Condo Fucks :: Fuckbook

Coveralbums dien je met omzichtigheid te benaderen. Doorgaans blinken ze uit in al te getrouwe interpretaties of inderhaast bij elkaar gekwakte experimenten die met de beste wil van de wereld geen spannend verhaal te vertellen hebben. Yo la Tengo, een band die een aanzienlijk deel van zijn releases wijdde aan andermans werk, valt met dit project tussen de twee uitersten, wat het dubbel zo frustrerend maakt.

Een paar jaar geleden werd Yo La Tengo Is Murdering The Classics op de markt gegooid. De compilatie, die bestaat uit spontane versies die telefonisch aangevraagd werden, miste een coherente visie, al werd dat ruimschoots gecompenseerd door het aanstekelijke enthousiasme van de band. Nog belangrijker is echter het in 1990 verschenen album Fakebook (waar hier duidelijk naar wordt verwezen), dat een softere Yo la Tengo liet horen, met folky songs en een gulle greep covers van bekende (The Kinks, John Cale, Cat Stevens) en minder bekende namen (NRBQ, The Scene Is Now). Het mooie aan de plaat was dat het enkele artiesten een nieuw publiek kon bieden. Ondergetekende is ongetwijfeld niet de enige die dankzij Fakebook voor het eerst hoorde van The Flamin’ Groovies en Daniel Johnston.

Het door de Condo Fucks uitgebrachte Fuckbook is een en al knipoog. Er is de titel, er zijn de lullige, fictieve albumcovers in het cd-boekje, de aanwezigheid van producer Robert ‘Mutt’ Lange (AC/DC! Michael Bolton! Shania Twain!) en ten slotte de vermelding dat de plaat opgenomen werd op 26 maart 2008… tussen 3:00 en 3:35u. Dat laatste is dan nog waar ook. Op “Shut Down Part 2” na, werd de plaat helemaal live in de studio opgenomen. Dat brengt zich mee dat het leeft, dat het spontaan en energiek klinkt, dat het voer is voor volk dat z’n rock-‘n-roll graag puur en rechtstreeks uit de garage heeft. Helaas heeft het ook enkele nefaste gevolgen die Fakebook niet met zich meedroeg.

Op die laatste plaat werd meteen duidelijk waarom de band al die vergeten parels van onder het stof haalde. Hier is het echter vaak gissen naar de intenties van de band, of heb je soms zelfs het gevoel getuige te zijn van een lange inside joke waarvan de clou je volledig ontgaat. Tuurlijk, het rammelt een eindje weg, maar al te vaak heb je het gevoel dat de band in de ruimte naast je staat te spelen, zo dof en amateuristisch is de muziek en zo onverstaanbaar de zang. In de energieke nummers heeft het gebrek aan enige finesse niet zo’n impact, maar enkele songs, zoals “This Is Where I Belong” (opnieuw van The Kinks) en “With A Girl Like You” (The Troggs), verliezen hun hooks, melodieën en aanstekelijke zanglijnen door de wat lompe werkmansuitvoeringen.

De keuze van de artiesten is opnieuw een combinatie van obscuur (The Electric Eels, The Rascals), classic rock (The Small Faces, The Beach Boys) en cultfavorieten (Richard Hell en nogmaals The Flamin’ Groovies), maar uiteindelijk maakt het niets uit. Alles wordt overgeleverd aan de nonchalance van het trio, dat zich bovenal prima lijkt te vermaken. Het is echter jammer dat Fuckbook je niet op zoek zal doen gaan. Wie de originele versies kent, zal meewarig glimlachen bij zo veel (gespeeld) amateurisme. Wie ze niet kent, die luistert naar een prettig potje rock-‘n-roll. Hier en daar schieten er een paar tracks uit (“Gudbuy T’Jane” van Slade en “Dog Meat” van The Flamin’ Groovies blijven onweerstaanbare stompers), maar uiteindelijk is dit niet meer dan een luchtig tussendoortje van een band die tot veel meer in staat is. Ook als het op pretentieloos rocken aankomt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − twaalf =