Polsslag 2009 :: 2 mei 2009, Grenslandhallen

Veel fraais op de derde Polsslag. Naast de potentiële grote namen van morgen, zagen we enkele stevige danceacts en een stel artiesten die hun eigen hype probeerden te overleven. Als bonus kregen we bovendien zomaar even het concert van het jaar voorgeschoteld.

Festivals het hele jaar door, dat lijkt te zijn waar we op afstevenen. Begon het festivalseizoen vroeger met Rock Werchter om een kleine twee maand later te eindigen met een keer op keer overstromende camping op Pukkelpop, dan krijgen de gewone concerten hoe langer hoe meer indoorfestivals naast zich te verduren. Of dat niet van het goede te veel wordt, kan een mens zich afvragen in een plotse vlaag van kritisch idealisme. Ja, uiteraard, want al die affiches moeten ook keer op keer gevuld raken. En zelfs al beleeft het publiek een ongemeen fijne avond, dat wil nog niet zeggen dat je festival geslaagd is, zoals bleek tijdens de herhalingsoefening die de jongste Soulwax-Mas vormde.

Kleine Pukkelpopbroer Polsslag geniet voorlopig wél het voordeel van de twijfel. Vorig jaar kende het festival, dat in 1991 al eens plaatsvond, met 12.000 bezoekers een succesvolle doorstart. Koppen hebben we niet geteld dit jaar, maar het waren er véél, en terecht, want wat zich, verspreid over vier podia, in de Grenslandhallen afspeelde, was vaak bijzonder de moeite. Het enige dat, zeker in het begin van het festival, een minpunt vormde, was zowaar het weer. Door zomerse toestanden buiten kampte het indoorfestival even met een existentiële crisis, wat niet wegneemt dat Stijn, nagenoeg lege dancehall of niet, het aanwezige publiek het vuur aan de schenen legde.

De posterboy van de electro doet immers enorm zijn best en verdeelt zijn tijd tussen het produceren van opzwepende vocalen en dito beats. Doordat de nadruk ligt op nieuwe nummers reageert het publiek soms ietwat kil op het geproduceerde geluid, althans in verhouding tot de kwaliteit van het aangebodene. Als dan uiteindelijk de intro van “Gasoline & Matches” weerklinkt, krijgt Stijn alsnog de respons die hij verdient. Stijn speelt handig in op de opflakkering bij het publiek door hen te teasen met de melodie van “Sexjunkie”.

In de club ondertussen, werkt The Temper Trap zich uit de naad om zijn reputatie van in-de-gaten-te-houden band alle eer aan te doen. Het Australische viertal, dat komende zomer zijn debuut uitbrengt, overdonderde eerder dit jaar op South By Southwest en laat ook op Polsslag een goede indruk na. Op zijn beste en meest intense momenten doet de band denken aan Bloc Party, al is het natuurlijk maar de vraag of The Temper Trap op plaat ook eenzelfde overrompelend effect zal weten te evoceren. Single (en afsluiter) “Science Of Fear” klonk op het podium immers een heel pak intenser dan de studioversie die langzaam maar zeker zijn weg naar de radio- en clipstations begint te vinden.

Een andere grote belofte op deze Polsslag is Red Light Company. Het gezelschap uit Londen wordt in zijn thuisland opgehemeld als een van de bands die dit jaar hun stempel zullen doordrukken. Met wat echo’s van Film School en Arcade Fire zit het er inderdaad in dat Red Light Company her en der een snaar zal weten te raken, al is het niet in de Grenslandhallen. Het klinkt allemaal te berekend en te steriel om een diepe indruk na te laten. Ook Noisettes zijn aan de overkant van het Kanaal voorwerp van een hype. En ook in dit geval is er sprake van een buzz die de realiteit niet kan evenaren. Al moet wel gezegd: als festivalband deugt dit gezelschap absoluut. Want voor de tweede keer op korte tijd word je geconfronteerd met spijt dat dit geen openluchtfestival is. Aanstekelijke nummers als “Wild Young Heart” en “Sratch Your Name” zijn namelijk perfect om een uurtje ongedwongen op een festivalweide in de zon te liggen. In een donkere betonnen hal vallen ze echter al snel door de mand en zorgen songs als “24 Hours” ervoor dat je met gemengde gevoelens op zoek gaat naar wat er elders aan het gebeuren is.

Want wie heen en weer pendelt tussen Club en Marquee zou wel eens kunnen vergeten dat Polsslag ook een dance-gebeuren is. Niet alleen herbergen Boiler Room en Dance Hall meer bezoekers dan de twee andere zalen, het ondertussen toegestroomde publiek gaat er ook heel wat makkelijker uit zijn dak. Al is dat bij de doortocht van Ed & Kim niet meer dan logisch. Bijna vanaf de eerste minuut doet het Switch-duo de Boiler zijn naam alle eer aan en slagen ze erin om van achter de decks zelfs op een belachelijk vroeg uur een indrukwekkend feestje op gang te trekken.

