Polsslag 2009




Grenslandhallen,

We zaten er al een hele tijd naar uit te kijken, en eindelijk was
het dan zover: Polsslag! Het indoor broertje van Pukkelpop bewees
vorig jaar al meer te zijn dan een korte voorbode van het
zomerfestival. Dat men ook dit jaar weer wou uitpakken in de
Hasseltse Grenslandhallen was al duidelijk te merken aan de knappe
affiche waarop zowel klinkende namen (Peter Doherty, Yeah Yeah
Yeahs, Tiga…) als aanstormend talent (Red Light Company,
Delphic…) het mooie weer maakten.

enola startte zijn festivaldag met Buck 65 (**1/2)
in de Dance Hall. Het betreft hier Richard Terfry, een 37-jarige
Canadees met een voorliefde voor hiphop en electro die inmiddels
reeds anderhalf decennium meedraait. In zijn thuisland is hij dan
ook al jarenlang een gerespecteerd artiest. In onze regionen is de
grote roem echter zeker nog niet aan Terfry besteed, want zo vroeg
op het programma geplaatst, slaagde Buck er niet in veel volk te
lokken naar de gigantische Dance Hall. Gelukkig was de man er niet
mee en dat liet hij geregeld merken met een ironische sneer hier en
daar tussen zijn bindteksten geplaatst. Muzikaal wisten wij Buck 65
tot op zekere hoogte wel te smaken. De Canadees laat een boeiende
combinatie horen van pompende beats en snoeiharde raps (zelden
iemand zó snel horen spreken!) en staat open voor het
interessantere experiment. Zo hoorden we hem bijvoorbeeld over het
themalied van Twin Peaks heen rappen, wat een opmerkelijk resultaat
opleverde. Langer had het optreden dan weer niet moeten duren, want
hoe leuk Bucks typerende stijl dan ook mag zijn, feit is dat hij
net iets te vaak teruggrijpt naar de zelfde truckjes en de aandacht
niet altijd weet vast te houden.

Een vergelijkbaar gevoel hadden we bij Delphic
(**1/2)
, die u misschien nog wel kent als voorprogramma
van Bloc Party in de AB enkele maanden terug. De band uit
Manchester wordt wel eens vergeleken met namen uit de hedendaagse
postpunkscène (Editors, White Lies…) maar als we hen bezig
hoorden op het podium van de Marquee leek die vergelijking redelijk
vergezocht. Net als voorgenoemde bands is Delphic inderdaad ook een
groep die door middel van emotionele zangpartijen aan de emoties
van de luisteraar appelleert, maar de manier waarop hun muziek daar
aan bijdraagt is heel verschillend. Delphic heeft door zijn catchy
deuntjes en het stemgeluid van de zanger soms wat weg van Pet Shop
Boys, maar dan met iets meer testosteron en met iets minder échte
hits. Sommige nummers die we te horen krijgen, zijn uiterst
veelbelovend, maar jammer genoeg verliezen ze de helft van de tijd
uiteindelijk aan kracht doordat ze te lang uitgesponnen
worden.

Dan waren we meer onder de indruk van Red Light Company
(***1/2)
. Hun uitvoering van de harmonieën in
openingsnummer ‘Meccano’ liet nog wat te wensen over, maar vanaf
nummer twee (het geniale ‘With Lights Out’, de reden waarom
ondergetekende in de eerste plaats fan werd) schoot de vonk erin.
Red Light Company brengt muziek die een geslaagde kruising vormt
tussen de dramatiek van Arcade Fire, de duistere toon van Editors,
de stadionkwaliteit van U2 en het androgyne van Placebo. Zanger
Richard Frenneaux – een magere snaak met veel charisma (en dus ook
een bijzonder coole naam) – heeft een zeer specifiek stemgeluid dat
misschien niet iedereen zal aanspreken maar dat, eens je ervoor
gevallen bent een wel zeer verslavende uitwerking heeft. De band
werd dan ook zeer positief onthaald op geweldige nummers als
‘Scheme Eugene’ en ‘Arts & Crafts’, afkomstig van debuutalbum
‘Fine Fascination’. Als u die cd nog niet gehoord hebt, is nu het
perfecte moment om naar de platenzaak te snellen!

