden. Hawk zorgt voor galmende geluidseffecten, schimmige synths en warme samples. Ritmes komen en gaan en zorgen voor een vreemd gevoel van welbehagen. Dit is zeker geen donkere muziek, denk eerder aan een makkelijk verteerbare variant van Oneohtrix Point Never. De samples worden al eens slordig in de mix geworpen, maar dat draagt net bij tot het ongekunstelde karakter van de performance. Tijdens het laatste nummer laat Hawk de Eddie Van Halen in zichzelf los en leeft hij zich volledig uit op elektrische gitaar. Een ontdekking, deze producer uit Brooklyn.

De broers Tom (drums) en Ben (keyboards) Page vormen samen Rocketnumbernine en treden later op de avond aan als begeleidingsband van Neneh Cherry. Helaas slagen de twee er zonder frontvrouw niet in om veel spanning te creëren. Hun optreden is te vrijblijvend, er zit weinig structuur in. Weinig opbouw ook: zo laat Tom zijn drums in het begin maar wat roffelen over de synths van zijn broer. Na een minuut of tien schakelt de drummer dan toch over op een pulserend ritme waarover Ben zijn synths gestaag opbouwt, maar al snel neemt de intensiteit weer af. Sorry chaps, maar dit is te kleurloos en mist variatie.

Een gebrek aan variatie is het laatste dat je Vessel (né Seb Gainsborough) kan verwijten. Voor zijn laatste plaat Punish, Honey besloot de Brit zijn eigen instrumenten in elkaar te steken met onderdelen van fietsen en metaalplaten. Jammer genoeg bleken ze niet geschikt om mee te nemen op tour, maar ook zonder slaagt Gainsborough erin te imponeren vanaf de eerste toon. Bloedrode noise loopt over de basdreunen heen. Ritmische ruisbarrières schuiven gestaag voorbij en tribale percussie wordt gesloopt door industriële, zwartgeblakerde soundscapes. Het optreden doet denken aan dat van The Haxan Cloak vorig jaar op Sonic City, niet per toeval een labelgenoot van Vessel. Midden in zijn set jaagt Vessel het tempo de hoogte in, richting herrieschoppende jungle. Het publiek gaat tekeer als opgejaagd wild in het duister, met de loeiende synths van “Red Sex” en “DPM” als enige herkenningspunten. Pas wanneer de zaallichten aanschieten, komt er weer wat ademruimte. Vessel is een baas.

Het optreden van Silver Apples wordt op de laatste knip verzet naar morgen, waardoor Luke Abbott nog een tweede, korte set mag spelen. Dit laat Abbott toe verder te experimenteren met zijn modulaire synthesizer. Al zit het publiek vooral te wachten op Neneh Cherry, die volgens James Holden tachtig procent van het charisma op de affiche voor haar rekening neemt. En geef Holden maar eens ongelijk. De Zweedse zangeres staat zelfverzekerd op het podium, gaat (vocaal) wild tekeer en injecteert Sonic City een ziel. Cherry brengt Blank Project, de plaat die ze eerder dit jaar uitbracht samen met Rocketnumbernine, haast integraal. Dreigende bassen en slepende drums leiden “Spit Three Times” in: een broeierige triphopsfeer ontstaat en Cherry smacht “You’re the fever, baby”.

Voor Neneh Cherry en de broers Page van Rocketnumbernine is dit het laatste optreden van een intensieve tour, die hen eerder dit jaar al naar de ABClub en Pukkelpop bracht. Maar van vermoeidheid valt niks te merken bij de inmiddels vijftig jaar (!) oude zangeres. Ze debiteert naar hartenlust versjes die ze van haar grootmoeder leerde en al freestylend bezweert ze de militante beats van “Cynical”. “Bullshit” wordt fijntjes opgedragen aan de rallywagens die buiten toertjes rijden, en afsluiten doet Cherry met een hertimmerde krautrockversie van “Buffalo Stance”. Het optreden mondt zo uit in één groot feest, en kushandjes bij het verlaten van het podium zijn de onze.

Nathan Fake heeft de eer om de eerste dag af te sluiten. De Brit puurt hortende en stotende synths uit zijn apparatuur en mikt hierbij genadeloos op de benen. Fake speelt met rudimentaire retroklanken en smeedt ze tot een speels en dansbaar geheel, iets dat Aphex Twin hem eerder dit jaar voordeed op zijn comebackplaat Syro. Het dartele, melodische “Paean” komt voorbij en als afsluiter krijgen we “The Sky Was Pink”, het nummer dat Nathan Fake op de kaart zette in de remixversie van James Holden. En zo is de cirkel rond. De Kreun mag fier zijn op dit unieke festival. In ons land doet niemand hen dit na.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 2 =