Ook in de Dance Hall is het prijs, waar Birdy Nam Nam electro van de meest meeslepende soort voortbrengt. Geen idee wie van de vier heren juist wat doet achter de collectie knoppen en schuifregelaars, maar het geluid dat ermee voortgebracht wordt, is bijna een verademing. Een uur lang knalt en stuitert het dat het geen naam heeft en nog voor het Franse viertal zijn set afgerond heeft, hebben we in koeien van letters op onze hand geschreven dat we zo snel mogelijk Manual For Successful Rioting moeten aanschaffen.

Stellen dat Dizzee Rascal zowat de muzikaal meest interessante figuur is die dezer dagen in de hiphop rondloopt, is een open deur intrappen. Rascal is een artiest die het publiek verbaal en muzikaal alle hoeken van een concertzaal laat zien en dat doet hij ook nu weer met een spervuur aan rhymes en beats. Maakten Ting Tings vorig jaar nog indruk op Polsslag, dan is het Dizzee Rascal die ditmaal hoge ogen gooit door hun “That’s Not My Name” om te toveren tot een kolkende rapsong.

Hoewel Polsslag zich profileert als het festival met, jawel, de vinger aan de pols, zijn er toch enkele acts waar op basis van dat uitgangspunt vragen bij gesteld kunnen worden. Mr. Oizo en The Von Bondies bijvoorbeeld: beiden zijn eigenlijk “one hit wonders” wiens top al enkele jaren achter ons ligt, maar die nu met nieuw werk proberen om toch in de gratie van het publiek te blijven. Mr. Oizo lijkt daar aardig in te slagen. Met de vingers in de neus zet de man de Dance Hall in vuur en vlam. Ook The Von Bondies scheuren een lekker eind weg, maar met het tegenvallende Love, Hate And Then There’s You nog in het achterhoofd, kan het concert van Stollmeister en co maar matig bekoren. Dan liever Yeah Yeah Yeahs. Met It’s A Blitz! maakte het gezelschap een immense bocht, maar waar op plaat de rauwe gitaarklank helemaal ingeruild werd voor bijna gladde popmuziek, blijkt op het podium de mutatie niet zo drastisch te zijn. Ja, synthesizerklanken doen hun intrede, maar O & co klinken nog steeds gevaarlijk en messcherp.

Het moment van de avond vindt echter plaats in de club waar Fever Ray zijn landelijke livedebuut maakt. Met een titelloos debuutalbum bewees Karin Dreijer Andersson eerder dit jaar al duidelijk dat ze ook zonder The Knife ijzersterk uit de hoek kan komen. Is die plaat al lichtjes betoverend, op het podium doet Andersson er, met een volwaardige band rond zich, nog een schepje bovenop. Had het geluid het niet af en toe laten afweten, we zouden het woord ‘perfectie’ in de mond durven nemen. Want hoe indrukwekkend Fever Ray ook is, pas op het podium kan de band je volledig inpakken. Hier is immers geen afleiding mogelijk en word je volledig ondergedompeld in een vreemd universum dat tegelijk én uitermate creepy én hartverwarmend is, waar kippenvel overheerst en elke noot die weerklinkt een stukje schoonheid is.

Vanaf de dreigende eerste klanken van opener “If I Had A Heart” tot het tot epische proporties opgedreven afsluitende “Coconut”: het uur dat Fever Ray de club overneemt, vindt een van de meest indrukwekkende concerten plaats die we ooit zagen. De kostuums, de lasershow, de sfeerlampjes -en bovenal: de muziek-: Fever Ray verzoent groots met subtiel en dreiging met geborgenheid. Een beetje als verdwaald zijn in een groot eng woud, maar met de garantie dat alles goed zal komen. “Some do magic” zingt Andersson in “I’m Not Done” en wanneer je haar als hogepriesteres op dat podium ziet staan, kan je alleen maar concluderen dat ze het over zichzelf heeft. Althans, zoveel valt op te maken uit het gevoel dat ontstaat wanneer even verbluffende als sfeervolle versies van “Keep The Streets Empty For Me” en “When I Grow Up” weerklinken.

De keerzijde is natuurlijk dat de triomf van Fever Ray de rest van het programma van Polsslag in één klap tot voorprogramma dan wel aftershow degradeert. Maar goed, het zij zo: een prima avond met één hallucinant concert, er zijn festivals zat die dat resultaat verre van halen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 8 =