Het indierockfeestje in de Marquee werd gewoon doorgezet onder
leiding van The Rakes (***1/2). Onder meer van hun
passage op Pukkelpop twee jaar geleden kunnen we ons nog herinneren
hoe de mannen uit Londen in staat zijn om de boel helemaal te doen
ontploffen, en dat hebben ze ook op Polsslag niet nagelaten. Meer
nog, we zouden dit optreden zelfs nog boven de aantrede in Kiewit
durven te rangschikken. The Rakes hebben immers een nieuwe plaat
uit en ‘Klang’ is een verrassend consistent product komende van een
band die het gewoonlijk eerder van zijn singles moet hebben. Het
verplichte ‘voorstellen’ van het nieuwe album was dan ook geen
vervelende verplichte klus, maar een aangename ontmoeting met het
verse songmateriaal. Daarnaast zijn er natuurlijk nog steeds de
sprankelende hits van de vorige cd’s (‘Retreat’, ‘Strasbourg’, ’22
Grand Job’, ‘We Danced Together’) en de wervelende podiumprésence
van de ietwat spastische Alan Donohue, die steeds meer doet denken
aan de jonge Jarvis Cocker. Het eerste echte bommetje van de avond
was bij deze meteen gedropt.

Op naar de Club dan voor het rustgevende gedeelte van de dag.
Geïnspireerd door al het voorgaande indiegeweld, begon
Shearwater (***1/2) er behoorlijk stevig aan,
waarbij het snel duidelijk was dat het goed zat met de stem van
ex-Okkervil River-member Jonathan Meiburg. Het is bij Shearwater
vooral deze schitterende stem van Meiburg zelf, die hun chamber pop
die extra touch geeft. We kregen een verzorgde set,
waarvan de helft uit ‘Rook
geplukt. Zo kreeg ‘The Snow Leopard’ een bevreemdende intro van
blazers mee. Shearwater smokkelt trouwens heel wat minder
conventionele instrumenten in hun set. De licht bizar ogende
drummer, Thor Harris, stapte tijdens ‘Leviathan Bound’ naar voren
om op een vreemdvormig snaarinstrument te tokkelen. Het was
dezelfde Harris die al dacht dat de set afgelopen was, toen Meiburg
als afsluiter het sterke ‘Seventy-Four, Seventy-Five’ inzette, een
mooi slot van dit koestermoment.

En we bleven in de Club, waar het de beurt was aan Fever
Ray (****1/2)
om het beste van zichzelf te geven. Zelfs
los van het muzikale gebeuren verdiende dit soloproject van Karin
Dreijer Andersson (The Knife) al de prijs voor knapste podiumact
van de avond. De geringe, stemmige verlichting ademde dezelfde
mysterieuze atmosfeer uit als de muziek van Fever Ray, net als de
bizarre, soms ietwat angstaanjagende kostuums van Karin en haar
medemuzikanten.
Maar laat dat niet de enige reden zijn waarom we met open mond
toekeken naar dit optreden, want ook de muziek zelf zat helemaal
goed. Dat het gros van de nummers op Fever Ray’s titelloze debuutalbum van bijzonder hoge kwaliteit is, wist
collega Steven Vervaet u eerder al mee te delen. Live komen ze
alleen nog maar sterker naar voren, grimmig en toch betoverend
doorheen de duisternis gestuwd met dat snijdende of zelfs
vervreemdende stemgeluid van Karin Dreijer. Dit vlijmscherpe
staaltje zwarte magie behoorde absoluut tot de hoogtepunten van
deze Polsslageditie.

En zo werd het al stilaan tijd voor het zware geschut, normaal
gezien met eerst Peter Doherty en daaropvolgend Yeah Yeah Yeahs.
Maar zoals algemeen geweten is, zijn Peter Doherty en timing nooit
de beste vrienden geweest en is het eigenlijk al goed nieuws als de
ex-Libertine überhaupt komt opdagen. Nochtans kon Pete, die de
laatste tijd heel goed bezig is met het beteren van zijn leven (én
zijn stiptheid), er dit keer zelf niets aan doen en was het
luchthavenellende in Duitsland die hem ervan verhinderde op tijd
aan te treden in Hasselt. No harm done, Yeah Yeah Yeahs
namen Peters plaats in en hijzelf mocht als afsluiter in de Marquee
aantreden.

Als Fever Ray mocht weglopen met de eerste prijs in de categorie
van meest indrukwekkende podiumact, was de tweede plaats zonder
twijfel weggelegd voor Yeah Yeah Yeahs (****).
Temidden van een hoop glitters en een reusachtige oogbal kwam
frontvrouwe Karen O het podium oplopen, gehuld in een flashy outfit
en met een web van fluoroze draden over haar hoofd heen getrokken,
klaar om iedereen van zijn sokken te blazen.

Gewapend met een reeks knappe songs van de vorige platen maar ook
met het nieuwe werk van op ‘It’s
Blitz!
‘, slaagde de Amerikaanse band erin het publiek aan het
dansen te zetten op hun decadente mix van artrock, synthpop en
dansbare punk. De nadruk lag – ook in de nieuwe nummers – ietwat
verrassend op de hardere sound die meer kenmerkend is voor het
oudere werk van de band, een keuze die overduidelijk wel gesmaakt
werd door de toeschouwers. Spijtig genoeg kwam het geluid niet
overal in de zaal even goed over, maar dat verhinderde niet dat
bitsige nummers als ‘Black Tongue’ en knappe rustpunten als
‘Skeletons’ en ‘Maps’ door merg en been gingen.

De opluchting bij de fans was groot toen Peter
Doherty
(*****) dan toch op het podium
verscheen. Des te meer toen hij daaropvolgend aantoonde dat wachten
wel degelijk een goede deugd is die op een flinke beloning kan
rekenen.

In een mooi pak gehesen – inclusief de trademark hoed die ook onder
het publiek alomtegenwoordig was – en met een Britse vlag en fles
whisky aan zijn zijde, zag Peter er veel meer uit als de
romantische rocker/troubadour die hij aan het begin van zijn
carrière was dan als de verwaarloosde junk die hij door de jaren is
geworden, ‘met dank’ aan de drugs en evenzeer de Britse rioolpers.
Doherty is naar verluidt dan ook van de zware drugs af en duidelijk
klaar voor een nieuwe start. Je kan er alleen maar gelukkig van
worden dat het dan toch nog goed gekomen is met good old
Pete
.

Peter was dus in vorm, en wie hem al wat langer volgt, weet dat een
Peter in shape tot véél in staat is. Doherty – die vorige
week al een zeer gesmaakte showcase ten beste gaf in de Botanique –
maakte gebruik van zijn Polsslagoptreden om zijn solodebuut
Grace/Wastelands‘ voor te stellen. Onder meer
‘Arcady’, ‘Lady Don’t Fall Backwards’ en single ‘The Last Of The
English Roses’ (inclusief balletdanseresjes op het podium)
passeerden de revue. enola zag dat het goed was. We waren echter
ook gelukkig met de rest van de setlist, waarvoor behoorlijk veel
uit het repertoire van The Libertines geput werd. Op de voorste
rijen stonden heel wat fans van het eerste uur, getuige het
luidkeels meezingen van indieklassiekers als ‘Can’t Stand Me Now’,
‘What A Waster’, ‘Time For Heroes’ en ‘Albion’.

Peter zelf maakte een ontspannen indruk. Aanvankelijk kon hij nog
een zekere nonchalance optrekken maar naarmate het optreden
vorderde, zag je hem steeds meer genieten van de bijval die hem ten
beurt viel. En genieten, dat deden wij ook. Peter Doherty is
eindelijk weer de held die hij werkelijk is.

Velen dansten nadien nog enkele uurtjes door op de beats van onder
meer Tiga en Murdock. enola keerde toch maar huiswaarts, nu al
benieuwd naar de volgende editie van Polsslag!

Bekijk zeker ook onze mooie fotoreeks, voor de gelegenheid iets
stilistischer vormgegeven dan gewoonlijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − drie =